Schaamlap

ZOALS GEBRUIKELIJK is de periode van het overleg over het overleg weer aangebroken: het bizarre gezelschapsspel voor tripartiet Nederland. Even leek het land met vakantie te kunnen gaan zonder voorjaarsoverleg tussen vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en het kabinet. De partijen hadden zich erbij neergelegd - de een met meer tegenzin dan de ander - maar eens een ronde over te slaan nu alles waarover moest worden gesproken op de geeigende plekken ook in bespreking was. Zo vliegt momenteel in de voorbereidende commissie van de Sociaal-Economische Raad de ene na de andere variant over tafel om het beroep op de WAO te beperken, stoeien werkgevers en werknemers onderling over voorstellen met betrekking tot de ziektewet, en zijn beide partijen ook druk in de weer met programma's om minderheden aan het werk te helpen. Allemaal zaken die eerder in het voorjaars- dan wel het najaarsoverleg aan de orde zijn geweest.

Toen van werkgeverszijde eerder dit jaar dan ook werd voorgesteld bij gebrek aan een agenda een keer het grootopgezette en altijd verwachtingen wekkende overleg over te slaan, kreeg dit de steun van premier Lubbers. We moeten niet gaan overleggen om het overleg, zei deze terecht. Maar inmiddels is de premier alweer een andere mening toegedaan. Liever toch maar praten, zegt hij nu, want de loon- en prijsspiraal dreigt volgend jaar uit de hand te lopen. Het is de gebruikelijke paniekreactie in een land waar de economie soms lijkt te draaien op indexeringsclausules, in plaats van op de werking van de markt. Want waarom zijn centrale afspraken over loonmatiging bij een verchte inflatie van drie procent niet noodzakelijk en bij vier procent opeens wel? Grote delen van de politiek en de vakbeweging willen nog steeds niet beseffen dat de lonen niet in Den Haag kunnen worden vastgesteld. Het belang van 'Den Haag' bij een gematigde loonontwikkeling is wegens de koppelingen weliswaar groot en het kabinet heeft zelfs de theoretische mogelijkheid tot benvloeding door middel van lastenverlichting, maar uiteindelijk zijn het toch de betrokken bedrijven en vakbondedie de contractloonstijging bepalen. De toenemende verscheidenheid in bedrijven en bedrijfstakken vergt ook verscheidenheid in arbeidsvoorwaarden - zoals onlangs de gebeurtenissen in de Rotterdamse haven nog eens pijnlijk duidelijk hebben gemaakt aan vooral de Vervoersbond FNV. HET CENTRAAL OVERLEG dreigt meer en meer als een soort schaamlap te gaan functioneren. Terwijl in Den Haag het kabinet en de 'sociale partners' met intentieverklaringen komever werkgelegenheid en loonmatiging, maken vakbondsbestuurders op decentraal niveau aan de hand van de te verwachten inflatie en stijging van de arbeidsproduktiviteit de simpele rekensom voor de op te eisen loonruimte. Het vrije onderhandelen laat over dit jaar een niet ongunstig beeld zien. Als rekening wordt gehouden met de prijsstijiging is er gemiddeld genomen sprake van zeer bescheiden loonverbetering, zeker als de vergelijking met het omringende buitenland wordt gemaakt. Kortom, het decentrale onderhandelingces werkt. Behalve dan voor politici die hun lot hebben verbonden aan allerlei koppelingsmechanismen. Maar dat is een probleem dat de politiek zal moeten oplossen door zelf een keuze te maken. De tijd van geleide loonpolitiek is sinds de loonwet in 1986 werd gewijzigd voorbij.