Maak Oost-Europa niet blij met dode mus

De straten van Warschau beginnen langzamerhand wat meer kleur te krijgen. Een pizzeria hier, een parfumzaak daar en de winkels met Moda Polska, waar grijze broeken en jurken te koop lagen, zijn weggeconcurreerd door zaken die de prestigieuze kleding naar Italiaanse snit verkopen. Elke Pool is een buzzinessman, Polen is een land van winkeliers en van handelaren. Op de vrije markten liggen sinaasappels uit Israel en Zuid-Afrika en kiwi's uit andere zonnige streken. Polen is niet meer het land van de lange rijen, lege schappen, de uitgedroogde broden en voedselpaketten uit Nederland. Het is niet meer het onderdrukte, zielige, altijd geknechte of opgedeelde land. Het is niet meer slachtoffer van naar het oosten dringende Duitsers of plunderende Russen. Polen is vrij en soeverein. Het staat op eigen benen en moet een nieuwe rol zoken: een nieuw beeld van zichzelf. De vijand is verdwenen, Polen is verantwoordelijk voor het eigen doen en laten.

De weg naar de democratie is moeilijk, zeker voor een land dat nooit een stabiele democratie heeft gekend en dat zelfs als staat eeuwenlang niet bestond. Nu de deksel van het communisme is verdwenen, borrelen verschijnselen op die ook in andere landen van Oost-Europa voorkomen, zoals populisme. En ook verschijnselen die zelfs oudr zijn dan het communisme: clericalisme en antisemitisme. Een land op weg naar democratie verdient het voordeel van de twijfel als er uitglijders worden gemaakt. Want herstel is mogelijk. Dat geldt ook voor Polen, zoals Walesa in Israel heeft laten zien.

Polen heeft het communisme overwonnen door ondermijning van een opgelegd systeem. De Diktatur, von Schlamperei gemildert, werd in tien jaar weggestaakt. Maar een democratisch stelsel vereist een andere instelling dan de geest van verzet. Polen is een energiek land. Maar zo vereend het is in verzet, zo verdeeld is het in vrijheid. Als (')protest' de gemeenschappelijke noemer is, zal de overheid vervallen in besluiteloosheid en chaos. Het energieke karakter van een land zal zich dan richten tegen zichzelf: wat met de handen wordt opgezet, wordt met de voeten weer omgestoten. Decennia lang werd Polen georganiseerd, nu moet het zichzelf organiseren. Democratie is niet een synoniem voor eindeloos gepraat.

Democratie betekent opbouwen, compromissen suiten, besluiten nemen. Als democratie geen effectiviteit toont, zal haar legitimiteit ook wegvallen.

In Polen is het gevaar nog altijd groot dat de democratisering ergens blijft steken, dat het land de weg van decreten inslaat omdat het parlement een Poolse Landdag wordt en de Prezydent Polski de enige anker van het staatsbestel is.

Walesa is president, Polen regeert over zichzelf. En toch is er in de samenleving erg veel onvrede en frustratie. De weg naar de vije markteconomie is even moeilijk als die naar democratie. De Polen hadden vroeger wel geld, maar geen goederen. Nu is het omgekeerd. Er liggen goederen in de etalages, maar de burgers hebben geen geld om te kopen wat ze willen. Alleen een klasse van (')nouveaux riches', de nomenklatoera-Polen die hun beurzen vulden onder het vorige regime, plukken de vruchten van het kapitalisme. Bitter, maar waar. De euforie van de omwenteling is voorbij, de weg naar betere tijden blijkt veel moeizamer dan gedacht. Oo dit jaar daalt voor de meeste Polen de koopkracht, en de produktie. En werkloosheid is een verschijnsel dat op de loer ligt.

Wat nu in de ex-DDR in verhoogd tempo gebeurt, zal zich ook in Polen en andere Oosteuropese landen voltrekken: de shake out. Veel van de grote en onrendabele bedrijven zullen vroeg of laat toch worden gesaneerd of gesloten. De produktie zal blijven dalen, en de recessie aanhouden. Er is echter een verschil: de DDR is bij wet (')overgenomen', jaarlijks worden hnderd miljard D-marken in de Oostduitse economie gestopt. Het verval gaat snel, maar er is ook eerder kans op herstel. Polen heeft geen West-Polen, en ook geen miljarden. De dalende lijn zal minder abrupt zijn en herstel zal langer op zich laten wachten. FSO, Ursus, de kolenmijnen, Nowa Huta, Huta Katowice en al die andere ijzer- en staalgieterijen (-) hoe ziet hun toekomst eruit? Afslanking of sluiting? En staken zal niet helpen, zoals vroeger. Het oude idustrieschroot zal eerst weg moeten, en de arbeiders van de loonlijst geschrapt. Maar welke democratie-in-wording kan zich een werkloosheid van tientallen procenten veroorloven?

De schade van het communisme zit niet alleen in het roestproces van de industrie, ook in de hoofden van de mensen. De mentale schade is even groot als de materiele. Het communisme heeft Polen tot een levee en masse gebracht, maar in het dagelijks werk heeft het veel mensen apathisch, afhankelijk, passief en corrupt gmaakt. Het socialistische arbeidsethos leidde tot het tegenovergestelde van wat het pretendeerde: klaplopen. Er werd veel gepraat en gedronken, niet gewerkt. Alles is van iedereen, dus van niemand. Niemand had interesse, dus alles verroestte. De verandering van systeem leidde tot een waanbeeld over zijn resultaten. Er ontstond in Polen een (')cargo-cult' waarop de presidentskandidaat Stan Tyminski inspeelde. Dollars, D-marken, bankrekeningen, snelle auto's en flitsende pakken. Velen denken dat rijkdom een kwestie is van handig ritselen en dat bij een joint venture de eigen bankrekening vanzelf volloopt. Elke Pool wordt miljonair: in zloty, niet in dollars. Post-communistische samenlevingen kampen met een kernprobleem: de ziektes van het oude systeem en illusies over het nieuwe. Het blijft doormodderen. De mentale verandering is niet een kwestie van een nieuwe grodwet, maar van een nieuwe generatie.

De Polen hebben lang gedacht dat de val van het communisme gepaard zou gaan met toestroom van buitenlands kapitaal. En eigenlijk rekende Polen ook een beetje op een beloning voor het ondergraven van het gehate stelsel.

(')Compensatie' werd het woord. Polen hoopte op compensatie bij de vereniging van Duitsland. Er kwam niets. Het meldde zich na Jordanie en Egypte voor compensatie na het uitbreken van de Golfoorlog. Er kwam niets.

Polen kreeg een reductie van zijn buitenlandse schuld met vijftig procent. Dt was het, nieuwe kredieten bleven uit. En toen Walesa naar de VS, Frankrijk en Groot-Brittannie reisde, meldde de Poolse pers met diepe teleurstelling: biznes bez sentimentow, zaken zonder sentimenten.

De Polen werden ooit in West-Europa als helden gevierd. Nu zijn ze nog welkom als kopers van tweedehands auto's. Op de wereldmarkt regelt vraag en aanbod wie welk deel van de koek krijgt. Bepalend is wat een land te bieden heeft, niet de melodie van de klaagliederen. En wat heft Polen te bieden?

Of wat hebben Tsjechoslowakije, Roemenie of Bulgarije in petto?(EP) West-Europa realiseert zich dat Oosteuropese landen tussen wal en schip raken als de wereldmarkt hun posities dicteert. Deze landen worden nog door Zuid-Korea, Taiwan en Maleisie voorbijgestreefd. Ze hebben niet veel meer te bieden dan appels, peren en veel oud ijzer. Oost-Europa valt in het luchtledige, het dreigt een gordel te worden van zwakke staten, zoals in het interbellum. Ze worde geacht een democratie te bouwen om bij (')Europa'

te mogen horen, terwijl ze vastzitten in een economisch modderpoel.

West-Europa begint vermoeid te luisteren naar het gesteun uit (')ons'

Oosten. Polen klagen, Tsjechen en Slowaken maken ruzie en de Balkan balkaniseert. Alsof West-Europa in de jaren dertig de mooiste democratieen heeft voortgebracht? Oost-Europa verwacht meer van West-Europa dan mooie woorden en holle beloftes. (')Stop miljarden in Polen en de rest', zo zullen somigen zeggen. Het Oosten heeft zeker meer geld nodig dan het nu krijgt. Maar geld alleen is nog niet de oplossing. Oost-Europa kan miljarden verstoken, zonder dat het beter wordt. Als het geld niet goed terechtkomt, gaat het op in rook. De Derde wereld heeft dat de laatste dertig jaar wel laten zien.

Verkeerd bestede kredieten leiden tot kredietverslaving: tot passiviteit en ondoelmatigheid. De modderpoel kan iets worden opgewarmd voor het algemeen gemak, maar het blijft een modderpoel. Kredieten moeten worden gekoppeld aan projecten, technologie en opleidingen, niet aan het pappen en nathouden van bedrijven die uiteindelijk toch voor de bijl gaan. Het is legitiem dat West-Europa ook kijkt naar de financiele draagkracht. Het zal Bonn de komende jaren honderden miljarden D-marken kosten om zestien miljoen Oostduitsers op de been te helpen. Hoe zit het dan met veertig miljoen Polen, tientallen miljoenen andere Oosteuropeanen en honderden miljoenen Sovjet-burgers? West-Europa kan het Oosten niet economisch adopteren en een (')El dorado' toveren. Dat is geen kruideniersmentaliteit maar bittere waarheid. Tenzij iemand bereid is over het lijk van de Bundesbankpresident de D-markpers in de hoogste versnelling te zetten en het hele monetaire stelsel in de lucht te jagen. Duitsland, EG, Europa, Adieu!

West-Europa staat zo voor een groot dilemma: het kan geen vacuum naast zich hebben, maar kan het ook niet vllen. EG-commissaris Frans Andriessen zinspeelt op het idee Oost-Europa een (')geassocieerd lidmaatschap' aan te bieden. Wim Kok denkt al aan lidmaatschap in het jaar 2000. Hoeveel guldens ruimt Den Haag dit jaar in voor OostEuropa? Miljarden of miljoenen?

Oost-Europa kijkt op naar de EG, het (')gouden kalf' in Brussel. Bij een EG-lidmaatschap van het Oosten horen enorme regionale- en structuurprogramma's voor het Oosten. Bij een belofte hoort ook een prijskaartje: het geld moet ergens vandaan komen. De beofte van lidmaatschap kan leiden tot een riskante illusie. In de jaren zestig hoorde ook Turkije die belofte, maar het is er nooit van gekomen. De economische kloof met de Turken werd alleen maar groter.

Dat zal met Oost-Europa de komende jaren niet anders zijn. En als een gordel zwakke landen tot de EG zou toetreden, zou de Gemeenschap verwateren tot een zwakke organisatie en het supranationale karakter helemaal verdwijnen. Oosteuropese landen zien de EG als bron voor nieuwe kredieten, maarze staan niet te popelen om bevoegdheden over te dragen die ze juist met moeite hebben heroverd. De EG moet een stabiele factor zijn in een Europa waar het rommelt, niet een praatgroep naar CVSE-model. Oostenrijk, Zweden en Noorwegen voegen kracht toe, Roemenie of Joegoslavie niet. Het klinkt hard, maar (')les faits sont nos matres'. In Oost-Europa zou de frustratie alleen maar groeien als de belofte van EG-lidmaatschap later wordt gebroken. Het is beter om Oost-Europa te helpen met doelgerichte steun dan het blij te maken met een dode mus.