De stemming zit er weer in bij de PvdA

AMSTERDAM, 17 JUNI. Was er een muziekkorps in de zaal geweest, dan was het PvdA-partijkader zaterdagmiddag zingend de Amsterdamse Meervaart uitgemarcheerd. De stemming er bij de sociaal-democraten weer in. De gewestelijke afgevaardigden hadden vrijdagavond na een traditioneel uurtje zelfbeklag en fractie-sarren op hun donder gekregen van Kok en hem beloond met een luid applaus. Zaterdagmiddag werden ze vergast op een zelfverzekerde, trotse Woltgens. Als ze hem mochten geloven dan regent het doorbraken en successen voor de PvdA.

De partijraad van dit weekeinde de eerste gelegenheid voor het kader na de verkiezingsnederlaag van 6 maart om het gemoed te luchten. Spreker na spreker kwam getuigen van “gevoelens van verwarring” over “de niet altijd herkenbare politiek uit Den Haag”. Er moest discussie komen over de koers van de partij, “zodat we onszelf weer lekker in ons politieke vel voelen”. Maar hoe? Per motie werd de fractie opgeroepen zich aan het verkiezingsprogramma te houden. Het partijbestuur moest “het vertrouwen van leden en kiezers herwinnen” en “elling nemen in politiek belangrijke kwesties”. Maar in welke? De achterban had aan de enorme hoeveelheid beschouwingen over de toekomst van de PvdA in de media een gevoel van diepe onzekerheid en onbehagen overgehouden. “We hebben van de partijtop nooit een goed gemotiveerd verhaal gekregen waarom we nog actief moeten blijven”, mokte bijvoorbeeld M. de Konink, voorzitter van de Jonge Socialisten. Toen deed Wim Kok zijn jasjeit. Of “de kostbare tijd” van de partij alstublieft besteed kon worden aan het voeren van discussie “in plaats van er alleen maar om te vragen”. Hij had in zijn openingsrede geprobeerd “om de bal af te trappen. Kom dan in de benenwagen en praat over de lijnen die zijn uitgezet”. Daarna gaf hij een bevlogen samenvatting van de nieuwe koers, die hij half mei ontvouwde en sindsdien in toespraken aanscherpt. Het publiek kreeg een spervuur van ideeen over onderwijs, gezondheidszorg, sociale zekerheid, mili en loonvorming over zich heen. Daarin was een scherpe boodschap aan het CDA verpakt: blijf deze week van Wallage (basisvorming) en Simons (basisverzekering) af, want de PvdA heeft resultaten van de nieuwe koers “in de dagelijkse werkelijkheid” broodnodig. “Ik raas maar door”, verontschuldigde Kok zich, maar het kader zat erop te wachten. Ze weten dat Kok geen retoricus is die op het gemoed werkt, maar een bestuurder van de alledaagse werkelijkheid die resultaten wil. Wie Kok provoceert, wordoverreden door een oplossingenmachine, maar niet in het hart geraakt door een Groot Idee. “Misschien ben ik te inhoudelijk... dat kan zijn”, zei Kok. “Maar ik vertrouw op jullie. Vertrouwen jullie op mij. We doen het samen.” Daarmee was de vrede getekend en de angel uit de agenda. Het partijbestuur kon onwelgevallige moties moeiteloos onschadelijk maken. De klap op de vuurpijl was zaterdagmiddag fractievoorzitter Thijs Woltgens. Deze had zich de post-verkiezingsdepressie uit het hoofdgewerkt en vrolijkte nu de achterban op. “Met respect voor Wim, maar in het kabinet zit niet het meest blijmoedige deel van de natie”, plaagde Woltgens, die zich meer en meer ontpopt als de gezellige oom van de PvdA. Of er misschien wat minder gesomberd kon worden door de PvdA-ministers, zo vroeg hij. Jullie doen het namelijk helemaal zo slecht nog niet. Een zeer forse economische groei, een record toename van werkgelegenheid, de vierde automatische verhoging vane uitkeringen, goede resultaten bij het intomen van de overheidsuitgaven. Helaas, “het valt allemaal weg tegen de gedachte - houden we dat wel vol tot 1994”? Woltgens vindt dat het “onrust zaaien over de toekomst”, waar de PvdA-ministers zich aan overgeven, plaats moet maken voor een “open blik voor de eigen prestaties”. Zo somber is die toekomst trouwens niet. “Het kabinet heeft zich hernomen. Er zijn keuzes gemaakt. Een begin van elan keert terug.” 1991 wordt volgens Woltge “het jaar van de doorbraken”. Dankzij de PvdA worden er nu knopen doorgehakt in politieke discussies over “oude stagnerende structuren”. De basisvorming in het onderwijs, de basisverzekering in de gezondheidszorg, de kleinere en vooral goedkopere krijgsmacht, ja, “zelfs het omroepbestel komt los van de stagnatie”. Tot 1994 wachten nog “de fiscale revolutie” die arbeid lichter en milieuvervuiling zwaarder zal belasten, en een vernieuwd arbeidsbestel. Is dat nu de stroperige staat dieen Haag in de mond bestorven ligt? “Ik dreig zelfs enigszins enthousiast te worden”, zegt Woltgens. “Nederland wordt klaargemaakt voor het jaar tweeduizend. En wij maar denken dat het kabinet in de put zat. Maar het blijkt een bouwput te zijn”. Na de donderpreek van Kok was de boutade van Woltgens de zaal meer dan welkom. Zelfverzekerd richtte ook hij zijn pijlen op de “aarzelende, afhoudende en bange” houding van de CDA-fractie de afgelopen weken. “Om met collegarinkman te spreken: 'Gemaakte keuzes moeten nu gewoon eens geaccepteerd worden zonder mieren en mekkeren'. Misschien dat hier een dankbare taak in zijn eigen fractie is weggelegd.” De zaal genoot. Woltgens kwam ook minister Ter Beek (defensie) te hulp, die vorige week bij de defensienota voorbij werd gelopen door minister Van den Broek (buitenlandse zaken). De CDA-minister deelde de Kamer dinsdag ronduit mee dat Ter Beeks defensienota moest worden ingetrokken a de PvdA-fractie na 1995 verdere bezuinigingen op defensie doorzet. “De minister van buitenlandse zaken gaat met enige regelmaat in een soort eenpersoons gevechtsvliegtuig door de geluidsbarriere. Hij moet zich bezinnen op de vraag of hij weer wil landen binnen de kring van het kabinet of dat hij zijn eenzame tocht tot ver achter de horizon wil doorzetten”. Van den Broek had in de kwestie-Suriname ook al “een hoop onnodige uitspraken” gedaan. Je kunt niet vrijblijvend filosoferen over een militaire interventie”. Het waren echter zijstappen in een betoog dat neerkwam op een morele herbewapening van de achterban. Zoals bij CDA-partijraden bijbeltekten worden voorgelezen, bracht ook Woltgens een confessionele toets in zijn betoog. Hij had onlangs een boek van partijgenoot Van Kemenade mogen ontvangen, waarvan hij de titel 'Geloven in de oogst', uit een gedicht van A. Roland Holst, tot zijn motto uitriep. “Voor het eerst in mijn loopbaan zal ik nu besluiten met een gedicht”: Ik zal de halmen niet meer zien noch binden ooit de volle schoven. Maar doe mij in de oogst geloven, waarvoor ik dien. Aldus gesterkt verliet men de vergaderzaal, de opiniepeilingen tegemoet waarvan Kok voorspelde dat ze “rot zullen blijven”. Maar de ruggen waren rechter dan tevoren.