De irreele dimensie van zoutkoepels

Er zijn zonder twijfel de afgelopen jaren heel wat mensonterende methoden gebruikt in Oost-Europa om sportlieden naar grote prestaties te stuwen. Dopingmisuik en strafexpedities gingen in het systeem hand in hand.

Terecht wekten de vaak fantastische verrichtingen van atleten uit met name de DDR, de Sovjet-Unie, Bulgarije en Roemenie argwaan. Soms werden de prestaties door het Westen ten onrechte toegeschreven aan onreglementaire methoden, als om aan te tonen dat tegen Oost-Europa een verloren strijd werd gevoerd. Hoe betrekkelijk onschuldig bleek niet de bunker van Kienum in Oost-Duitsland, waarin zich een zogenoemde Barokammer bevond. Atleten trainden daarin - vooral om economische redenen - onder omstandigheden die vergelijkbaar zijn met trainen op grote hoogte. In de hal kon de luchtdruk langs mechanische weg worden geregeld. Toegegeven de Oostduitsers deden er zelf nog het meest geheimzinnig over. Hetzelfde geldt voor een Roemeense methode. Atleten zouden op tweehonderd meter onder de grond trainen in de gangen van zoutmijnen, klonk het eerst vooraals laster. Later werden berichten daarover druppelsgewijs bevestigd. Maar er moest toch altijd een luchtje aan de Roemeense succesformule hebben gezeten, was het algemene oordeel. Vorige week verscheen in het altijd fraaie L'Equipe Magazine (het gellustreerde zaterdagse 'bijvoegsel' van het Franse sportdagblad) een documentarische foto met zes Roemeense hardloopsters onder wie de bekende Maricica Puica en Paula Ivan trainend in de zoutmijnen van Slanic-Prahova. De foto is van lviu Dumitrescu, chef-trainer van de Roemeense lange-afstandloopsters. Natalia Marasescu, Ileana Silai, Rafira Lovin, Maricica Puica, Doina Melinte en Paula Ivan behoorden tot de top-atletes op de 800 en 3000 meter. Vorig jaar meldden zich tijdens de wereldkampioenschappen indoor-atletiek in Sevilla een nieuwe generatie hardloopsters. Even indrukwekkend als hun namen zijn de prestaties van Violetta Beclea, Ella Kovacs, Tudorita Chidu en Margareta Keszag, dvolgende medaillewinnaars van Roemeense signatuur. Dumitrescu geeft grif toe dat ook zij hun opmerkelijke progressie te danken hebben aan training in de zoutmijnen. Maar daar is niets geheimzinnigs of onreglementairs aan, meent hij. En het is allerminst schadelijk voor de gezondheid. Het idee is afkomstig van Ion Puica, de man van loopster Maricica. Het werd aanvankelijk weliswaar met twijfels ontvangen. Maar al weer sinds jaren traint Dumitrescu inlanic-Prahova, een klein dorpje honderd kilometer ten noorden van Boekarest. Daar lopen de atletes in een diepte van 220 meter door koepels die ongeveer een lengte van 800 meter beslaan en soms een wel 80 meter hoog zijn. “Ik herinner mijn eerste kennismaking”, zegt Dumitrescu. “Indrukwekkend die hoge zoutmuren in de schemering. Alle geluiden werden als het ware geabsorbeerd. Het was doodstil en er was geen echo. De ingewanden van de enormzoutkorst gaven de omgeving en de aanwezige mensen een irreele dimensie. Het was angstig.” Trainen onder deze omstandigheden biedt, volgens Dumitrescu, veel voordelen. “In de eerste plaats de kwaliteit van de lucht, ontbloot van alle mogelijke onzuiverheden, die zelfs een hoeveelheid koolmonoxyde bevat die superieur is aan gewone lucht. Dit gasmengsel kan een probaat middel zijn om een groot aantal ziekten tegen te gaan, te beginnen met astma. Bovendien biedt trainen in dit microklimaat vergelijkbare effecten als trainen op 2.000 meter hoogte. Onze training heeft ontegenzeggelijk ook psychologische voordelen. Ze geeft een soort placebo-effect.” Dumitrescu heeft er geen behoefte aan de egost uit te hangen. Hij raadt zelfs atleten uit andere landen aan de methode uit te proberen. Al is het alleen maar om ervan overtuigd te zijn dat de zijne geen verzinsel is.