Dansers bespelen slagwerk-objecten in stuk Takeuchi

Slagwerk-objecten overheersen dans in stuk Takeuchi; Voorstelling: De Gekaderde Ruimte. Choreografie: Shusaku Takeuchi; objecten: Egon Schrama; muziek: Roman Haubenstock-Ramati, Sylvano Busotti, uitgevoerd door Frederike de Winter en Janwillem van der Poll (slagwerk); kostuums: Edith Ordelman; geluid: Arthur Sprock; licht: Kees Knegjes. Gezien: 15-6 Studiotheater, Amsterdam. Aldaar: t-m 30-6

De Japanse choreograaf Shusaku Takeuchi werkt bijna twintig jaar in ons land. Zijn eerste 'environmental performance' realiseerde hij in de Amsterdamse galerie Aorta (1987). Daarna ontwierp hij meer voorstellingen voor bepaalde ruimten. Deze keer heeft het Studiotheater in de hoofdstad het initiatief genomen om Takeuchi, samen met de beeldende kunstenaar Egon Schrama en de dirigent-musicus Michael de Roo, te vragen voor een locatieproject. Hoewel De Gekaderde Ruimt speciaal is ontworpen voor een klein speelvlak is de produktie meer geschikt voor een museumzaal. De indrukwekkende (geluids)objecten van Schrama, maar ook de ruimtelijke muziekcompositie van Roman Haubenstock-Ramati en Sylvano Busotti, winnen het ruimschoots van de weinig inventieve choreografie. Uitgangspunt voor De Gekaderde Ruimte zijn twee door Michael de Roo - leider van het befaamde slagwerkensemble House of Circles - uitgekozen en bewerkte grafischepartituren: Jeux van Roman Haubenstock-Ramati en Sylvano Busotti's Coeur. Beide componisten ontwierpen een nieuw notatiesysteem voor slagwerkmuziek, toen in de jaren zestig exotische instrumenten, electronische en andere klankbronnen de mogelijkheden uitbreidden voor deze orkestgroep. Via tekeningen wordt in kader aangegeven waarin de uitvoerende musici improviseren. Het gevarieerde instrumentarium van Frederike de Winter en Janwillem van der Poll staat wat weggestopt in een hoek en is verder opgesteld onder twee haaks op elkaar staande tribunes, waarop het publiek hoog boven de speelvloer plaatsneemt. Contact- en plakmicrofoons versterken of vervormen de klanken. Soms ondersteund door bandopnamen met natuurgeluiden, als storm of vogelgezang. Hierbij ontwikkelde Egon Schrama verschillende stalen sculpturen die worden bespeeld door de musici en dansers. Zo bewerken zij zes licht gekromde platen met ijzeren of houten staven. Uit deze verrijdbare rechthoeken zijn stukken gezaagd. Voor de toonhoogte zijn deze verschillend bewerkt en daarna weer vastgelast. Kleine versieringen of een behandeling met teer bepalen de klankkleur. Verder zijn er nog gesloten en open 'kooien' en een 'korenveld' van stalen sprieten, die door de in onopvallend tricot geklede dansers (ontwerp Edith Ordelman) in beweging worden gezet. Oorspronkelijk is de choreograaf Shusaku Takeuchi opgeleid als beeldende kunstenaar aan de Academie voor Schone Kunten in Tokio. Zijn eerste bewegingsstukken tonen invloeden van het klassieke Japanse theater en de Butoh-dans. Tegenwoordig drukt de westerse, moderne dans een grotere stempel op zijn werk. In De Gekaderde Ruimte komen echter meditatieve elementen voor, zoals verstilde poses in hurkhouding. Ook zou men het contrast tussen het vrouwelijke en mannelijke element in de choreografie als Japans kunnen bestempelen. De repetitieve, sierlijke bewegingsfrasen van de danseressen Suzanne Grooten, Maryline Liabeuf en Susanne Ohmann - waarbij de hand om het hoofd cirkelt, de vingers als vlinders door de lucht dansen en het bovenlichaam voorover valt - is in scherpe tegenstelling tot het strijdbare, agressieve gedrag van de twee mannen: Sassan Saghar Yaghmai en Henny van Belkom. Toch leidt het samengaan van dans-muziek en beeldende kunst niet tot de beoogde symbiose.