Chailly wijst weg door sprookjesland in muzikaal volksfestijn

RAI-concert: Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly m.m.v. Jean-Yves Thibaudet (piano), Keith Ikaia-Purdy (tenor), Maria Ewing (mezzosopraan), Philippe Rouillon (bariton) en het Nederlands Theaterkoor. Programma: Dukas, L'Apprenti Sorcier; Saint Saens, Tweede pianoconcert in g op. 22; Bizet, selectie uit Carmen. Gehoord: 15-6 in de Zuidhal van de RAI te Amsterdam. Radio-uitzending door de AVRO op 19 juni.

Ieder jaar weer staan de ijzeren tribunes in de Zuidhal van de Amsterdamse RAI bijna op instorten vanwege de duizenden bezoekers die afkomen op het traditionele Holland Festival-concert door het Koninklijk Concetgebouworkest. Eigenlijk is dat verbazingwekkend, want de muziek klinkt er beroerd en van een sfeervolle entourage is al helemaal geen sprake. Maar zelden is chef-dirigent Riccardo Chailly zo op dreef als op dit muzikale volksfestijn, waarover hij afgelopen zaterdag voor de zesde maal de scepter zwaaide. Na vier jaar Italiaanse belcanto en een jaar Gershwin had Chailly ditmaal gekozen voor een Frans programma met werken van Dukas, Saint Saens en Bizet. Ook al heeft het impressionistisch gecomponeerd L'Apprenti Sorcier van Dukas nog het meest weg van veredelde 'Unterhaltungsmusik' voor kinderen, Chailly's dirigeerstok veranderde tijdens de feerieke opening in een ware toverstaf. Energiek en geestdriftig wees hij orkest en publiek de weg door sprookjesland, waar de heks en de boze wolf al even onderhoudend bleken als de elfjes en de kabouters. Daarna bracht de Franse pianist Jean-Yves Thibaudet het publiek terug in de realiteit met zijn kernachtige inzet van Saint-Saens' Tweede pianoconcert, een romantisch geparfumeerd werk dat de strenge helderheid van een componist als Bach in overeenstemming tracht te brengen met een rijk scala aan zoetvloeiende melodieen. Thibaudet zwom er doorheen met de kracht, de frisheid en het uithoudingsvermogen van een jonge zalm, terwijl Chailly en zijn orkest garant stonden voor vrijstromend water. De avond werd feestelijk besloten met een selectie uit de opera Carmen van Bizet, waarinde gedeprimeerd ogende en vermoeid klinkende bariton Philippe Rouillon helaas niets, maar Chailly des te meer van de vereiste 'toreadorsmentaliteit' uitstraalde. Ook de tenor Keith Ikaia-Purdy kwam slechts moeizaam op dreef, zodat zijn vurige hartstocht voor Carmen pas tegen het einde iets geloofwaardigs kreeg. Alleen mezzosopraan Maria Ewing had van meet af aan de juiste toon te pakken: sensueel, brutaal en met een verbluffend soepele en rijkgeschakeerde stem lapte zij nit alleen beide heren, maar ook de gortdroge ruimte aan haar laars, waarbij het Concertgebouworkest en het Nederlands Theaterkoor haar enthousiast en degelijk ondersteunden.