Britse politici in het schip door verliezen bij Lloyd's

LONDEN, 17 JUNI. Meer dan zestig Conservatieve Lagerhuisleden, onder wie enkele ministers, proberen de Britse regering zover te krijgen dat ze hen te hulp schiet bij het incasseren van verliezen op de verzekeringsmarkt bij Lloyd's. De zestig zijn allen names, deelnemers in de verzekeringsmarkt die zich “tot hun laatste manchetknoop” garant hebben gesteld voor verliezen op afgesloten verzekeringen.

Een combinatie van nurrampen en fraude binnen verzekeringssyndicaten hebben ervoor gezorgd dat een groot aantal zogenaamde underwriters bij Lloyd's, onder wie politici, in financiele moeilijkheden zijn komen te verkeren.

Sommigen van hen zouden verliezen van meer dan honderdduizend pond voor hun rekening moeten nemen. Zij pleiten nu voor de mogelijkheid de verliezen met terugwerkende kracht te mogen afschrijven van de belasting. De minister van financie Norman Lamont, komt waarschijnlijk deze week met een beslissing.

Indien de regering akkoord zou gaan met de voorgestelde constructie, zou de staat de geleden verliezen met vijftig miljoen pond subsidieren. Lamont heeft laten weten “mee te voelen” met het lot van de names. De ideologische afwijking van de stelling, dat de overheid niet moet intervenieren in de werking van de markt, moet volgens de pressiegroep van gedupeerde Lagerhuisleden verdedigd worden met de stelling dat Lloyd's verzekeringsmarkt “een nationale instelling” is, met een cruciaal belang voor de positie van Londen als financieel centrum. Zij wijzen er ook op dat Lloyd's verzekeringsmarkt voor 1.4 miljard pond bijdraagt aan de inkomsten van Groot Brittannie uit zogenaamde onzichtbare export. De politieke oppositie van Labour en SLD lijkt er niet op gespitst de regering op dit punt aan te vallen.

Sinds de verliezen bij Lloyd's in het nieuws kwamen, hebben dertienduizend names zich teruggetrokken als verschaffer van beginkapitaal. Dat betekent dat er nu nog 26.000 underwriters over zijn. De angst bestaat dat grote verliezen over 1989 (-) het laatste jaar waarover de rekening dezer dagen wordt opgemaakt (-) nieuwe kandidaten zal weerhouden van het toetreden tot de internationale verzekeringsmarkt bij Lloyd's.

Niet iedereen is echter bereid een lankmoedige houding aan te nemen jegens de gedupeerde underwriters, of ze nu een politieke achtergrond hebben of niet. Critici als het Labour-Lagerhuislid Bob Cryer maken zich woedend over de suggestie dat de regering door de bocht zou moeten gaan voor “hypocriete” parlementsleden, die zeuren omdat hun gok op de vrije markt in verlies is geeindigd. Cryer wijst erop dat dezelfde deelnemers in Lloyd's, die nu belastingaftrek willen krijgen, eerder grote winsten gemaakt hebben. Hij verwijt de leiding van zijn eigen partij dat ze nog niet heeft duidelijk gemaakt “dat dit een fein van de werking van de vrije markt en van het kapitalisme is en dat we ze niet een steuntje in de rug gaan geven. Deze actiegroep van Lagerhuisleden pleit niet voor een verlaging van de bankrente, teneinde kleine zakenmensen te helpen, ze pleit evenmin voor de industrie of voor een middel om de stijging van de werkloosheid te keren. Ze komt alleen maar zeggen: we hebben een gokje gewaagd bij Lloyd's, dat is verkeerd afgelopen en nu zien we af van de vrije werking van de markt omdat wij er slechter van zijn geworden. We komen nu jammeren bij de minister om te ggen: In Godsnaam, geef ons wat belastinggeld om ons uit onze sores te halen”.

Meer dan een financiele analist valt dit Lagerhuislid vanmorgen bij. Er wordt op gewezen dat de druk op de regering niet afkomstig is van Lloyd's zelf, maar van individuele leden van Lloyd's, die nog niet geleerd hebben dat enorme verliezen de keerzijde zijn van een medaille die in het verleden enorme winsten opleverde. Tegelijkertijd is er een pleidooi voor interne reorganisatie bij Lloyd's, waarin sico's en potentiele opbrengsten opnieuw deugdelijk tegen elkaar worden afgewogen.

Binnen Lloyd's is inmiddels een (')comite voor leden in nood' opgericht, dat wordt voorgezeten door de eerste vrouwelijke name in de geschiedenis van de instelling, Mary Archer, de echtgenote van de Conservatieve politicus en schrijver Jeffrey Archer. Onder de slachtoffers van de te verwachten verliezen over 1989 zijn de namen van de Conservatieve ministers Peter Brooke (Noord-Ierland), John Wakeham (ergie), David Hunt (Wales) en Ian Lang (Schotland), alsmede die van Conservatieve parlementariers als Winston Churchill en Anthony Meyer. Ook onder de oppositie bevinden zich enkele deelnemers in Lloyd's, maar zij maakten geen deel uit van de afvaardiging die om belastingverlaging heeft gevraagd.