Bianchi, de nadagen van een gedeukte bondscoach

Bianchi is nog zes dagen bondscoach van de Nederlandse mannenhockeyploeg. Hij heeft al duidelijk gemaakt dat hij zondag in Parijs waar Oranje tot nu toe alle wedstrijden met grote cijfers heeft gewonnen niet door zijn spelers op de schouders genomen wil worden als Nederland de Europese titel prolongeert. De internationals die in februari op het vertrek van Bianchi aandrongen hebben op hun beurt laten weten dat ze dat toch al niet van plan waren.

De sfeer in Parijs is goed, ondanks alles, zeggen Bianchi en de spelers eensgezind. Leo Klein Gebbink, een jongere international, is wat dat betreft eejker. Hij zegt aan alles te merken dat Bianchi en de oudere spelers elkaar niet voor honderd procent waarderen en respecteren. De middenvelder uit Tilburg had zich zijn eerste EK ook veel mooier voorgesteld. “Als jongetje droom je van zo'n kampioenschap, maar door alles wat er de afgelopen maanden is gebeurd beleef ik het allemaal anders dan het zou moeten zijn. Dat is ellendig.” Klein Gebbink ziet een duidelijk verschil tussen Rob Bianchi bij het toernooi om de Champions Trophy van afgelopen november in Melbourne en de Rob Bianchi in Parijs. “Bianchi is een type om in de groep lekker wat sterke verhalen en moppen te vertellen en dan de volgende dag met elkaar op het veld te presteren. Daar is nu geen sprake van. Bianchi is geslotener, stiller.” Klein Gebbink weet zich nog te herinneren dat Bianchi in Australie zelfs achter de piano is gekropen om het gezelschap te vermaken. “Maar dat zahier zeker niet gebeuren.” “Natuurlijk”, bekent Fred Meijer, teammanager en vriend van de coach, “is de sfeer niet ideaal. Ik zou het meer willen omschrijven als: elkaar gedogen, het populaire woord van Van Agt.” Uiterlijk is in Parijs weinig aan Rob Bianchi te merken. Soms lijkt hij, in zijn eentje zittend in de dug-out voor een wedstrijd, er niet bij te horen. Maar dat is op die momenten met meer coaches het geval. Vragen over de sfeer en zijn gevoelens probeert de scheidende bondscoach met een grap en een grol af te doen. “Of ik sterk in mijn schoenen sta? Ja hoor, heel sterk. Ik loop op Adidas, zie je. Ik heb dus een streepje voor.” Bianchi heeft ervoor gekozen om ook na de kritiek op zijn functioneren aan te blijven en niet voortijdig op te stappen. Velen begrijpen dat niet. Het valt echter te verklaren. Bianchi wist namelijk dat er ook onder de gegeven omstandigheden succes te behalen viel bij het EK. En met Europees goud of zilver achter zijn naameft hij in ieder geval een goede staat van dienst. Eeremetaal zou hem genoegdoening geven. Want het is duidelijk dat Bianchi door de affaire beschadigd is. Ironisch genoeg noemde Bianchi zichzelf in een van de interviews die hij vlak na zijn aanstelling bij de KNHB gaf “een gedeukte bondscoach”. Dat was toen echter letterlijk bedoeld omdat Bianchi vanaf zijn geboorte een gekleurde plek op zijn voorhoofd heeft en vandaar op de school waar hij in Amsterdam les geeft de bijnaGorbatsjov kreeg. Maar nu is hij figuurlijk ook een gedeukte coach. Dat beseft hij zelf ook. “Als we Europees kampioen worden is dat goede reclame voor mij en die kan ik gebruiken.” De 44-jarige Bianchi wil verder in het hockey. Vijf jaar geleden keerde de ex-profvoetballer zijn eigen sport teleurgesteld de rug toe: hij zakte in Zeist voor zijn hoogste trainersdiploma. In het hockey vond hij nieuw sportief geluk. Met de vrouwen van Hilversum en de mannen van Kampong boekte hij leuke successen. Bianchi was aangenaam verrast toen hij daarna voor de functie van bondscoach werd benaderd. Hij was als een kind zo blij met de tweede plaats bij de Champions Trophy en riep in zijn overmoed tegen een paar collega's dat de in Australie afwezige aanvoerder Delissen en strafcornerkanon Bovelander mogelijk voor hun plek moesten vrezen. Uiteraard lekte die vertrouwelijke boodschap uit, wat mogelijk het sein is geweest voor de spelers om hun kritiek te spuien. De klap moet groot geweest zijn voor de bondscoach. Wekenlang was Bianchi onbereikbaar en stond bij hem thuis het antwoordapparaat aan. Hij belde nooit terug. “Maar”, zegt Bianchi nu, “ik voel me toch nog steeds happy bij het hockey en de hockeywereld strekt zich verder uit dan dit conflict.” Voor komend seizoen is Bianchi in ieder geval al onder de pannen. Hij wordt trainer-coach van hoofdklasser SCHC uit Bilthoven die, zoals Bianchi het zelf omschrijft, bijna bij hein de achtertuin speelt. Na de wedstrijd tegen Polen ontkent de coach in Parijs dat hij rond is met de club. “Ik heb een keer gesproken, verder niets.” Maar amper een half uur later loopt er uit Nederland een fax binnen waarin SCHC met gepaste trots zijn verbintenis met Bianchi bekendmaakt. De coach geeft als verklaring voor zijn leugentje dat de hockeybond niet had gewild dat hij het voor het einde van het EK zou vertellen. Het past precies in de klucht die de laatste maanden rondom bondscoach is opgevoerd. Hans Jorritsma, Bianchi's voorganger en opvolger, loopt sinds zaterdag ook in het Stade Jules Noel in Parijs rond. Bianchi zegt daar geen moeite mee te hebben. “Ik had in zijn plaats hetzelfde gedaan.” Jorritsma die op 1 augustus voor het eerst met zijn selectie wil gaan trainen weigert met journalisten over het Nederlands team te praten, maar de spelers ontwijkt hij niet. “Elke coach”, weet Harrie Delmee, assistent-bondscoach en trainer van Tilburg, “zou het na Jorritsma moeilijk hebb gehad bij het Nederlands elftal. Libregts kreeg in het voetbal ook geen eerlijke kans na Michels.” Delmee constateert dat het volgend jaar bij de Olympische Spelen “om details” zal gaan. “Dat is een vaardigheid die de spelers Bianchi jammer genoeg niet toedichten.” Delmee vraagt zich of hij zelf in staat zou zijn geweest de ploeg in Barcelona te leiden. Onbedoeld snijdt hij daarmee de kern van de kwestie aan. Delmee is nota bene een oude rot in het vak. Hij was zestienr lang speler op het hoogste niveau en gaat zijn dertiende seizoen als coach in. Bianchi speelde nog nooit een serieuze hockeywedstrijd en ging als “bondscoach zonder stick” door het leven. En dat werkte blijkbaar niet. “Toch zie ik in Bianchi een echte bondscoach, ook voor andere sporten dan hockey”, vindt manager Meijer. In de eerste week bij het EK in Parijs zullen eventuele tekortkomingen bij de bondscoach zeker niet zichtbaar zijn. Alleen StepVeen is ontevreden omdat hij na een uitstekend spel tegen de Fransen tijdens de wedstrijd tegen Sovjet-Unie toch weer op de reservebank zit. Hij is boos op Bianchi. “Ik neem het hem kwalijk dat hij niet naar me is toegekomen om me uit te leggen waarom ik niet mocht meedoen.” Verder is iedereen tevreden bij Oranje omdat op het veld alles naar wens verloopt en het werkelijk doelpunten regent. De tegenstanders zijn zeer zwak. “We hebben nu al een doelsaldo van negentien voor en nul tegen en dan hebben we de sterkste twee ploegen inze poule al gehad”, spreekt speler Gijs Weterings na de 4-0 zege op de Russen zijn verbazing uit. Een dag later wint Oranje met 10-1 van Polen. “Met alleen een goede teammanager hadden we het hier ook makkelijk gered”, zegt een van de spelers met een sneer in de richting van Bianchi. Er zijn internationals die denken dat Bianchi na het EK zal “losbarsten” met zijn kritiek. Tot nu toe heeft de coach zich beperkt tot speldeprikken. Zo zegt hij bij de huidige gratie echte leiders te missen. Hij noemde aanvoerder Marc Delissen in een interview meer een lijder met een lange 'ij'. Delissen, blijkbaar verstandig geworden door de gebeurtenissen in de afgelopen tijd, reageert gelaten. “Zo'n uitspraak stoort me, maar ik laat het er maar bij.”