'Amsterdam dreigt greep op IJ-oeverproject te verliezen'

AMSTERDAM, 17 JUNI. Er zijn volstrekt geen waarborgen getroffen om het Amsterdamse stadsbestuur greep te laten houden op het IJ-oeverproject. De zeggenschap in de financieringsmaatschappij Amsterdam Waterfront - waar de gemeente samen met de Internationale Nederlanden Groep in gelijkeate aan deelneemt - is niet toereikend. Bovendien zijn de afspraken onvoldoende helder geformuleerd om te garanderen dat de maatschappelijke doelstellingen van het project worden gehaald.

Dat meent dr. V.P. Kouwenhoven, werkzaam bij het organisatiebureau Van de Bunt en specialist op het gebied van publiek-particuliere samenwerkingsverbanden (PPS). Kouwenhoven, al vijf jaar betrokken bij de opzet van het IJ-oeverproject, vreest dat de geH)meente onvoldoende in staat zal zijn binnen Amsterdam Waterfront op te boksen tegen zijn commerciele tegenvoeters: de institutionele investeerders Nationale Nederlanden en NMB Postbank. “Zoals de opzet er nu ligt is er sprake van privatisering van de stedelijke vernieuwing.” Kouwenhoven was een van de sprekers op de vrijdag gehouden conferentie in het kader van het Spring-t-IJ festival dat dit weekeinde aan het IJ plaatshad. Daarbij kwamen een groot aantal betrokkenen uit gemeentelijke, maatschaelijke en commerciele kring bijeen om te debatteren over het IJ-oeverproject. In de discussies kwamen vooral de opzet van de beoogde samenwerking en de nota van uitgangspunten aan de orde, die de komende weken zullen worden behandeld in de gemeenteraad. Kouwenhoven maakte ten overstaan van wethouder J. Saris (Groen Links) duidelijk dat de toekomstige gemeentelijke positie in Amsterdam Waterfront vooralsnog niet sterk kan worden genoemd. Zijn opmerkingen kwamen extra hard aan, omdat de directeur van Amsterdam Waterfront, J. van Rijs (afkomstig van de NMB Postbank projectontwikkelaar MBO) even daarvoor publiekelijk had verklaard dat uiteindelijk zijn bedrijf het laatste woord heeft over de bebouwing van de IJ-oevers. “Cruciaal is daarom de zeggenschapsverhouding binnen Amsterdam Waterfront. Het idee dat de gemeente op den duur teruggaat naar 20 pront van het aandelenkapitaal is niet voldoende uitgedacht. Bij het ambtelijk apparaat is dan ook onvoldoende kennis aanwezig over het functioneren van de zeggenschap binnen dergelijke constructies”, aldus Kouwenhoven, die zich voorts verbaasde over de betrekkelijk geringe aandacht die hij voor dit onderdeel in de plannen en commentaren terugvond. “Na jaren van gehakketak over de stedebouwkundige kwaliteit wordt als een konijn uit de hoed het voorstel van MBO overgenomen.” De verzekering van wethouder Sarisat de gemeente het laatste woord heeft in de vorm van de bestemmingsplannen voor het gebied die de goedkeuring van de raad behoeven is volgens Kouwenhoven onvoldoende. “Als de marktvooruitzichten voor het gebied de komende jaren minder gunstig worden, kan het noodzakelijk zijn de bestemmingsplannen alsnog te wijzigen. Bovendien kunnen er bij een dergelijk langlopend project uitzonderlijke situaties optreden die een aanpassing nodig maken”, aldus Kouwenhoven. De organisatiedeskun(H)dige vroeg zich bovendien af of de gemeente wel voldoende deskundige 'countervailing power' behoudt, nu wordt voorzien dat een aantal gemeente-ambtenaren die al langer bij het project zijn betrokken in dienst van Amsterdam Waterfront zullen treden. Eerder tijdens de conferentie maakte Saris reeds zelf een voorbehoud voor de plannen zoals die er nu liggen. Het eerder uitgesproken uitgangspunt dat de huidige plannen, waarmee een totaal investeringsbedrag van 8 miljard gulden gemoeid, zichzelf moeten financieren zonder een beroep op de algemene middelen van de gemeente, kan volgens Saris onder druk komen te staan. “We kunnen niet wens op wens blijven stapelen en de markt daarop aanspreken”, aldus Saris. De vorige week gepresenteerde nota van uitgangspunten van de gemeente was onder meer aangepast ten opzichte van eerdere plannen doordat de voorziene kantoorhoogbouw aan het IJ een beperkt oppervlak inneemt. De torens zouden zo een ra aanzien houden. Indien de gemeente onverkort vasthoudt aan het principe dat er geen geld op het project mag worden toegelegd bestaat volgens de wethouder echter de mogelijkheid dat er concessies moeten worden gedaan op het gebied van de volume en de kwaliteit van de IJ-oeverbebouwing.