Zwedens aanvraag

DE ZWEEDSE premier Ingvar Carlsson heeft gisteren voor de Riksdag het besluit van zijn regering toegelicht om het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap aan te vragen.

Hoewel de aantrekkingskracht van de gemeenschappelijke markt de doorslaggevende factor moet zijn geweest bij het Zweedse besluit, heeft de premier het overgrote deel van zijn uiteenzetting gewijd aan de problematiek Zwedens neutraliteitspolitiek in het licht van de Europese eenwording.

Dat deel van de regeringsverklaring versterkt de indruk dat Zweden vooral hoopt op de baten van de economische integratie, terwijl het verwacht de complicaties van samenwerking op het gebied van de buitenlandse politiek, de algemene veiligheid en de defensie op afstand te kunnen houden. Zo is de Zweedse aanvraag van het lidmaatschap van de Gemeenschap al belast nog voordat er van enige onderhandeling spr is geweest.

IN DE VERDEDIGING van de aanvraag die in feite voorwaardelijk is, wordt geprobeerd onder het zelf geschapen dilemma uit te komen door de toekomst zoveel mogelijk in een voor Zweden aantrekkelijk licht te plaatsen. Dat vereenvoudigt waarschijnlijk de verdediging van het voornemen in de Riksdag, maar het trekt tegelijkertijd een wissel op de voortzetting van de Europese integratie. Zo wordt een zwaar accent gegeven aan de waarschijnlijkheid dat essentiele besluiten van het verenigde Europa op het gebied van de defensie nog lange tijd unaniem zullen worden genomen en dat die realiteit Zweden in de gelegenheid stelt zijn neutraliteitspolitiek voort te zetten - vertaald als: afzijdig blijven in geval van oorlog door in vredestijd de machtsblokken te mijden. Maar het is een ding om unanimiteit te benutten voor het bereiken van eenstemmigheid in ingewikkelde en gevoelige zaken - desnoods over het minimaal bereikbare - het is iets anders er een barriere van te maken die iedere daadwerkelijke samenwerking bij voorbaat onmogelijk maakt.

HET TWEEDE baken waar Zweden op koerst is de Conferentie over Europese Veiligheid en Samenwerking. Dit alle Europese landen (minus Albanie) plus de Verenigde Staten en Canada omvattende overlegcollege wordt in Carlssons verklaring genoemd als een mogelijke belichaming in de toekomst van “een duurzame Europese veiligheidsorde”. Pas als die o zal zijn gevestigd, zullen “de fundamenten veranderen waarop Zwedens neutraliteitspolitiek tot dusver heeft gerust”. De andere bestanddelen van de Atlantisch-Europese veiligheidsorde willen de Zweden niet onderschatten, maar zij willen er verder niets mee te maken hebben. Dat zal een fraaie Gemeenschap opleveren.

Van Zweedse zijde zou kunnen worden aangevoerd dat toch ook kandidaat Oostenrijk een neutrale positie inneemt - en nog wel een onder Sovjet-toezicht - en dat de Europese Gemeenschap het neutrale Ierland al vele jaren in haardden heeft. Maar daarmee zou dan vooral zijn onderstreept dat het probleem van de neutraliteit van Ierland en aspirantleden niet langer kan worden omzeild.

IN DE GEMEENSCHAP wordt van uitbreiding en verdieping wel eens onnodig een tegenstelling gemaakt. Er moet van worden uitgegaan dat ieder lid en ieder kandidaatland zoveel mogelijk wil profiteren van de aangeboden integratie. Dat betekent verdieping. Uitbreiding zonder verdieping staat gelijk aan uitholling en datn niemands belang zijn. Kandidaatlanden behoeven zich niet met huid en haar uit te leveren aan de bestaande Gemeenschap. Hun eigen inbreng kan de samenwerking verrijken, maar die inbreng moet wel ter discussie kunnen worden gesteld, zoals dat ook van de bestaande leden wordt verwacht. De Gemeenschap is volop in beweging. Daarbij stuit zij soms op obstakels die onoverkomenlijk lijken. Zij wordt er niet wijzer van wanneer zij die obstakels met het toelaten van nieuwe ledeneigenerhand zou verhogen.