Spaanse top blijft buiten schot in proces om 'vuile oorlog'; 'Het belangrijkste proces sinds herstel van de democratie

MADRID, 15 JUNI. Na drie jaar van intensieve voorbereidingen is deze week in Madrid de rechtszaak begonnen tegen een commissaris en een inspecteur van politie die ervan worden verdacht leiding te hebben gegeven aan de 'vuile oorlog' tegen de terroristen van de ETA en hun medewerkers in de jaren -1986. Niet de schilderachtige figuren van playboy-commissaris Jose Amedo en zijn nerveuze adjudant Michel Dominguez op zichzelf zijn echter de oorzaak voor de grote belangstelling die bij pers en publiek voor de rechtszitting bestaat. De zaak-Amedo wordt nu al “het belangrijkste proces sinds de terugkeer van de democratie” genoemd, omdat er sterke aanwijzingen bestaan dat de twee politiemannen niet op eigen initiatief handeldenar met medeweten van hogere autoriteiten - wellicht zelfs tot aan de ministers van justitie en binnenlandse zaken en premier Felipe Gonzalez toe.

Na drie dagen van verhandelingen ziet het er echter niet naar uit dat de hoogsten in den lande iets aangewreven zal kunnen worden. Alles en iedereen lijkt samen te spannen om de juridische procedure met een sisser te laten aflopen. Amedo en Dominguez ontkennen iedere betrokkenheid bij de zogenaamde Grupos Antiterroristas de Liberacion (GAL), die zich verantwoordelijk hebben gesteld voor de dood van minstens achtentwintig mensen tijdens drieendertig acties in Frankrijk en Spanje. Dit ondanks het feit dat verscheidene van de Portugese en Franse huurlingen die wegens deze aanslagen zijn veroordeeld hen als hun opdrachtgevers hebben aangewezen en hun (ex-)vriendinnen hebben getuigd dat zij inderdaad bij de leiding van de GAL betrokken waren. Overigens zijn slechts drie van de GAL-operaties tijdens dit proces direct onderwerp van onderzoek.

Afgelopen donderdag nog werd in het Franse Pau een Portugese huurmoordenaar veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf wegens het uitvoeren van twee aanslagen in Zuid-Frankrijk, waarbij in totaal acht mensen zwaar gewond werden. Verdedigers, aanklagers en rechtbank achten bewezen dat de veroordeelde in opdracht van de Spaanse commissaris Amedo had gehandeld. De veroordeelde is, evenals twintig anderen die in Frankrijk en Portugal gevangen zn, opgeroepen om in Madrid te komen getuigen. Hij is daartoe bereid en heeft inmiddels in de Spaanse pers uitgebreid verteld hoe hij door Amedo is gerecruteerd, hoe hem door deze politieman een vals identiteitsbewijs werd uitgereikt en dat hem te verstaan was gegeven dat hij een geheime opdracht voor de Spaanse regering zou gaan uitvoeren. Wegens 'bureaucratische problemen' zal hij zijn verhaal echter naar alle waarschijnlijkheid niet in Spanje mogen doen. Om dezelfde reden, misschien ook uit onwil van de betrokkenen zelf, zullen vijf huurlingen die gevangen zitten in Portugal en vijftien anderen die in Frankrijk opgesloten zijn al evenmin gehoor (kunnen) geven aan een oproep om in Madrid te komen getuigen. De Franse autoriteiten hebben eenvoudig geen antwoord gegeven op het verzoek deze getuigen te laten overkomen. Bij de verdediging heeft dit de verdenking doen postvatten dat Spanje op zijn zachtst gezegd weinig druk achter deze petitie aan het buurland heeft gezet.

nister-president Gonzalez en minister van binnenlandse zaken Jose Luis Corcuera hoeven ook al niet voor het tribunaal te verschijnen. Op grond van hun status hebben zij het recht om uitsluitend schriftelijk op vragen van de openbare aanklager te reageren. Daarbij komt, dat de rechtbank al bij voorbaat maar liefst 22 van de 26 vragen die de openbare aanklagers aan Gonzalez hadden gesteld ongeldig heeft verklaard. Deze vragen zouden ondermeer betrekking hebben op 'internationale polie aangelegenheden' of op 'uitlatingen tijdens persconferenties gedaan' of eenvoudig buiten het kader van het proces vallen.

Een van de niet toegelaten vragen aan Gonzalez luidde: “Heeft de getuige opdracht gegeven tot het in het leven roepen van de terroristische organisatie GAL?” Indirect gaf de premier gisteren toch antwoord hierop, toen hij in de schriftelijke reactie die gisteren werd voorgelezen, betoogde niets te weten van “geboorte, werking en doeleinden vaGAL” en dat deze rechtse terreurgroep ook nooit voorwerp van officieel overleg tussen de Franse en de Spaanse regering is geweest.

Een andere belangrijke kwestie is al eerder buiten de orde verklaard. Volgens het ministerie van binnenlandse zaken is het niet mogelijk antwoord te geven op de vraag of Amedo en Dominguez voor hun werk hebben kunnen putten uit de 'gereserveerde fondsen' voor de bestrijding van het terrorisme. De bestemming van deze gelden is namelijk “om redenen van staatsveiligh geheim. Vast staat, dat de beide politiemensen over tientallen miljoenen peseta's beschikten, die zij voor een deel besteedden aan casino-bezoek, de huur van luxe prostituees en talloze reizen. Deze week verklaarden zij dat dit geld afkomstig zou zijn van commissies die verdiend werden met onroerend goed-transacties waarmee zij zich naast hun recherchewerk bezig hielden. Rechter van instructie Baltasar Garzon heeft met behulp van hotelregisters en cheques aangetoond dat Amedo en Dominguich herhaaldelijk precies op die plekken in het buitenland hebben bevonden waar zij volgens het getuigenis van de aangehouden huurlingen instructies voor aanslagen zouden hebben gegeven. Volgens de politiemensen was hun aanwezigheid daar echter steeds toevallig en meestal slechts bedoeld om vakantie te houden.

Het ministerie van binnenlandse zaken weigert, en alweer om reden van staatsveiligheid, uit te leggen waarom Amedo en Domiz over zoveel meer vakantie dan andere politiemensen beschikten en met welk oogmerk zij hun vele dienstreizen maakten. De twee zelf willen dit ook niet zeggen, omdat zij zich verplicht achten geheimhouding te bewaren.

Rechter van instructie Baltasar Garzon heeft zich ondanks deze en tal van andere vormen van tegenwerking drie jaar lang met grote vasthoudendheid vastgebeten in de zaak tegen de twee agenten. Hij is in die tijd uitgegroeid tot niet veel minder dan een nationale held. Dat is mede te danken aan de pers, die met een stroom van onthullingen gebaseerd op eigen graafwerk, de overheid destijds heeft gedwongen met het onderzoek naar de GAL te beginnen.

Duidelijk is, dat de regering-Gonzalez het liefst helemaal niet tot een proces had willen laten komen. Nu het toch zo ver is, moet de kwestie maar zo snel en pijnloos mogelijk uit de wereld worden geholpen. Zij is immers schadelijk voor het imago van Spanje en allang niet meer actueel.

De 'vuile oorlog' tegen de ETA genoot halverwege deen tachtig de nauw verholen sympathie van vele wetshandhavers, toen zij machteloos moesten toezien hoe Parijs nog nauwelijks optrad tegen Baskische nationalisten die in Frans Baskenland asiel hadden gezocht en daar in alle rust hun acties voorbereidden.

Tot voor kort weigerde Frankrijk zelfs terroristen wier misdaden bewezen waren uit te leveren. Het was in die tijd dat Gonzalez zich de verdenking op de hals haalde de contraterreur van de GAL te willen goedpraten zijn veelgesmade uitspraak: “De rechtsstaat verdedigt zich niet alleen in het openbaar en in de salons, maar ook in de riolen.” Tegenwoordig is de samenwerking tussen beide landen op het gebied van de terreurbestrijding echter aanzienlijk verbeterd. Nog onlangs leidde dat tot een reeks spectaculaire aanhoudingen aan beide zijden van de grens. Van de GAL is sinds 1987 niets meer vernomen.

Een groot aantal onafhankelijke Spaanse burgers is echter, met de familieleden van de GAL-slaJH)offers, van mening dat juist in het belang van de rechtsstaat niet alleen de daders maar ook de geestelijke vaders van in het verleden begaan onrecht alsnog moeten worden gestraft.