Rob de Nijs: een in leer gehulde macho en een subtiele womanizer in Jean Paul Gaultier-kostuum; Als je heupen 48 zijn moet je niet de jonge God uithangen

'Naai me maar. Ik ben o zo makkelijk te naaien - niemand op aarde die mijn naviteit evenaart. Elke dag stort ik me met de blik op oneindig in het leven: alles kan, alles moet, hart en ziel, go for it. En dus tuin ik met open ogen in de simpelste trucs. So what, pijn doet het maar even. Het klinkt gek uit de mond van iemand die zijn brood verdient in een fake-wereldje, maar eerlijkheid duurt het langst. Managers mogen me belazeren, platenmaatschappijen mogen me pakken waar ze willen, journalisten mogen misbruik van me maken, maar op den duur hangen ze altijd zichzelf op - daar geloof ik heilig in. Dus naai me, zo je wilt.

Mezelf beschermen is onmogelijk. Ik heb gekozen voor de emotionaliteit. Gevoel, met al zijn voor- en nadelen - inclusief buien die naar het sucidale neigen - is in mijn ogen van een hogere orde dan het rationele. Een plus een is twee...

wat kan mij dat nou schelen. Die paar keer dat ik mijn wiskunde-huiswerk deed scoorde ik een negen, maar interessant heb ik logica nooit kunnen vinden. Was het trouwens niet het systeemdenken dat in de loop van de geschiedenis tot de grootste rampen leidde? Prachtig hoe de schrijver Jorge Semprun erop wijst dat intellectuele hersenspinsels menige slimmerik tot de principieel foute keuze voor Stalin of Mao bracht, terwijl een beetje intutie had volstaan om te begrijpen dat je de andere kant op moest.

Laten we eerlijk zijn: alles in het leven wat waardevol is, blijkt irrationeel. Liefde, wat klopt er in godsnaam aan liefde? In de liefde is een plus een drie. Of 97. Of 1027.

Vrouwen durven zulke raadsels onopgelost te laten. Voor mij belichamen zij het mysterie. Songteksten van mannen vertellen verhaaltjes die keurig van A naar Z lopen. Belinda's werk bestaat uit associaties, beeldende flarden. Toen ons tweede zoontje zich ontpopte als een autistisch kind schreef ze: ''Yoshi, je bent aan het dromen, je handen open voor een wereld zonder pijn. Yoshi, jij bent gekomen, en nu moet ik jouw held in deze waanzin zijn.'' Daar kan ik het podium mee op. Vertel mij eens welke kerel zulke regels op papier zet, vertel mij welke vent na een relatie van elf jaar 'Bloed in de regen' voor zijn geliefde schrijft. Een afscheidslied - alleen al de gedachte zou mannen de stuipen op het lijf jagen. Maar voor Belinda is zoiets doen nou logisch.

Wij waren het sprookjespaar van Nederland. Zeiden ze. Wij hadden het perfecte huwelijk. Zeiden ze. Maar we trapten in een ordinaire valkuil: na verloop van tijd neem je het for granted. 'Dit zit zo goed, dit gaat door tot aan de rand van het graf', denk je. Maar alles wat je niet onderhoudt gaat stuk - relatiegewijs. De existentie van een popmuzikant lijkt op een revolutie: zij eet haar eigen kinderen, haar eigen liefdes op. Jij komt 's nachts om vier uur thuis, zij lag er al om elf uur in, jij staat rond de middag op, zij heeft de kids al naar school gebracht. Voordat je het weet woon jij geestelijk in New York en zij op Coney Island. Heel ordinair.

Wie maximaal leeft, gaat ook maximaal ten onder. Ooit hebben we de totale euforie gepakt; nu soppen we in de totale tragedie. Soit. Tegelijkertijd voel ik me idioot blij dat ik vrij ben, zo blij dat ik mezelf soms betrap op een schrikachtig gevoel van: het zal toch niet goedkomen, he. Het is precies zoals Stan Getz volgens een post mortem moet hebben gezegd: ''Op de een of andere mystieke manier eist muziek altijd weer de eerste plaats op in mijn leven''. Die sound, die optredens... als je voor de keuze wordt gesteld kies je voor het vak, niet voor je huwelijk. Heel alleen in m'n bedje denk ik weleens 'What the fuck heb ik gedaan?', maar toch: je ne regrette rien.

Ik ben nu bezig met het inrichten van een eigen stulp ergens in de Nederlandse bossen. Tot die tijd leid ik een onthecht, ontheemd bestaan. Ik zwerf. Ik slaap hier, daar, vrienden, hotels. On the road, weetjewel, haar in de wind, als een puber op drift. Forever young - de rebel.

Ik ben een kind. Ik heb plezier of ik jank. Ik ben nog steeds niet volwassen, en ik wil het niet worden ook. Wat is dat dan, volwassen zijn? Faades, rollenspel, schijnzekerheden, quasi-wijsheid. Kinderen hebben nog niet geleerd hypocriet te zijn. Rauw en puur en authentiek gaan ze overal dwars doorheen - hard maar eerlijk. Laat mij maar kind zijn.

Ik kan trouwens niet anders: elke dag is er wel weer een experiment dat me lokt, een kachel waaraan ik mijn vingers wil branden. Een tijdje terug heb ik als een kwajongen tatoeages op mijn bovenarmen laten aanbrengen. Rechts Christus en een Harley Davidson-teken, links de biddende handen van Albrecht Durer plus een paard, mijn Chinese sterrenbeeld. Betekent trouwens dat ik een laatbloeier ben, wat klopt: de afgelopen maanden zijn de band en ik per week beter geworden. Sinds ik bij Belinda weg ben, kan ik de artistieke groeistuipen nauwelijks de baas. Beng, the sky is the limit, weetjewel.

De very day na mijn vertrek stond ik voor een uitverkochte Elizabethzaal in Antwerpen. Die ochtend dacht ik nog: afzeggen. Maar tussen de soundcheck en de voorstelling voelde ik zo'n drive... Sommige stukken kwamen er bijna te echt, te bibberig uit. Bij mij werkt het verdriet als een veer: vanuit de diepte knal ik naar de top. Je moet dan wel een veer hebben, natuurlijk. Anders val je te pletter. Like Jimi Hendrix, like Janis Joplin, like Jim Morrison.

Ik ga niet kapot. Ik verdom het gewoon kapot te gaan. Kapot gaan als Elvis Presley en al die anderen is toch: karakterzwakte. Ik werk niet in Amerika, ik ben slechts een Benelux-mannetje, maar ook hier is de druk soms zo groot dat je denkt: help. Dan komt het erop aan niet te bezwijken voor de destructiedrift, de makkelijke oplossing, de dood. Ik hou van zuipen, maar ook van zingen. Net iets meer van zingen, dus kap ik soms met de booze en de hasj. Aan herone en cocane ben ik sowieso nooit begonnen. Net als Jagger bemin ik mezelf genoeg om mezelf niet naar de donder te helpen. Ik ben geen altrust die desnoods lijf en leden offert om het publiek te voeden met alweer een morbide poplegende. De verering van mensen die vroeg de pijp uit gaan... alsof ze een herosche prestatie hebben verricht! Het vergt doorgaans veel meer om te leven - dat heeft het kind De Nijs in ieder geval geleerd.

Rockende vijftigers zijn onesthetisch, roepen ze. Kretologie. Van wie is de rock and roll? Van mijn generatie! Rock and roll was jong toen ik jong was, en met mij is de rock and roll gerijpt. Als ik vandaag de dag twintigers 'Great balls of fire' van Jerry Lee Lewis hoor zingen, denk ik: fout, helemaal fout. Ik zing dat nummer met de juiste feel, ik zing dat witty, omdat het van jongsafaan onder m'n huid zit.

Als je heupen 48 zijn, moet je natuurlijk niet de jonge God gaan uithangen. Mijn conditie is fantastisch - ik ben op de reform-toer, altijd kartonnen dozen vol Spartaans vegetarisch spul bij me -, maar je zult mij nooit een beweging zien maken die ik niet kan maken. Ik haat pathetiek. Ik zoek het in de knipoog. Nooit jezelf serieus nemen, dat is het geheim. Als Tom Jones meidenslipjes naar zijn hoofd krijgt en geilig 'Let's dance' zegt, doet hij iets wat vloekt met de term dansen, maar door die blik van kijk mij nou raar doen pik je dat.

Ik zit eenderde eeuw in dit vak. Ik heb een kleine vijfhonderd songs opgenomen, een dozijn of wat gouden platen in ontvangst genomen, alle hoeken en gaten van het circuit gezien. Ik geld sinds mensenheugenis als 's lands best verkopende zanger. EMI heeft nu een contract voor zeven jaar met me afgesloten. Ik weet: ik ben goed. De eisen mogen jaar na jaar hoger worden, ik handhaaf me.

Mijn streven naar perfectie is... eh, wurgend. Effe op de automatische piloot een personeelsfeest doen - ik kan het niet. Ik moet en zal de hele club uit z'n dak laten gaan, tot en met de boekhouder die al veertig jaar achter zijn bureau zit te kniezen. Als ik op de dertiende rij van een kolkende zaal iemand lamlendig voor zich uit zie staren, krijg ik het benauwd. Af en toe ga ik zelfs live in discussie: ''Zeg maar wat je niet bevalt''.

Onzekerheid, he. Ik drijf al dertig jaar op onzekerheid. Put ik een enorme kracht uit. Voordat het losbarst even door de gordijnspleet kijken, schrikken van de rust in zo'n schouwburg, me afvragen hoe ik dat zooitje in lichterlaaie kan zetten. Het zweet zal van de muren druipen, het zal koken. Ik ga tot het bittere eind om de laatste scepticus voor me te winnen, ik rust niet voor de wereld mijn applausmachine is.

De kunst is: laat je songs vanzelfsprekend klinken. Laat iedereen denken dat het een koud kunstje is. Vorige week zei iemand tegen me dat je 'Dag zuster Ursula' binnen vijf minuten schrijft. Forget it. Het is net als met Van Gogh, net als met die ruwe zelfportretten van Rembrandt: het lijkt uit de losse pols gedaan, maar ondertussen. Voordat je zulke dingen in een keer kunt maken!

Waar ik een hekel aan heb is het gebullshit eromheen, de overdreven uitleg, de moeilijkdoenerij. Ik slaap de laatste tijd niet meer dan vier uur per nacht, lees dus veel. Als je dan ziet hoe Bashevish Singer schrijft over de joodse orthodoxie: zogenaamd achteloos, net stukkies voor de krant - terwijl het literaire hoogstandjes zijn. Of de manier waarop Renate Rubinstein een liefde neerzet... rechttoe, rechtaan, al het overbodige geschrapt... ah, dat herken ik! Omdat ik minstens zo'n goeie zanger ben als zij schrijfster was.

Arrogant, wat nou arrogant. Je kan niet arrogant zijn en tegelijkertijd in dit vak zitten. Dan los je op in je eigen air. Alle werkelijk groten zijn aardig. De bekendste roddel over mij is dat ik 's avonds het licht in mijn auto aandoe zodat ik herkenbaar ben. Onzin, ik vind mezelf niet zo bijzonder. Ik heb: een gave. Iets dat me gegeven is. Een talent. Die kracht, dat spirituele, komt wat mij betreft van God. Ik ben een gelovig mens, een bidder en een bewonderaar van Christus. Daar geloof ik in, niet in mezelf - wat ze ook mogen beweren. De werkelijke kapsones kom je tegen bij mensen die net de Soundmixshow hebben gewonnen. Die wanen zich Onze Lieve Heer in het kwadraat.

My God, dertig jaar lang draait Rob de Nijs zijn kloten af, en nog steken de 'serieuze' recensenten de draak met me. Terwijl ik altijd integer en trendsetterig bezig ben geweest. In de popmuziek waren violen op een gegeven moment hartstikke uit.

Ze drukten liever de synthesizer-knop 'strijkers' in. Jongens met Stradivariussen waren ouwe lullen. Ik ging daar dwars tegenin. Haha, wat een zwijmelende romanticus! Maar in enen komt er dan een omslag, grijpen ze weer en masse naar het echte strijkinstrument, noemen ze zich Shostakovich- en Mozart-gek. Nou, dat was ik al in 1969 ofzo.

Ach, ik begrijp het wel. Ik ben niet te plaatsen, ongegrijpbaar. Wie is Rob de Nijs? Rob de Nijs bestaat uit duizend tegenstrijdige dingen. Ik heb zoveel kanten dat ik er zelf weleens gek van wordt. Het is zoals Paul Theroux in 'Mijn geheime leven' zegt: we moeten af van de illusie dat mensen eenduidige wezens zijn. Ik ben de chansonnier van 'Malle Babbe' en de rocker van 'Hou me vast'. Ik ben liefhebber van De Beauvoirs proza en tatoeage-freak. Ik ben Boudewijn de Groot en Chet Baker, Little Richard en Brel. Ik ben een in leer gehulde macho en een subtiele womanizer in Jean Paul Gaultier-kostuum. ''De Nijs droeg een circuspakje'', noteert Boudewijn Buch dan. Meneer pretendeert de intellectuele moraal in Nederland te vertegenwoordigen, maar van haute couture - net zo goed kunst - weet meneer toevallig niks, nul.

Ik heb met Sieto Hoving gewerkt, jazz gedaan, in Oebele gestaan, aan musicals meegewerkt. Mijn publiek bestaat niet alleen uit zestienjarige gilmeiden en filtersigaretten verstokende mevrouwen van boven de vijftig. Het loopt van punker tot professor, vooral in Belgie. Ik kan niet van mensen verwachten dat ze dezelfde flexibiliteit hebben als ik, maar ik verdien wel enig respect. Lennon zei dat ieder mens het recht heeft om van dag tot dag te verschillen; ik vind dat we van uur tot uur van gedaante moeten kunnen verwisselen. Lieden die op mij afgeven worstelen vaak met het keurslijf waarin ze zichzelf hebben gewrongen. Ze zouden graag zien dat iedereen zo voorspelbaar was als zij - dan bleef de wereld tenminste overzichtelijk. Maar de wereld is niet overzichtelijk! De wereld is duister, net als wij. Lees Celine. Een duivelskunstenaar. Orgasmen van ruwheid, op het fascistische af... en toch schuilt dat kwade in ieder van ons, onontkoombaar.

Door die chaos loopt voor mij een rode draad: het zingen. Mijn wezenlijke ik is toch de zanger. Het vak voelt aan als een tweede huid. Mijn liefde voor het zingen overstijgt alles, in dat opzicht voel ik me verwant met Mathilde Santing - retegoed. Laatst wilde ik haar een briefje schrijven, maar dat laat ik dan weer achterwege. Zo iemand zit niet te wachten op een compliment van Rob de Nijs, he.

Consequente aandacht krijg ik alleen van de roddelbladen. In mijn positie is het onmogelijk geen relaties met ze aan te gaan. Welnee, ik doe het niet om de naamsbekendheid - heel Nederland herkent me al aan mijn achterhoofd. Om geld draait het ook niet, het betaalt niks, nooit. Je gaat met ze in zee als een burgemeester in oorlogstijd: wellicht valt er wat te redden als je invloed uitoefent. Met mijn scheiding in zicht ben ik naar De Telegraaf gestapt, de beste van de slechtsten.

Henk - Henk van der Meyden - is de theaterman van het stelletje, de andere leden van de boulevardpers verdringen zich als schurftige honden om de botten die hij heeft afgekloven.

Ik heb Van der Meyden overigens nooit een rat gevonden. Ook deze keer vielen er redelijke afspraken te maken: geen gelamenteer over de kinderen, geen onzinpraat over maitresses.

Toen de storm in Story opstak heb ik Henk in paniek opgebeld en om raad gevraagd. ''Als je geschoren wordt kun je het beste stil blijven zitten'', citeerde hij Romme.

Maar na al die jaren heb ik nog steeds geen eelt op mijn ziel. SH)ry heeft de smerigste zin gepubliceerd die ik ooit las: ''Rob kon het niet verkroppen dat hij binnen zijn gezin problemen moest oplossen met een niet-perfect kind''. Als er een mens was die mijn huwelijk had kunnen redden, dan wel Yoshi. Het is infaam te insinueren dat Belinda en ik uit elkaar zijn gegaan doordat zij - zwanger van een tweeling - tijdenlang met een dood kind in haar schoot moest rondlopen en vervolgens een jongen baarde die e)treem in zichzelf gekeerd was. We waren nimmer zo close als juist in die periode. Mijn advocaat heeft Story te verstaan gegeven dat we tot gerechtelijke stappen overgegaan als ze doorgaan met Freudje spelen. Ik laat me niet door de plee spoelen. Ik ben bereid om te geloven dat ik mensen kwets, dat ik slachtoffers maak, maar ik ben... mijn hemel... ik ben toch geen misdadiger? Ik kies niet voor mezelf met het oogmenderen pijn te doen, ik kies voor mezelf omdat we op de keper beschouwd niks anders hebben in dit leven. Zelfverloochening zou het einde betekenen.

Ik heb hotelkamers altijd het summum gevonden. Die anonimiteit, die leegte, de kans alles zelf in te vullen, opnieuw te beginnen - wow. En wat thuis niet kan, kan daar wel, vooral qua erotiek. Een hotelkamer is de confrontatie met je eigen naaktheid, he. Letterlijk iguurlijk. Misschien is het mijn kruis om uiteindelijk altijd eenzaam te zijn. Ja, misschien is mijn leven: het ritme van de regen, het ritme van de eenzaamheid. Verlaten en alleen - de maximale bevrijding.

Jezus jongen, wat is dit heavy.'