RANKE EN BURCKHARDT

History: Politics or Culture? Reflections on Ranke and Burckhardt door Felix Gilbert 109 blz., Princeton University Press 1990, f 36,50 ISBN 0 691 0316

De moderne geschiedschrijving heeft twee aartsvaders: de Duitser Leopold von Ranke (1795-1886), algemeen gezien als grondlegger van de kritisch-wetenschappelijke geschiedvorsing, en de Zwitser Jacob Burckhardt (1818-1897), voorman van de brede beschavingsinterpretatie, godfather van de cultuurgeschiedenis.

In de slagschaduw van deze stamvaders zien de andere negentiende-eeuwse geschiedkundige helden, zoals Michelet, Mommsen en Macaulay (om maar te zwijgen Troeltsch, Treitschke en Tocqueville) er enigszins bleekjes uit. Dat komt niet zozeer omdat zij minder goede historici waren, maar vooral omdat het contrast tussen Ranke en Burckhardt zo mooi dramatisch lijkt. Later is dat contrast vaak in felle kleuren geschetst om de tegenstelling tussen politieke- en cultuurgeschiedenis relief te geven ('never the twain shall meet', heette het altijd).

De een was immers de door Bismarck op handen gedragen professor uit Berlijn, ondanks zijn monumentgeleerdheid een exponent van het Duitse 'Bildungsburgertum', een carrieremaker en redacteur van de oerconservatieve Historisch-Politische Zeitschrift. Later ook ongewild een voorbeeld voor suspecte 'Neo-Rankeanen' die de grootsheid van Duitsland in allerlei toonaarden bezongen als een historische noodzakelijkheid. De ander was de liberale patricier uit Basel, een intellectuele Einzelganger, de bijna-kunstenaar met de gse en meeslepende visie op cultuur en beschaving.

Nog duidelijker: de een werd bewonderd door Robert Fruin, de ander door Johan Huizinga. Zo was het was een beetje het contrast tussen de Theo Laseroms en de Johan Cruijff van de negentiende-eeuwse historiografie: allebei belangrijk, maar het was wel duidelijk waar de sympathie voor de echte artiest moest liggen. ''Met die Ranke wordt het nooit iets,'' riep Hegel volgens een apocriefe overlevering al uit en Heine noemde hem burgerlijk ''wie Kalbsfleisch mit Teltower Rubchen''.JH)danks de herwaardering van Ranke rond zijn honderste sterfdag is dat nog steeds een wijd verbreide visie, hoewel minder mensen zullen hebben geproefd van zijn Geschichten der romanischen und germanischen Volker von 1494 bis 1535 en zijn Die romischen Papste, ihre Kirche und ihr Staat im XVI. und XVII. Jahrhundert dan van Burckhardts Kultur der Renaissance in Italien en Griechische Kulturgeschichte.

Dat geldt niet voor Felix Gilbert, de bekende emeritus-hoogleraar uit Princeton, die enige tijd geleden een elegant dun boekje publiceerde waarin hij deze communis opinio inzake Ranke en Burckhardt aan een nader onderzoek onderwerpt.

Na zijn beroemde To the Farewell Address. Ideas of Early American Foreign policy en Machiavelli and Guicciardini.

Politics and History in Sixteenth-Centry Florence is dit weer een sieraad, zij het van veel bescheidener opzet.

Gilbert toont aan dat het contrast tussen Ranke en Burckhardt een oversimplificatie is. Alleen al gezien het feit dat zij beiwortelen in dezelfde post-revolutionaire geesteshouding van de eerste helft van de negentiende eeuw. Bovendien volgde Burckhardt colleges bij Ranke, en niet tot zijn verdriet. Hij sprak over zijn hoogleraar als ''een man die niet genoeg geprezen kan worden''. Hoewel hij neerbuigend deed over Rankes obsessie met rang, stand en status, en hij een regelrechte hekel had aan veel van diens navolgelingen, was Burckhardt oprecht in zijn uitspraak dat zijn Berlijnse leermeeshem als eerste had getoond wat geschiedenis is. Toen hij alvast zijn eigen necrologie samenstelde (dat was toen een mooie gewoonte aan de Zwitserse universiteiten), schreef hij op dat hij ''het geluk had lof te krijgen van de grote leermeester''.

Anderzijds had Ranke ook grote waardering voor Burckhardts cultuurhistorische aanpak. Meermaals probeerde hij zijn leerling benoemd te krijgen op de in 1852 nieuw geformeerde leerstoel geschiedenis aan de universiteit Munchen, het intellectuele vlaggeschip van de koning van Beieren, met wie Ranke nauwe betrekkingen onderhield.

Volgens Gilbert was er een fundamentele consensus tussen Ranke (in zijn vroege werk) en Burckhardt, die de laatste ook wel degelijk onderkende. Volgens Burckhardt werden de eerste boeken van zijn leermeester gekenmerkt door een literaire en universele benadering van het (Europese) verleden, een benadering die erg leek op zijn eigen cultuurhistorische aanpak. Pas op gevorderde leeftijd perkte Ranke zijn blikveld in tot puur nationale geschiedenis, tot verdriet van Burckhardt. Maar uiteindelijk was volgens Gilbert de sterkste band tussen de historici dat zij beiden oog hadden voor de schatplichtigheid van de Westerse wereld aan de Europese cultuur.