Procureur-generaal Boekraad: Justitie is volgens PG in Arnhem tot enorm veel in staat

ARNHEM, 15 JUNI. Het Openbaar ministerie zou niet langer de haalbaarheid van nieuwe justitiele richtlijnen vooraf moeten bespreken met de Kring van kantonrechters.

De procureur-generaal in Arnhem mr. J.H.G. Boekraad is van mening dat de laatste maanden duidelijk is gebleken dat de zo'n tien jaar geleden tussen Justitie en de kantonrechters gemaakte informele afspraak om overleg te plegen over wijziging van de straffen bij overtredingen, niet optimaal werkt. Kantonrechters die zich in actualiteitenprogramma's verdringen om de handelwijze van Justitie te kritiseren bij zaken als de aanpak van zwartrijders en snelheidsovertreders, het is Boekraad een gruwel.

“De strijd over wat in een concreet geval een passende sanctie is, moet in de rechtszaal en niet via de media worden beslecht. Ik vind het vervelend dat er nu steeds een openbare discussie wordt gevoerd. Dat brengt het publiek in verwarring.

Laat de rechter maar beslissen en desnoods moeten we maar versneld een eindoordeel zien te krijgen van de hoogste instantie.''

Na een carriere van bijna dertig jaar bij het openbaar ministerie waarvan de laatste 11 jaar als procureur-generaal in het ressort Arnhem neemt Boekraad afscheid. Officieel gaat hij pas op 1 september met pensioen maar om, zoals hij hetzelf noemt, “klimatologische redenen” heeft hij nog voor de zomer zijn functie overgedragen aan zijn opvolgster mr. W.

Sorgdrager. In 1963 begon Boekraad, na rechter in Nieuw-Guinea te zijn geweest, als officier van justitie in Assen zijn loopbaan bij het OM. Het was een tijd die door de oud secretaris-generaal van het ministerie van justitie dr. A. Mulder -in een speciale bij het vertrek van Boekraad verschenen bundel - wordt omschreven als de periode van het 'criminaliteitsdal'. “De strafinrichtingen waren voor een derde leeg.”

In die dagen, beaamt Boekraad, had je als strafrechtelijke handhaver van de openbare orde nog de illusie dat criminaliteit een tijdelijk verschijnsel is. Een fenomeen dat verdwijnt als je 't maar hard genoeg bestrijdt. “Justitie had toen nog riante mogelijkheden. Daar kun je je nauwelijks nog een voorstelling van maken. Je hield je bezig met zaken die nu in het geheel geen aandacht trekken. Er was een uitzonderlijke aandacht voor de aanpak van verkeersovertredingen. Alles wat je als officier van justitie de politie vroeg te doen, behoorde tot de mogelijkheden. Je kreeg nooit het antwoord: we hebben geen mensen of geen tijd. We konden zelfs alle strafzaken op de zitting kwijt”, mijmert Boekraad.

Het lijkt imiddels een paar eeuwen geleden. “Het knusse intermenselijke” van destijds heeft inmiddels plaats gemaakt voor “de mensvijandige agressors en de milieuvernietigers”, constateert Boekraad. Wat daar nu precies de oorzaak van is geweest, kan hij moeilijk aangeven. Vast staat in zijn ogen wel dat de invloed die progressieve strafrechtjuristen begin jaren zeventig uitoefenden “niet bevorderlijk was voor een krachtige opstelling van Justitie. Het staat mij nog levendig voor de geest dat we discussieerden over onze eigen afschaffing.”

Ook het arrest van de Hoge Raad van 1971 waardoor het kraken van huizen niet langer per definitie strafbaar werd geacht, had volgens Boekraad “veel maatschappelijke impact”. “Toen was niet langer meer helder hoe het overheidsoptreden moest zijn. We konden niet meer duidelijk optreden omdat we zelf aan het zoeken waren. De protesten en de agressieve randverschijnselen, daar hadden we geen antwoord op. Over de strafrechtelijke waardering van een heleboel zaken werd nu voortdurend gediscussieeerd. Drugs, hard of soft, mocht dat nu wel of niet...de huisdealer...Alles werd gerelativeerd”.

Die tijd ligt inmiddels weer ver achter ons. Al “betreurt” Boekraad het dat uitgerekend de advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. J.C.M. Leijten vorige maand “een vreselijk ouderwets” pleidooi hield om het gebruik van en de handel in drugs niet langer strafbaar te stellen.

“Leijten staat ver van de realiteit. Je kunt merken dat hij niet oorspronkelijk uit het openbaar ministerie afkomstig is.

Ik vind het abject en een bedreiging voor de volksgezondheid als drugs net als dropjes bij de dogist te koop zouden zijn.

Net nu Justitie de uiterste best doet om de drugscriminaliteit met alle middelen te bestrijden, werkt het zeer ontmoedigend om publiekelijk dergelijke liberale opvattingen te verkondigen'', zegt Boekraad.

De wijze waarop het openbaar ministerie naar buiten treedt, is trouwens toch een terrein dat in de ogen van Boekraad dringend dient te worden geprofessionaliseerd. Als Justitie nu journalistieke aandacht krijgt dan is het, zoals deze week weer nadrukkelijk bleek, omdat er weer een groep verdachten door een gebrek aan middelen en mensen vrijuit gaat. En als verdachten al voorkomen en niet wegens vormfouten de dans ontspringen dan nemen ze in de gevangenis alsnog de benen. Dat karikakturale beeld verdient heftige bestrijding, aldus Boekraad.

“Bij elk parket zou een speciaal daarvoor opgeleide voorlichter moeten worden aangesteld die op een continue basis informatie geeft. We moeten bereiken dat de burger vertrouwen heeft in het apparaat dat zorgt voor de veiligheid, orde en rust. Er moet worden duidelijk gemaakt dat het openbaar ministerie een sterk apparaat is en dat we tot enorm veel in staat zijn.”

In die aanpak passen ook de in het vijfjarenplan van het OM opgenomen 'streefcijfers' waarin op de procent nauwkeurig wordt aangegeven met welk percentage strafzaken moeten worden opgelost. Boekraad wijst de kritiek van mensen die vinden dat Justitie zich met die plannen wel erg kwetsbaar maakt van de hand.

“Het openbaar ministerie kan zich niet langer veroorloven vrijblijvend bezig te zijn. Het is goed om duidelijk te maken waar we voor staan. Als straks blijkt dat we een doel niet halen omdat we bijvoorbeeld gelabbekakt hebben, dan zal dat consequenties moeten hebben. Maar het gaat niet alleen om op je donder krijgen. Als blijkt dat we streefcijfers wel halen dan kun je ook met meer recht bij de politiek middelen claimen. We moeten niet bang zijn want Justitie heeft veel te bieden.”