Nieuw onderzoek ondersteunt geologische theorie over overgang Krijt-Tertiair; 'Inslag asteroiden einde dinosauriers'

ROTTERDAM, 15 JUNI. Nauwkeurige datering van stukjes gesmolten glas gevonden op het Carabische eiland Hati vormt een sterke ondersteuning van de geologische theorie dat de plotselinge overgang Krijt-Tertiair werd veroorzaakt door de inslag van een of meer asteroiden. Als gevolg van deze inslag stierven vele dieren- en plantengroepen uit, waaronder de dinosauriers, zodat het leven een gedeeltelijke 'nieuwe start' kon maken en een groep als de zoogdieren de kans kreeg zich uit te breiden.

De stukjes glas, microtektieten geheten, zijn gevormd door het smelten van gesteente. Uit een artikel in het Amerikaanse wetenschappelijke weekblad Science, dat gisteren verscheen, blijkt dat de stukjes glas tussen de 64 en 65 miljoen jaar oud zijn, precies de overgang van de geologische perioden Krijt naar Tertiair.

Op diezelfde overgangslaag zijn over de gehele wereld sporen van het zeldzame metaal iridium gevonden. Dit metaal is zeldzaam op aarde, maar is algemeen in asteroiden, klompen gesteente die met grote snelheid uit de ruimte op aarde of op andere planeten inslaan. Dit alomtegenwoordige iridiumlaagje was dertien jaar geleden voor de Amerikaanse geoloog Luis W.

Alvarez van de universiteit van Californie aanleiding voor zijn 'inslag hypothese'. Tegelijkertijd lanceerde de Nederlandse geoloog Jan Smit dezelfde theorie op grond van zijn onderzoek aan foraminiferen, microplankton dat dikke kalklagen vormt op de zeebodem. Hij vond dat de Krijt-Tertiar overgang samenviel met een vrijwel volledig uitsterven van foraminiferen en dat daarna geheel nieuwe soorten foraminiferen de plaats van de oude innamen. Dit kon alleen verklaard worden als ook het leven in de zee plotseling en volledig van slag was geraakt.

Het zoeken naar de inslagkrater die al deze veranderingen tot gevolg had gehad, wees eerst in de richting van de zogeheten Manson-krater in Iowa (VS). De ouderdom van deze krater komt goed overeen met de Krijt-Tertiair overgang, maar de krater is vrij klein, enkele tientallen kilometers. Sinds enkele jaren denkt men nu aan een krater in het noordelijke deel van het Mexicaanse schiereiland Yucatan.

Volgens Glen A. Izett van de US Geological Survey, de auteur van het Science-artikel, bevatten de stukjes glas uit Hati veel calcium en zwavel, wat zeer ongebruikelijk is voor tektieten. Deze elementen komen echter wel veel voor als calciumsulfaat in de ondergrond van Yucatan.

Ook stukjes 'geschokte' kwartskristallen duiden op een inslag nabij Yucatan. In de diepe ondergrond is daar een krater gevonden met een doorsnede van 200-250 kilometer.