Menuhin leidt Beethoven met bezieling en tragiek

Concert: Nederlands Philharmonisch Orkeo.l.v. Yehudi Menuhin, m.m.v. Christian Zacharias, piano. Programma: Beethoven: Ouverture Leonore nr. 3 in C opus 72 a; pianoconcert nr. 2 in Bes opus 19 en Symfonie nr. 5 in c opus 67. Gehoord 14-6 Grote Zaal, Concertgebouw Amsterdam. Volgende concerten van Menuhin en Nederlands Philharmonisch Orkest op 21-6 en 28-6 in het Concertgebouw.

Terwijl Yehudi Menuhin na afloop van zijrste concert met het Nederlands Philharmonisch Orkest in de oude dirigentenkamer van het Amsterdamse Concertgebouw beminnelijk handen schudt met bewonderaars, kamt zijn in zwarte lovertjes gehulde echtgenote Diana vol moederlijke zorg zijn haar. Wanneer het bejaarde echtpaar even later gearmd in Bodega Keyzer verschijnt voor een bescheiden souper zonder vlees en vis, beginnen de aanwezigen spontaan te applaudisseren.

Menuhin en zijn Diana worden er opgewacht door een select gezelschap, maar eenmaal aan tafebben zij uitsluitend oog voor elkaar. Na 25 jaar huwelijk is de conversatie tussen Menuhin en zijn vrouw nog even geanimeerd als de dialoog die hij na een muzikale loopbaan van bijna driekwart eeuw nog altijd aangaat met de componist die hij vertolkt. Het tekent de onlangs 75 jaar geworden meesterviolist en dirigent ten voeten uit: een onuitputtelijke nieuwsgierigheid naar het wezen van zijn twee grote liefdes, Diana en demuziek.

Al in 1977 schreef Menuhin in zijn autobiografie Unfinished Journey: “Welke activiteit geeft meer voldoening dan dirigeren? Tijdens het eenzaam bestuderen van de partituur, het samenwerken op de repetities en de uiteindelijke overgave aan een golf van geluid, worden alle muzikale, intellectuele, sociale en zelfs fysieke behoeften van een musicus bevredigd.

Het is geen wonder dat de meeste dirigenten heel oud worden. Voor een violist die zijn leven heeft doorgebracht met het uitmeten van millimeters op de toets van zijn instrumentaat er een bijzondere bekoring van uit om met zijn armen te kunnen vliegen en uitvaren, zolang dat tenminste de communicatie ten goede komt (tot nu toe heb ik mijn voeten nog op de grond weten te houden). Minstens zo aantrekkelijk is de troost die het dirigeren verschaft, wanneer de violist zijn strijd tussen het op peil houden van zijn techniek en zijn voortschrijdende leeftijd als een last begint te ervaren. Zijn inspanningen uit het veren worden beloond met een toppositie temidden van de ambachtslieden, nu kan hij spelen met de uitgebalanceerde orkesten in plaats van op een weerbarstig instrument.''

Elders in het boek geeft Menuhin allesbehalve hoog op van zijn 'gebrekkige dirigeertechniek'. Maar ook al heeft hij als violist ongetwijfeld hogere toppen bestegen, toch is het een genoegen Menuhin voor een orkest te zien staan. Zelfs wanneer dat orkest zich bij vlagen zo weinig uitgebalanceerd gedraagt als gisteren het Nrlands Philharmonisch Orkest.

Menuhin opende zijn Beethoven-programma met een subtiel bedoelde maar chaotisch uitpakkende vertolking van de Ouverture Leonore nr. 3. Dirigerend volgens het principe dat de beste dingen van het leven niet afgedwongen kunnen worden, maar spontaan en min of meer bij toeval tot stand moeten komen, beperkte Menuhin zich tot het bescheiden aangeven van contouren. Maar de anti-autoritaire tederheid waarmee hij lijnen, accenten en overgangen aanduidde, inspireerde de ici slechts tot verwarring in plaats van alertheid, zodat de Ouverture Leonore in zichtbaar goede bedoelingen bleef steken.

Dirigent en orkest begrepen elkaar beter tijdens de uitvoering van Beethovens Tweede Pianoconcert, waarin solist Christian Zacharias technisch briljant en met een aanstekelijke muzikale overtuigingskracht het voortouw nam. Zo sprankelend en zangerig klonk de vleugel onder zijn handen, dat Menuhin af en toe bijna vergat datj stond te dirigeren. Zacharias op zijn beurt zal echter zelden met een dirigent hebben samengewerkt die zo goed kan volgen, openstaan en mee-ademen als Menuhin.

Daarna ontpopte Menuhin zich in Beethovens Vijfde Symfonie toch nog als een ware generaal: met verbluffende energie vuurde hij de musici van het Nederlands Philharmonisch Orkest aan tot concentratie, betrokkenheid en een warm-sonore samenklank. Het resultaat was een majestueuze lofzang op het noodlot, een organisch stromende aaneenschakeling van dramatische en lyrische momenten, een uitbundige eruptie van bezieling en tragiek.