'Laten we dansen voor het plezier'

“Bij de quickstep heb ik een figuur uitgewerkt die nog niet bestond in het rolstoeldansen”, zegt I.P.G.B. Willersen (54), leider van de Rolling Dancers in Amstelveen. “Een dansleraar die veertig, vijftig jaar in het vak zit, zei: 'Ivo, nou ben je op de goeie weg.”

“Dansen bestaat uit voorwaarts, achterwaarts en opzij bewegen. Maar zelfs een kind op een stepje weet al dat het niet zijwaarts kan. Dat element moet je aanpassen, dat is de grote moeilijkheid. Toch zijn onze dansen zoveel mogelijk gebaseerd op de officiele figuren. De Sirtaki die u hebt gezien, heb ik anderhalf jaar geleden uitgewerkt. De Sint-Bernhardwals hebben we ook op het pramma. En bij internationale danskampioenschappen voor validen in Maasmechelen begonnen we onze demonstratie met de Engelse wals. In de eerste figuur zit meteen al een spindraai. Dat is een bekende vorm in de danswereld.

“Langs de kant stonden doorgewinterde figuren die dat meteen herkenden. We kregen een enorm applaus. Het enige is dat wij niet op de tellen dansen. Wij tellen volle maten, want anders is het in een rolstoel nooit waar te maken. Vanwege de arnctie die vaak niet optimaal is. Voor spastici is het al helemaal niet bij te benen. En een probleem met elektrische rolstoelen is dat je de motor zou mollen.

“In 1975 in 'Het Dorp' heeft een groep uit Engeland een show gegeven. Daarbij waren dansleraren uitgenodigd uit heel Nederland. Alleen dansleraar Evert Castelein uit Katwijk heeft dat toen opgepakt. Hij volgde in Engeland een studie en startte in 1977 met de eerste lessen. Nu zijn er in Nederland zo'nertig groepen. Er bestaat een Stichting Rolstoeldansen Nederland, daar haal je je certificaten. In het begin heb ik ook wel meegedaan aan nationale wedstrijden, maar ik raad het de dansers af. Er is een enorme variatie in handicaps, wat het jureren verschrikkelijk moeilijk maakt. Voor mij en mijn dansers geldt altijd nog: laten we dansen voor het plezier en ga niet zo'n desillusie tegemoet.

“Ik raakte er elf jaar geleden bij betrokken, toen ik door de Stichting Rolstoesen Amstelveen werd gevraagd als secretaris.

Ik heb meteen gezegd: dan wil ik ook bewust meedoen, zodat ik weet waarom het gaat. Zo is de ontwikkeling tot dansleraar voor invaliden begonnen. Maar de dame die de groep toen leidde, trok de aandacht naar zichzelf toe in plaats van naar de invaliden. Dat zinde mij niet. Het breekpunt was toen zij vroeg of ik naar een demonstratie 'niet zo'n krakkemikkig stelletje wilde meenemen'.

“Ik ben er altijd juist vanuit gegaan bij demonstraties niet alleen mensen te laten zien die keurig rech hun rolstoel zitten. Ik heb er een wier hoofd rechtop wordt gehouden met een touwtje en een die dusdanig spastisch is dat erop de voetenplank een knop zit waarmee moet worden gestuurd.

“Op dit moment heb ik een groep van zestien, voor het komend seizoen zijn er al weer twee nieuwe bij. Ze komen uit Amsterdam, Amstelveen en Abcoude. De leeftijd varieert van 13 tot 66 jaar.

“Mijn vrouw is er bij betrokken in die zin, dat zij mij vaak mist door alle tijd die ik erin steek. Want het is uiteindelijk vrijwilligerswerk. Ik ben administrateur bij het Slotervaartziekenhuis en heb de volle medewerking van mijn baas. Ik krijg vijf dagen per jaar vrij voor het rolstoeldansen. In het reglement van veel bedrijven staat dat men een tot twee weken vrij kan krijgen wanneer men zich inzet voor gehandicapten en dergelijke. Op basis daarvan heb ik dat tien jaar geleden aangevraagd. Ik heb daar uiteraard wat documentatie bijgedaan en het leuke was dat ik op dat moment net een schrijven hvan prinses Juliana. Die was namelijk bij een les geweest en heeft nog bij me in de rolstoel gezeten.

Volgens het reglement van het ziekenhuis had ik geen rechten, maar het mocht 'op basis van de bijlagen'. Dus Juliana heeft het eigenlijk voor me geregeld.

“De eerste jaren dansten we in de therapiezaal van Amstelrade, een tehuis voor gehandicapten. Maar nadat mijn oudste dochter op dansles was gegaan, begreep ik dat het anders moest. Als ze op de lesdag thuiskwam van school was heouchen, optutten en dan een avond uit. Toen ben ik op zoek gegaan naar een ruimte buiten Amstelrade, zodat ook in mijn groep invaliden het idee zou ontstaan van een uitgaansavond.

Die gingen zich daarna inderdaad ook optutten. “In het verpleeghuis Slotervaart verzorg ik ook nog een dansles voor bejaarden. Er zit nu voor het derde achtereenvolgende jaar een man bij - ik denk dat hij tegen de tachtig is. Bij de afsluiting van het seizoen barst die man altijd in jankent. Die groep wordt geholpen door vrijwilligsters achter de rolstoel. Daarvan wordt vaak gezegd: 'Dat is geen beleving voor die mensen want die worden gedouwd.' Maar als je dan ziet hoe ze er in opgaan. Als de duwster het fout doet, dan wijzen ze daar meteen op, als ze dat kunnen.”

Foto NRC Handelsblad- Maurice Boyer I.P.G.B. Willersen, leider van de Rolling Dancers, met een rolstoeldanseres