Jeltsin heeft Russen geen luchtkastelen voorgespiegeld; Met koning Boris wordt het zwaar

Het zijn de belangrijkste verkiezingen van de eeuw geweest en dus de belangrijkste verkiezingen uit de hele Russische geschiedenis. De getrapte verkiezingen voor de Doema na de februa(i-revolutie van 1905 vallen erbij in het niet. De verkiezingen voor de Grondwetgevende Vergadering in november 1917, die Lenin indertijd ondanks zijn succesvolle bolsjewistische staatsgreep niet durfde te verhinderen en vervolgens ook nog eens verloor, hebben gezien de afloop van de gebeurtenissen daarna ook slechts verzamelaarswaarde. En toch heeft het overweldigende resultaan de presidentverkiezingen de burgers in Rusland koud gelaten.

Donderdagmiddag, nadat de centrale Kiesraad de voorlopige uitslag bekend had gemaakt en duidelijk werd dat Boris Jeltsin met meer dan vijfenvijftig procent van de stemmen in een klap het eerste rechtsstreeks verkozen staatshoofd in duizend jaar was geworden, ben ik dus tegen beter weten in de straat op gegaan. In de hoop toeterende auto's met vlaggen te kunnen zien of tenminste vrolijk debatterende en die met elkaar hun overwinning vierden. Niets van dat alles. Zelfs in Nederland pleegt een verkiezingsuitslag, die over het algemeen (bijvoorbeeld september 1989) toch niet meer verschuift dan 0,6 procent van het spectrum, meer opwinding te veroorzaken hoewel er bij ons toch minder is te veroveren. Rusland als eigentijds Westers land waar de politiek al gepasseerd is, het lijkt mooi en evenwichtig. Maar het is een probleem.

Het illustreert dat de burgers de zege van Jeltsin niet als hun overwinning beschouwen maar als iets dat is overkomen. Zo blijven ze buiten schot. Als je geen feest viert, ben je immers ook niet verantwoordelijk voor de rommel die de volgende dag moet worden opgeruimd. Maar dat moet nu juist wel gebeuren.

De rampzalige erfenis, die Jeltsin nu moet gaan beheren, heeft namelijk meer dan een curator nodig. Sterker, de hele samenleving zou zich deel moeten voelen van het curatorium ook al is het begrijpelijk dat die er na zeventig jaar pseudo-polk haar buik even van vol heeft. Op wiens schouders rust die taak nu? Op de schouders van de beweging Democratisch Rusland. Dat is een beweging die na vijf jaar perestrojka nog altijd niet meer is dan een beweging. Een beweging bovendien die haar kracht tot nu toe heeft geput uit haar verzet tegen het oude communistische bewind. Niet voor niets was Democratisch Rusland het afgelopen jaar op zijn best als er gedemonstreerd moest worden tegen ex-premier Nikolaj Ryzjkov, tegen de militaireerventie in Vilnius of tegen het overspannen openbare ordebeleid van president Michail Gorbatsjov die eind maart vijftigduizend politiemannen meende te moeten inzetten tegen honderdduizend volstrekt vreemdzame betogers.

Dat waren momenten waarop Democratisch Rusland liet zien dat het de kiemen van een nieuwe maatschappij in zich herbergt.

Maar toen dezelfde beweging afgelopen maandag opriep voor een bijeenkomst ter ondersteuning van haar presidentskandidaat Boris Jeltsin kwam er in Moskou maar een fractan de achterban opdagen. Natuurlijk, het is altijd aantrekkelijker om de straat op te gaan tegen een vijand dan voor een vriend. Het valt evenmin te ontkennen dat je via demonstraties of meetings geen burgerlijke samenleving opbouwt. Daar is wat structurelere actie voor nodig. Zoals overal is er dus ook in Rusland een verschil tussen het gedrag van de achterban van een maatschappelijke beweging en de plannen van haar leiding.

De massa wil verandering en schept daareen klimaat. De top voert uit. Die is daarmee nu bovendien ook daadwerkelijk bezig. Het Russische parlement heeft het afgelopen jaar op voorhand (voor het geval dat de democraten zouden winnen) via wetten al een hele democratische infrastructuur opgebouwd. De wetsteksten waren tot nu toe hol omdat ze in het luchtledige van de macht waren geformuleerd maar kunnen nu hun waarde gaan bewijzen.

Het economische programma van de regering van Jeltsin en premier Silajev is eveneens uiting van concrete gedachteming.

Niet voor niets wil ze haar hervormingsbeleid eerst richten op 'vrije economische zones' die als voorbeeld kunnen fungeren, en op de privatisering van de landbouw en de kleine en middelgrote industrie om pas daarma aan de zware sectoren, die bolwerken van het militair-industrieel complex die zich niet een-twee-drie laten kraken, te beginnen. In de Russische verhoudingen kan deze discrepantie tussen de emoties van de wanhoop en de beleving van de hoop niettemin rent worden. Niet omdat hiermee weer eens het cliche kan worden bewezen dat Russen altijd vol zelfbeklag waren, zijn en tot in lengte van dagen zullen blijven. Dat is een aantrekkelijke (want gemakkelijke) maar goedkope redenering. Ook al blijft het interessant je af te vragen waarom in de Russisch-orthodoxe kerk Pasen (het lijden en de overwinning op de dood) belangrijker is dan het Kerstfeest?

Maar het gebrek aan uiterlijk enthousiasme over de verkiezingsoverwinning van Jeltsin illustreert wel onder voor waanzinnige hypotheek de democratische beweging gebukt gaat.

Zij moet nu alles gaan waarmaken. Sterker, Jeltsin moet dat. Want de democraten hebben het afgelopen jaar hem tot hun enige leider gepromoveerd. Hij was immers de enige die het alternatief kon personifieren. Campagneleider Gennadi Boerboelis kan nu op een verkiezingsbijeenkomst zonder blozen een vragensteller uit de zaal, die wil weten wat dndidaat gaat doen mocht hij de verkiezingen verliezen, de hoek in sturen met de simpele vaststelling dat de vraag alleen al een 'provocatie' is. Jeltsin is aldus bijna koning geworden.

De vorst gedraagt zich verantwoordelijk. Hij heeft de bevolking tot nu toe geen al te dolle luchtkastelen voorgespiegeld. Hij verklaart steeds dat het 'zwaar' zal worden en dat de overgang naar een markteconomie zich niet in een handomdraai laat realiseren. Hij zegt dat het leven zich dus pas eind 1992 zal verbeteren.

Eind 1992? Dan al? Daar zit 'm dan ook de crux. Op eigen kracht zal het leven zich eind 1992 natuurlijk niet verbeteren. Wellicht dat de jeugd, die nu haar heil zoekt in het vrije economie, en het hogere kader in het bedrijfsleven tegen die tijd leuke resulaten zien. Dat moet niet onderschat worden. Er gebeurt in die kring van alles. Daat zit de potentiele middenklasse die het land zo node mist. Maar de massa heeft een ander perspectief: inflatie en werkloosheid.

Niet voor niets is het 'Marshallplan' dat de JH)noom Grigori Javlinski nu in Boston (Harvard) opstelt gericht op het verzachten van deze consequenties. Het Westen moet in vijf jaar 100 tot 175 miljard dollar verschaffen voor de aanschaf van consumptiegoederen en de financiering van een WW-uitkering, in ruil voor verdergaande democratisering.

Je zou zeggen: geen bankier die daarin zijn geld steekt, behalve dan als zijn overheid de risico's via de staatskas voor haar rekening neemt. De chantage van Gorbjov, die al maanden herhaalt dat chaos in de de kernmacht Sovjet-Unie chaos in de wereld impliceert, is in dat licht verstandig. Al was het maar omdat hij weet dat de democratische beweging van Jeltsin ondertussen de andere kant van de januskop opsteekt.

Die twee gezichten zijn de essentie van de coalitie die de sovjet-president en de Russische president hebben gesloten.

Maar hoe lang blijft die in stand. Wat de democratische massabeing in West-Europa in drie generaties heeft gerealiseerd, heeft Jeltsin in anderhalf jaar in het verschiet gelegd. Dat veronderstelt dat de democraten binnen afzienbare tijd meer zullen vertegenwoordigen dan de passieve achterban die ze nu nog meeslepen.

''Wie het eerst lacht, lacht het beste'' schreef de hoofdstedelijke krant Moskovksij Komsomolets gisteren over de overwinning die Jeltsins adviseur Gavril Pavlov bij de gelijktijdig gehouden burgemeestersverkiezingen had geboekt.

Op straat in Moskou zeiden zijn kiezers eergisteren desgeagd: ''we zullen zien''. Niet een keer maar consequent. ''We zijn moe'', aldus de vrouw van lichte zeden die ik er uiteindelijk in een valutabar naar vroeg. Niet bepaald een stimulerend antwoord, zeker niet gelet op haar professie.