'Je kijkt niet verder dan je proces-verbaal lang is'

AMSTERDAM, 15 JUNI. Agent Eelco verontschuldigt zich: “Ik kan niet meeeten, want er wacht nog een verdachte op me.” Niemand aan tafel kijkt daarvan op. De gemiddelde Amsterdamse agent heeft geen tijd om rustig te lunhen. Opgetrommeld door een vakbondsman zitten in de kantine van het hoofdbureau vier politiefunctionarissen uit verschillende Amsterdamse districten bijeen. De een is in burger, de ander in uniform, twee zijn agent, twee hoofdagent. Ze hebben een ding gemeen, ze zijn boos. Ze worden door personeelstekorten gedwongen ondermaats werk af te leveren. Daarom gaan ze 27 juni actievoeren.

Amsterdamse politiemensn vertrekken naar de provincie. Het aanbod van nieuwe collega's is onvoldoende om het vertrek te compenseren. Elk vertrek van een collega verzwaart het werk van de achterblijvers. Eelco moet naar een ander districtsbureau om daar een arrestant over te dragen. Bij hem op het bureau ontbrak de mankracht voor het afhandelen van deze arrestant.

Waarom verlaten zoveel agenten Amsterdam? Jan is de enige die nog in de stad woont. Maar als hij geen vrije jongen meer zou zijn, volgde hij meteen zijn collega's naar Uithoorn, Almere ofBadhoevedorp. Nico woonde tot voor kort in de binnenstad, maar het laatste jaar dat hij er woonde kon hij dagelijks, voordat hij zijn huis binnenging, “zo drie aanhoudingen verrichten”. Fred, Amsterdammer, is weggegaan “omdat er te veel criminaliteit in Amsterdam is gekomen”.

Wie kinderen heeft wil weg uit de stad. Dus pendelen ze dagelijks twee tot tweeeneenhalf uur. Dan zitten ze op het platteland en wat zien ze: “In de regionale bladen maken e zelfs melding van inbraken!” Fred: “Als ze dat in Amsterdam zouden doen hadden de kranten een aparte bijlage nodig.” Je moet in Amsterdam twee keer zo hard werken als op het platteland, vinden ze. Zonder dat daar een extra beloning tegenover staat. Terwijl in de provincie wel allerlei extra's bestaan.

De een roemt de levensomstandigheden in de provincie. “Frisse lucht, weinig criminaliteit. Je kan je raam gewoon open laten staan 's nachts.” De ander wijst op de lage huren en het feit dat je geen tijd en geld kwijt bent met heen en weer reizen.

Nee, ze vinden het niet vreemd dat veel collega's wegtrekken. Maar hun werk lijdt er wel onder.

“Wijkteams zijn een perfect idee. De politie zou dichter bij de burger komen, en door de verscheidenheid van politietaken waar de agent verantwoordelijk voor werd zou hij een generalist worden. Door het personeelstekort komt daar niets van terecht. De bezetting van een wijkteam hoort zeven a acht man plus een brigadier te zijn, maar die is op sommige plaatsengedaald tot vijf man, inclusief de brigadier. De agent in het wijkteam moest generalist worden, maar voor de basiscursus recherche die hij daarvoor zou moeten volgen kunnen de wachttijden oplopen tot vier jaar.”

Ieder kan voorbeelden geven van de werkdruk. Fred: “Begin dit jaar mochten we vier uur per maand overwerken. Dat is nu twee uur per persoon per maand geworden.” Eelco: “We zouden proberen het aantal inbraken te beperken door meer te surveille(JHren. Dat is afgeblazen wegens gebrek aan mensen.”

Nico: “Collega's hebben in hun vrije tijd kennis vergaard over een toename van autodiefstallen in Noord. Dat rapporteerden ze aan hun chef met de vraag om er een project van te maken. Daar waren geen mensen voor.” Eelco: “Ik was laatst op de fiets - in burger - en ik zag een heterdaadje. Ik riep een wagen op, maar er reed niemand op straat.”

“Een slimme crimineel kan nu rijk worden”, meent iemand. In sommige districten wordt zo weinig gesurveilleerd dat je met een scanner zou kunnen horen waar activiteit is en ongehinderd je slag kunnen slaan. “Ik weet zeker dat dat nu al gebeurt”, reageert de oudere vakbondsman lakoniek. De mankracht ontbreekt om een goed politieprodukt af te leveren, vinden ze.

Dat haalt de motivatie wel eens onderuit. En benvloedt het wegzenden van gedagvaarden omdat ze te lang hebben moeten wachten de motivatie niet negatief? Ze glimlachen.“Je kijkt niet verder dan je proces-verbaal lang is.” En de sullige manier waarop drugsdealers kunnen ontsnappen? “Dat is al bijna gewoon. Als je daar bij stil bleef staan.”

“Er is al zo ontzettend veel dat we laten liggen”, vertelt een agent die een dronken automobilist zag rijden. Hij kon er niet achteraan omdat hij een arrestant in de wagen had.

Het politiewerk verschraalt. De hoofdcommissaris scoort in de pers met het succes tegen de straatroof, maar, “wanneer doen we verkeerscontroles, bijzondere wetten checken of de naleving van de Warenwet controleren?”

De overheid wordt verweten dat zij mooie plannetjes maakt, maar vergeet dat er ook nog mensen moeten zijn die de naleving van die regels moeten controleren. Het is makkelijk op een rijtje te zetten wat de politie allemaal zou moeten aanpakken: het parkeerprobleem, de drugs, de pitbulls, geluidsoverlast, berovingen.

“Daarbij zegt Amsterdam nooit nee tegen evenementen.” De Rai, Ajax, vaak evenementen die Amsterdam geld oleveren, maar de politie geen financieel gewin bezorgen.

“Natuurlijk moet er iets aan de cellen worden gedaan. Maar het geld dat daaraan wordt besteed kan niet aan andere dingen worden uitgegeven.” Aan de behuizing van de politie bijvoorbeeld, die wordt soms erbarmelijk is. Aan de bereikbaarheid voor invaliden en bejaarden. Aan de bescherming van privacy zodat iemand die de weg vraagt niet naast iemand staat die aangifte van verkrachting doet.

Soms blijkt er wel opeens geld te zijn. Dan kunnen er voor een paar leidinggevenden opeens twee audi's komen. “Dan vraag je je toch even af waarom het geen Jetta's konden zijn.”