India vaart wel bij drugs- en goudsmokkel; Godfather Dawood Ibrahim trekt vanuit Dubai aan de touwtjes

BOMBAY, 15 JUNI. Een Indiase godfather die met de vinger aan de trekker vanuit Dubai de goudsmokkel dirigeert; verdovende middelen uit Pakistan en Afghanistan die via Bombay worden uitgewisseld voor het goud, en een regering - de Indiase - die de smokkelwaar in beslag neemt en vervolgens in opperste geldnood verpatst aan een Zwitserse bank. Een bizar waar scenario waar thriller-auteur Stephen King van zal watertanden.

India is arm. Het land heeft een Himalaya-hoge buitenlandse schuld van zeventig miljard dollar, een bedrag dat almaar toeneemt. Vier miljard daarvan bestaat uit kortlopende leningen waarvoor Delhi diep in de buidel moet tasten om de rente te kunnen ophoesten. De groeiende schuld, een slinkende reserve aan buitenlandse valuta en de politiek instabiliteit van de afgelopen anderhalf jaar, verergerd door de moord op Rajiv Gandhi vorige maand, hebben de kans op nieuwe buitenlandse kredieten, vrijwel tot nul gereduceerd.

Twee weken geleden besloot de linkse interim-regering van premier Chandra Shekhar daarom stilletjes twintig ton goud te verkopen aan een bank in Zurich. Weliswaar met een terugkeeroptie, maar Shekhar lijkt eerder bereid meer te verkopen in plaats van goud terug te nemen. Financiele bronnen in Bombay menen dat Delhi nog eens twintig ton goud klaar heeft liggen voor transactie. Als volgende week de uitslag van de algemene verkiezingen bekend wordt, waarvan vandaag de laatste ronde wordt gehouden, zal duidelijk worden of een nieuwe regering Chandra Shekhars politiek zal overnemen. De stap leidde, daar is het verkiezingstijd voor, tot scherpe kritiek zowel uit het centrum (Congrespartij) als van rechts (BJP, de Hindoepartij).

Een pijnlijke fout van Chandra Shekhar was dat hij zijn eigen minister van handel Subramaniam Swamy niet op de hoogte stelde. Swamy distantieerde zich dan ook ogenblikkelijk van de opmerkelijke goudhandel. De verkoop van “kostbare goederen van de Indiase staat” was een verwerpelijke taak, riepen de twee partijen, normaal elkaars verklaarde tegenstander, in koor. Indiase politici deden het voorkomen als een unieke gebeurtenis dat een overheid goud verkoopt. Uniek is het niet: de Sovjet-Unie heeft ooit een deel van haar goudreserves verhandeld om graan te kopen terwijl Iran tijdens de oorlog met Irak wapens met goud betaalde.

Uniek is wel de wijze waarop de Indiase overheid haar goud vergaarde. Het was niet afkomstig van de nationale bank, de Reserve Bank of India (RBI) die 332,5 ton goud in voorraad heeft of van de goudwinning - India delft zelf een schamele 1,8 ton goud per jaar - maar is geconfisqueerd edelmetaal en komt uit een grootscheepse internationale smokkel. De Indiase regering verkocht tot nu toe een deel van het in beslag genomen goud aan smeden, maar kreeg daarvoor uiteraard in roepies betaald en Delhi had juist behoefte aan harde valuta.

Naar verluidt heeft het land nu nog zeventig ton geconfisqueerd goud in voorraad. Nergens is de goudprijs zou hoog als in India. De belangrijkste reden daarvoor is de grote rol die goud speelt in het openbare leven. Een huwelijk kan niet worden gesloten zonder het aanbieden van gouden sieraden, een bruidsschat is nog steeds regel, geen uitzondering bij het sluiten van een huwelijk. Goudsmokkel was en is daarom een lucratieve bezigheid.

Goud voor drugs. Dat is de ideale deal voor de smokkelbendes die bij voorkeur opereren in het westen van het land. De deelstaat Gujarat grenst aan Pakistan, een land dat een reputatie heeft hoog te houden op het gebied van drugsproduktie en smokkel. Een deel van de verdovende middelen wordt doorgesluisd uit het volgende land in de keten, Afghanistan. De havenstad Bombay is met zijn miljoenenbevolking in uitgestrekte onoverzichtelijke woonwijken een perfecte crime-city. Het gaat niet alleen om Afghaanse en Pakistaanse drugs, India zelf is een groot producent van opiaten die officieel zijn bestemd voor de farmaceutische industrie. De autoriteiten geven zelf toe dat tien procent in het illegale circuit verdwijnt, maar niet iedereen hecht waarde aan dit cijfer.

De Nederlandse Centrale Recherche-Informatiedienst (CRI) vermoedt, zo zeggen betrouwbare bronnen in Bombay, dat zeker veertig procent van de opiaten in het veel lucratievere criminele circuit terechtkomt. Zuid-Azie is ook voor Nederland een bijzonder belangrijke regio in de drugshandel en de bestrijding daarvan. De CRI kwam drie jaar geleden al eens poolshoogte nemen in Bombay en volgende week komt een nieuw inspectieteam aan. Wat de rechercheurs precies zullen uitzoeken weten ook Nederlandse diplomaten in Bombay niet.

“De CRI? Die mensen gaan hun eigen geheime gang en stellen ons echt van niets op de hoogte”, aldus een hoge diplomaat.

Er zijn minder aantrekkelijke smokkelgoederen dan goud te bedenken en dat weet ook de Indiase regering. Sedert een aantal jaren worden douane-ambtenaren forse premies in het vooruitzicht gesteld indien zij goud opsporen. De premie kan oplopen tot twintig procent van de waarde, een betere prikkel tot speuren met de stofkam voor de doorgaans weinig ijvere Indiase overheidsdienaar is er niet. “Menig douanier wordt dankzij een aantal goudvangsten miljonair”, zegt Vijay Kumar, een economisch analist in Bombay (miljonair in roepies ben je bij honderduizend gulden).

Van wie is het goud en wat doen we ermee, heeft de Indiase o verheid zich herhaaldelijk afgevraagd. Het goud is volgens deskundigen onder andere afkomstig van overvallen en andere duistere praktijken waarvoor Dubai een belangrijke doorvoerhaven is. Teruggeven aan de onbekende eigenaars is geen eenvoudige zo niet onmogelijke zaak. Maar het benutten van het dubieuze goud zou menige regering in verlegenheid brengen. Voor India is de financiele nood zo hoog dat de regering in Delhi de hoon uit binnen- en buitenland op de koop toenam en het goud van de hand deed. “Ze zal het niet toegeven maar in feite profiteert onze regering mee van de goudsmokkel”, zegt Kumar. “Maar”, voegt hij er met een brede grijns aan toe, “bij ons wordt de gewone man er nog eens wijzer van. In Pakistan profiteren alleen de militairen, al dan niet binnen de regering, van de drugshandel.

Het meesterbrein achter de smokkel en handel in drugs in de regio heet Dawood Ibrahim, een Indiase moslim met goede banden in de omringende islamitische landen. Hij is de koning zonder kroon van de Bombayse onderwereld. Sinds de Indiase grond hem in 1984 te heet onder de voeten werd en hij naar Dubai moest uitwijken is Dawood ook een koning zonder land, maar vanuit de Golf bestuurt hij ongehinderd zijn niets ontziende bendes met de afstandsbediening. De Al Capone van Bombay is allerminst gelukkig met de huidige ontwikkeling. Een te groot deel van de buit verdwijnt in de Indiase staatskas. De misdaad is niet bedoeld tot nut van het algemeen, meent Dawood, die zint op maatregelen. Welke die zijn weet alleen hij.

Het voorspelt weinig goeds, Dawood heeft in zijn veertienjarige loopbaan als goon alles gedaan wat Allah en Shiva verboden hebben: moord, doodslag, bankovervallen en smokkel. Dawood was, toen hij nog in Bombay zat, een souteneur, gokbaas, speculant en afperser tegelijk. In zijn hele carriere heeft hij slechts negen maanden achter de tralies gezeten en het is een publiek geheim dat hij in de ambtelijke wereld zijn nuttige contacten had voor dit gelukkige lot. Dawood en andere benden huren veelvuldig Pathanen in, een uit de grensstreek van Pakistan en Afghanistan afkomstige volk dat in heel Zuid-Azie te vinden is en zich vroeger voornamelijk bezig hield met de handel in zuidvruchten. Tegenwoordig zijn de gedroogde vruchten van de papaverplant hun belangrijkste comestibles en verlenen Pathanen gewelddadige hand- en spandiensten aan wie maar wil.

De bendes van Bombay kunnen de onverschrokken Pathanen goed gebruiken in hun onderlinge vetes waarmee zij het minstens even druk hebben als met het afschudden van de dienaren der wet.

Elkaar beconcurrerende gangs zijn in hun vrijwel voortdurende strijd met elkaar verwikkeld om territoria en buit. In 1988 brak een ware oorlog uit tussen Dawoods mannen, de bende van een andere criminele grootheid Kalim Lala die inmiddels is gesneuveld en tussen afsplitsingen van beide groepen. Aan beide zijden vielen enkele tientallen doden, gangsters die zoals te verwachten valt op spectaculaire en brute wijze aan hun einde kwamen met twee moorden in de rechtszaal als hoogtepunt. Een aantal verdachten werd gearresteerd maar in oktober 1989 alweer vrijgelaten wat een nieuwe ronde van geweld opleverde.

De Indiase centrale overheid besloot toen dat het tijd was passende maatregelen te nemen. Elf maanden geleden werd de zogenaamde terrorist and disruptive activities act van kracht die het mogelijk maakt verdachten uit het circuit van Dawood Ibrahim en Kalim Lala voor langere tijd vast te houden. Zeker zestig topgangsters werden opgepakt. Het einde van het geweld was het niet, een tweede laag bendeleiders ging door met het elkaar uitmoorden. De Indiase gevangenissen zitten nu zo vol met gangsters dat binnen de gevangenismuren de liquidaties en criminele handel doorgaan.

De centrale overheid hoopt met een schaarbeweging van de anti-terrorisme wet en de premies voor douaniers een deel van het probleem te hebben bedwongen. New Delhi heeft de eigen noodzakelijke vete met de onderwereld van Bombay voorlopig in zijn voordeel beslecht. Zolang Dawood Ibrahim nog leeft of vrijelijk kan opereren is er echter nog niets gewonnen.