Importverbod pelsdieren in de maak

ROTTERDAM, 15 JUNI. Na het verbod op de import van zeehondebont binnen de Europese Gemeenschap komt er ook een importverbod voor pelsdieren die zijn gevangen met een zogenoemde wolfsklem of leghold trap. Vanaf 1 januari 1995 zal de invoer verboden zijn van bont van wasberen, bevers, hermelijnen en andere pelsdieren die met deze methode in het wild zijn gevangen.

De EG-ministers voor milieuzaken hebben daarover gisteren in Luxemburg een beginselakkoord bereikt. De zaak is overigens nog niet helemaal definitief geregeld. Vooral Frankrijk maakt nog problemen. Terwijl elf EG-lidstaten vinden dat de te verbieden klem eenvoudig omschreven kan worden met "een klem waaruit het dier zijn poot niet meer los kan maken", wil Frankrijk een juridisch meer aangescherpte definitie van het werktuig. Die tegenstelling hoopt men in de Europese Milieuraad in september te kunnen overbruggen.

Het principebesluit dat nu is genomen schuift het verbieden van zowel de klem als het bontimportverbod flink op de lange baan. De EG-commissie had oorspronkelijk voorgesteld om het gebruik van de klem en de bontinvoer al op 1 januari 1993 te verbieden. Maar vooral Duitsland was van mening dat men daarmee de Verenigde Staten en Canada te veel op de tenen zou gaan staan.

Het gebruik van de wolfsklem is zeker zo gruwelijk als het doodknuppelen van jonge zeehonden", zegt ir. M. van Campen, campagne-coordinator van de stichting Bont Voor Dieren in Nederland.

In die stichting werken Dierenbescherming samen met de stichting Lekker Dier en de stichting Kritisch Faunabeheer. De wolfsklem is niet bedoeld om dieren meteen te doden. Ze vechten uren of dagenlang, vaak onder hevige pijnen om uit de klem te ontsnappen. Stalen beugels slaan keihard om de poot. Botten verbrijzelen, spieren en pezen scheuren. Soms ziet een dier ten slotte kans om zwaargewond te ontsnappen, waarbij een halve poot in de klem achterblijft."

Een ander bezwaar tegen de wolfsklem is dat deze niet selectief is. Behalve pelsdieren komen er ook honden, katten, vogels en andere dieren in terecht. Volgens sommige schattingen zouden voor ieder pelsdier vier andere dieren het slachtoffer worden. Voor een wasberenjas, zegt Bont Voor Dieren, worden behalve veertig wasberen misschien wel 160 andere dieren per ongeluk gedood.

Amerikaanse dierenbeschermers voerden al in de jaren dertig actle tegen de wolfsklem, die in zestig landen inmiddels verboden is.

Het middel wordt nu vooral gebruikt in Canada, in de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Een importverbod op de Europese markt voor bont verkregen met wolfsklemmen heeft verstrekkende gevolgen. Het huidige voorstel betreft dertien diersoorten: bever, coyote, das, hermelijn, Iynx en rode Iynx, marter en vismarter muskusrat, otter, sabeldier, wasbeer en wolf. Tezamen vertegenwoordigen zij tachtig procent van de pelsdierenmarkt. Wilde nertsen en vossen vallen buiten het komende verbod, omdat die ook van pelsdierfokkerijen afkomstig kunnen zijn.

In Nederland werd vorig jaar voor 50 miljoen gulden aan bont verkocht.

Zestig procent daarvan was afkomstig van landbouwhuismaak dieren als konijn, geit en lam. Dertig procent kwam uit de nertsfokkerijen en maar tien procent uit het wild.

Volgens J. Geldhof van het Nederlands Bontinstituut in Amsterdam worden de meeste pelsdieren gevangen uit oogpunt van natuurregulatie. "Wasberen zijn in, de Verenigde Staten een ware plaag, de opossum in Australie ook. Dat bont is maar bijzaak. Bovendien moeten Indianen en eskimo's er van leven. Je kunt bij dertig graden-onder nul geen aardappeltjes verbouwen .

Volgens Celdhof is een invoerverbod op pelsen in 1995 hele maal niet nodig. Tegen die tijd zullen ethisch verantwoorde vangmethoden beschikbaar zijn. "Je zou kunnen denken aan pijnloze vallen en meer selectieve vallen. Op het Environment Centre in Vegreville in de Canadese staat Alberta wordt daar sinds 1983 onderzoek naar gedaan en een delegatie van de EG-commissie voor leefmilieu is daar op bezoek geweest. De dieren lopen levend in de val en worden dan afgemaakt met een geweerschot of een spuitje."

Van Campen van de Stichting Bont Voor Dieren gelooft daar niets van. "Het is echt een mythe dat je dieren op een aardige manier zou kunnen vangen. Daar schermt de bonthandel al honderd jaar mee, maar het is niet zo. Ze doen gruwelijke dierproeven. Zelfs een vos die helemaal volgens voorschrift was gestrikt moest na acht minuten met een spuitje uit zijn lijden worden verlost. Of je ze nu klemt, strikt of verdrinkt in een fuik, het blijfteven wreed, zeker als je bedenkt welk overbodig doel het uiteindelijk dient."