Het boterhammentrommeltje

In de trein - het was een uur of twaalf, het druilde over de weilanden, (ik zat me vaag zvraag te stellen waarop niemand het antwoord weet: hoe vervelend vinden koeien het als het regent?) - hoorde ik opeens vier droge tikken die me bekend voorkwamen. Als je zo'n geluid - of geur - niet meteen kunt thuisbrengen, is er een probaat middel: ogen dicht en je overgeven aan proces van vrije associatie. Dat bracht me terug naar school en naar een naam waaraan ik wel heel lang niet had gedacht: Dolf Wiemer. En dan komt het genot van die flits: het is er nog! Het is alsof er een magneet onder de rommel van je herinneringen wordt gehn. Alles valt in een overzichtelijk patroon, je hebt gevonden wat je zocht, en nog vrij vlug ook. Dolf Wiemer had een opvouwbaar boterhammentrommeltje waarin iedere dag weer zes platgeplette boterhammetjes en een mandarijnje zaten.

Anno 1991, boterhammentrommeltje in de trein, eerste klas coupe tussen Maastricht en Amsterdam? Voorzichtig keek ik om.

Daar zat een man met volle wangzakken. Hij was bezig een breed elastiek om een plat stuk blik te doen. Niet alleen han geheugen me goed bediend maar ik had ook nog gelijk gehad met het duiden van die vier bliktikken. Het zijn kleinigheden, zult u zeggen, maar ze zijn van grote betekenis voor het moreel van de reiziger. Je kunt je bij het instappen wel voornemen, aan allerlei belangrijke dingen te gaan zitten denken, een natuurkundige ontdekking te doen, een gebrek in het spoorwegrijtuig te ontdekken dat eenvoudig kan worden verholpen, met die additionele uitvinding veel geld te verdienen, en het is niet uitgesloten dahet er eens van zal komen, maar je kunt dit niet forceren. Intussen krijgen de kleinigheden de overhand.

Nu dus het boterhammentrommeltje. Mijn gedachten verschoven van de eventuele gevoelens der natte koeien naar pindakaas, hagelslag en ontbijtkoek, en vervolgens naar Menno ter Braak - gelukkig toch weer iets waarmee ik literair voor de dag zou kunnen komen - omdat hij eens een stukje heeft geschreven over de Verkadeplaatjes die je bij de koek cadeau kreeg, de aquarellen vol en Voerman. Dat stukje had hij de titel Het eetbare landschap gegeven. Intussen kruisten we de grote rivieren en dan moet ik toch altijd even aan deze twee kunstenaars denken. De Waal bij Nijmegen, een meesterwerkje; door de koekfabriek onvergetelijk gemaakt.

Op deze manier wordt de kunst niet meer door de industrie bevorderd. Er zijn geen fabrieken meer die hun produkten door dergelijke verrassingen laten vergezellen, en ik heb nu de overtuiging dat ik u precies kan vertellen het bergaf is gegaan. Het komt door het voetbal. Je hebt ook nog de lodalineflessen gehad waarin een onderdeel van een plastic scheepje door het wasmiddel zweefde. Had je ongeveer een half jaar afgewassen dan had je de zes of zeven onderdelen bij elkaar. Dat heeft sommige kinderen misschien nog de grondbeginselen van het knutselen bijgebracht. Andere fabrikanten hadden toen al de voetbalplaatjes: alle spelers van de eredivisie, genummerd. Als je tegen een begaafd kereltje toen zeesenvijftig! dan was het antwoord: Harry van Rozendonk, middenvelder, Heracles. Nadat het Nederlandse topvoetbal in de versukkeling was geraakt, heeft onze industrie de klandizie zelfs niet meer met voetbalplaatjes gelokt, voorzover ik weet.

Maar het voetbal is niet de enige oorzaak. Er zijn er nog twee: de plastic verpakkingen die niet verenigbaar zijn met het bijvoegen van kunst, en de overal verkrijgbare croquetten en frieten waardoor het Nandse fenomeen van 'het broodbeleg'

is aangetast. Er zijn nog maar heel weinig mensen die er tussen het opstaan en de deur uitgaan de tijd voor nemen, dat hele ritueel van boterhammen snijden, smeren, beleggen en inpakken voor tussen de middag af te werken. Zo hebben de croquetten, de kantines en wat je verder op dit gebied hebt, die hele beschaving van tussen-de-middag bij stukjes en beetjes - ik wil niet zeggen: verwoest, maar in ieder geval doen verdwijnen hoewel gelukkig niet spoorloos. Een van de laatste overblilen hoorde ik in de trein tussen de grote rivieren in elkaar klappen.

Kunst en boterhammentrommeltje. Ik had een verhandelingetje willen schrijven over de vraag waarom ik in Nederland altijd, goede voornemens ten spijt, me ga verdiepen in de microscopische kanten van het bestaan. Ik raakte op een zijspoor, maar nu heb ik het gevoel dat ik er toch weer op terecht ben gekomen.