Hersenspinsels onttrekken zich aan interpretatie

Tentoonstelling: Luc Deleu & T.O.P. Office, Guy Rombouts- Monika Droste, Narcisse Tordoir. Beeldende kunstenaars uit Antwerpen. T-m 14 juli in Rijksmuseum Kroller-Muller, Otterlo. Ma. t-m za. 10-17 u.; zo. 13-17 u. Catalogus (f) 13,-

Drie van de vier Antwerpse kunstenaars die in het Rijksmuseum Kroller-Muller exposeren, stellen de toeschouwer voor raadsels. Aan het begin van de tentoonstelling wordt hij geconfronteerd met het 'azart' alfabet, een visuele code waarmee de beelden van Guy Rombouts-Monika Droste 'gelezen'

kunnen worden. In dit nieuwe alfabet heeft elke letter een vorm en een kleur die met die letter begint: A Angulair, Aquamarijn; E boog, Eigeel; K Kanteel, Koraalrood enz. De azart-letters worden aan elkaar geschreven en de eerste en de laatste letter van een woord worden met elkaar verbonden zodat gesloten figuren ontstaan. Op een wit blad papier ziet het eruit als een hersensspinsel, een fijnmazig netwerk van geheimzinnige tekens die ook zonder ze te ontcijferen betekenis kunnen krijgen.

Rombouts-Droste maken verrassend veelzijdig gebruik van hun azart-alfabet. Behalve tekeningen is er een zandtapijt en aan de wand hangt een reeks beschilderde houtvormen die mij aan heraldische tekens deden denken. 'Boodschap' (1991) is een ongeveer twee meter hoog beeld dat bestaat uit vier losse letters, die gemaakt zijn van ijzeren strips. Wie azart kan ontcijferen ontdekt dat er er 'love' staat.

Azart-alfabetten zijn er in verschillende soorten en maten: gesneden in doek als hommage aan Lucio Fontana en in ijzerdraad ('26 meter betekenis'). Poetisch en lichtvoetig vond ik de 26 kleine voorwerpen op een rij met links en rechet woord op twee manieren geschreven, in gewone en in azart letters: aar, bol, col, dop, els, fok, gom... Het woord als object en als teken.

Het werk van Narcisse Tordoir is moeilijker te ontraadselen. Tordoir schildert zijn figuren recht-toe-recht-aan als een soort pictogrammen op losse panelen. Daarnaast gebruikt hij ook gezeefdrukte foto's en spiegels. Sommige beelden zijn eenvoudig benoembaar (sleutelgat, hoofd, pijp, raster), andere niet. Samenge(JHgd tot een werk ontsnapt het steeds weer aan een interpretatie.

Vanaf 1987 plaatst Tordoir zijn panelen ook loodrecht op de wand, waardoor ze niet alleen hun voor- en achterzijde prijsgeven, maar ook het aantal interpretatiemogelijkheden toeneemt. Titels geeft Tordoir niet, maar het is duidelijk dat hij vaak naar de Belgische kunstenaar Magritte verwijst, bij voorbeeld door de typische combinatie van donkerrode gordijnen met helder blauwe luchten. Ook de acht bordjes met teksten als 'Personnage oublises illusions' (personage dat zijn illusies vergeet) lijken verband te houden met een schilderij van Magritte uit 1926 waarop hij op grillige, abstracte vormen in het Frans schreef: “personage dat in lachen uitbarst”, 'horizon', 'kast' en 'vogelgeluiden'. Zo kan elke vorm - ook bij Tordoir - van alles betekenen. Staande voor de panelen die haaks op de wand hangen wordt de beschouwer zich bovendien sterk bewust van het feit dat het werk, afhankelijk van de positie die hij kiest, telkens anders is. Om het helemaal te bevatten, moet hij zich verplaatsen.

Buitenbeentje De vierde kunstenaar, Luc Deleu, is in dit gezelschap min of meer een buitenbeentje. Deleu is sinds 1970 werkzaam als architect, maar in de afgelopen twintig jaar is geen van zijn gebouwen uitgevoerd. Het blijven utopische, provocerende ontwerpen, die bedoeld zijn als kritiek op de fantasieloze lelijkheid waarmee collega-architecten en stedebouwkundigen de wereld volbouwen.

eleu's projecten krijgen vooral in kringen van de beeldende kunst waardering. Op tentoonstellingen is tijdelijk wel eens iets gerealiseerd van zijn bizarre voorstellen, zoals vorig jaar in Hoorn een brug van containers. Bij het zien van zijn andere monumentale containerconstructies, zoals obelisken en triomfbogen, overvalt mij altijd een gevoel van treurigheid: ze zijn minstens zo lelijk als de architectuur die ze bekritiH)ren.

In 1989 ontwierp Deleu met zijn T.O.P. Office (Turn On Planning) voor Barcelona twee identieke gebouwen, de ene horizontaal en de andere verticaal. Hij kreeg er wel een prijs voor, maar het is onwaarschijnlijk dat ze ooit zullen worden uitgevoerd. In Otterlo is in de aula van het oude museumgebouw - dat werd ontworpen door een andere Belgische architect, Henri van de Velde - op ware grootte een model van het trappehuis nagebouwd dat zowel in horizontale, als verticale stand begaanbaar is. Deze constructie heeft hetzelfde effect als een prent vanEscher, waarbij het perspectief ook steeds verspringt.

Het Barcelona-ontwerp past in de reeks 'Schaal en Perspectief'-projecten waar Deleu zich sinds 1980, na een bezoek aan de Verenigde Staten, mee bezighoudt. In Californie zag hij een reusachtige omgevallen sequoia-boom die hem een totaal andere ervaring van schaal en perspectief. Andere projecten die Deleu in dit kader uitvoerde waren onder andere de installatie van een complete hijskraan in een Antwerpse galerie (1981n twee hoogspanningsmasten op een plein in Gent (1986). Twee foto's geven een indruk van het eerste project.

Deze tentoonstelling is gehouden ter gelegenheid van de manifestatie 'Antwerpen in Ede'. Beide steden onderhouden sinds de Eerste Wereldoorlog, toen veel Belgische vluchtelingen in Ede onderdak vonden, vriendschappelijke contacten. Van het oeuvre van Tordoir en Rombouts-Droste krijgt men op deze aardige, compacte expositie een goede indruk, bij Deleu dat niet het geval.