GODINNEN-LEED

Voorstellingen uit de klassieke oudheid door M. Maaskant-Kleibrink 242 blz., Wolters Noordhoff - Forsten 1990, f 50,- ISBN 90 6243 107 0

Iemand vergeleek ooit eens de studie van de Klassieke Oudheid met een videoclip: de beelden worden schoksgewijs op het netvlies geprojecteerd en van een stabiele cameravoering is nauwelijks sprake, het bijgaande geluid klinkt als litanie van ontcijferbare klanken en uit de fade-ins en fade-outs van letters en teksten kan niets met zekerheid geconcludeerd worden.

Klassiek archeologen proberen vat te krijgen op die 'oogverblindende' beelden uit de Oudheid door bestudering van voorstellingen op alle antieke dragers van afbeeldingen. Mythe in beeld, het nieuwe en lijvige boek van de Groningse hoogleraar Marianne Maaskant-Kleibrink, beoogt een introductie te geven in de iconografie van de mythologische afbeelding in de Oudheid. In de inleiding verduidelijkt Maaskant-Kleibrink nog eens het in de kunstgeschiedenis beproefde scenario van de afbeeldingsexegese, zoals die aan het eind van de vorige eeuw door Aby Warburg en in de eerste helft van deze eeuw door Erwin Panofsky werd ontwikkeld. Vervolgens behandelt zij uitvoerig afbeeldingen van een aantal bekende en minder bekende figuren uit de Griekse mythologie, zoals Hercules, Hera, Pandora, Androa, Nike en Psyche. Veel aandacht is hierbij voor een aantal godinnen die gaandeweg de Oudheid wat prominentie op de afbeeldingen betreft, in het slop raakten.

Helaas ontbreekt een toelichting hoe Maaskant tot haar keuze is gekomen. Wie aan het boek begint, komt op een gegeven moment wel de formulering van haar drijfveren tegen, maar het blijft onverklaarbaar waarom ze die zo wegstopt. Temeer daar dit boek wel degelijk een boodschap heeft. Maaskant heeft een uitgesproken (feministische) visie e Oudheid, waardoor het boek in ieder geval boven het niveau van een 'introductie'

uitgetild wordt. Trouwens, mocht de lezer verwachten ingeleid te worden in de geschiedenis van de iconografische bestudering van antieke, mythologische scenes, dan komt hij bedrogen uit. Als ook nog blijkt dat van literatuurverwijzingen naar de bibliografie niet veel klopt, tekstverwijzingen naar andere gedeeltes in het boek al evenmin altijd de spijker op de kop slaan, en er bovendiook nog fouten geslopen zijn in de nummering van de hoofdstukken, dan rest slechts stilte over de moeizame stijl en de vele anglicismen die de tekst ontsieren.

Biedt dan de inhoud misschien nog enig soelaas? Wel wat, maar het houdt niet over. Door middel van nauwgezette beeldanalyses van een aantal minder prominente godinnen zoals Andromeda en Pandora, toont Maaskant-Kleibrink aan hoe deze godinnen uit hun oorspronkelijke, vooraanstaande positie zijn weggemoffeld stereotypen van de grote mannenclub die de Atheense democratie was in de klassieke periode (5de eeuw voor Christus). Daardoor werden zij, volgens haar, instrumenten van de seksistisch ingerichte antieke mannenmaatschappij. Door het thematisch bestuderen van beeldreeksen illustreert zij hoe deze anti-vrouwelijke ontwikkeling als een rode draad door de gehele klassieke oudheid kronkelt.

Het is jammer dat Maaskant-Kleibrink in Mythe in beeld nog te veel alleen op het niveau van de afbeelding redeneert ear standpunten weinig historisch onderbouwt. En dat terwijl juist door oud-historici de laatste jaren zoveel ophefmakend onderzoek naar de vrouw in de oudheid is gedaan. Zo constateert Maaskant-Kleibrink - op het beeldniveau - dat de vrouw in toenemende mate in de Oudheid als lustobject werd beschouwd en gebruikt, maar ze stelt zich niet de vraag hoe een dergelijke ontwikkeling verankerd koken in de antieke samenleving.