Geen onderhandelingen meer over ereschulden

DEN HAAG, 15 JUNI. De Nederlandse regering blijft bij haar standpunt dat zij niet bij de Japanse regering kan aandringen op het heropenen van onderhandelingen over schadeloosstelling aan voormalige Nederlandse burger-genterneerden in Japanse gevangenkampen. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Van den Broek van buitenlandse zaken dat de toenmalige regering in 1956 in een Japans-Nederlands protocol afstand heeft gedaan van verdere aanspraken tot schadevergoeding.

Vertegenwoordigers van ex-genterneerden, in het bijzonder de Stichting Japanse Ereschulden, dringen al enige tijd met hernieuwde inzet aan op heropening van de onderhandelingen met Japan. Daarbij worden bedragen genoemd van 20.000 dollar schadevergoeding per persoon. De grotere activiteit van de ex-genterneerden heeft ook te maken met het bezoek van koningin Beatrix aan Japan komende herfst.

Japan betaalde destijds 10 miljard dollar (tegenwaarde 38 miljoen gulden in die tijd) aan Nederland, hetgeen leidde tot een uitkering aan voormalig burger-genterneerden van 415 gulden per persoon. Voormalig krijgsgevangenen hadden 264 gulden gekregen. Nederland was het enige land dat een dergelijke regeling voor zijn burger-genterneerden wist te bedingen.

Op de achtergrond bij die regeling speelde, volgens minister Van den Broek, sterke druk van Amerikaanse zijde om af te zien van het op grote schaal eisen van herstelbetalingen. De Amerikanen wezen daarbij op de ervaringen van na de Eerste Wereldoorlog, waarbij aan Duitsland zulke hoge herstelbetalingen werden opgelegd, wat leidde tot een sterke animositeit bij de Duitse bevolking, die door Adolf Hitler werd uitgebuit.