Een boom met onbekende vruchten

Het bedrijfsleven, de overheid en vele instellingen lenen op allerlei manieren geld van banken, verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en andere gelduitleners om hun behoefte aan werkkapitaal te dekken. De uitleners ontvangen in ruil voor hun bereidwilligheid een of meer keren per jaar een van te voren afgesproken vergoeding, de zogenaamde rente.

Veel leningen worden tussen de betrokken partijen en eenbemiddelaar onderling en ondershands geregeld via een niet openbare, vooral telefonisch onderhouden, markt waarin zo'n dertig tot vijfendertigmiljard gulden per jaar omgaat.

Een deel van de leningen is wel openbaar en wordt onder de naam obligaties uitgeschreven via de Effectenbeurs. Vooral de Staat is daarkind aan huis. Na de eerste uitgifte (emissie) wordt er iedere dag gehandeld in staatsobligaties. Op de Top 25 Obligaties over de eerste vijf maanden van dit jaar komen alleen maar staatsleningen voor.De handel in obligaties van bedrijven en instellingen is dus minder druk.

Een obligatie is een rustige belegging, voor de (middel)lange termijn,die eens per jaar rente uitkeert en aan het eind van de rit wordt terugbetaald door de geldlener.

De 8 procent staatslening van dit jaar bij voorbeeld, die in het jaar 2006 aflost, heeft een looptijd van 15 jaar en betaalt iederjaar op 1 juni, per obligatie van 1000 gulden, 85 gulden aan rente (8procent van 1000). De in een jaar ontvangen rente is tot 1000 gulden per volwassen persoon en 500 gulden per kind vrijgesteld van inkomstenbelasting. Koop je, als paar, voor 23 duizend gulden aan '8-ers' dan is de totale rente IB-vrij.

Wie meer opzij wil zetten voor later, maar niet meer dan 2000 guldenaan rente wil ontvangen, kan obligaties met een lager rentepercentage kopen. Bij voorbeeld voor 33 duizend gulden nominaal de in 1988 uitgeschreven 6 procent staatslening die in 1996 wordt afgelost.Een bijkomend voordeel van die lening is de lagere aanschafprijs (de rente is immers lager dan het peil van nu) van bijna 30 duizend guldenen op 15 mei 1996 het IB-vrije verschil (koerswinst) tussen de koopprijs en de nominale aflossing van 33 duizend gulden.

Veel beleggers proberen iets meer te verdienen dan de markt aan risicoloze rente op staatsleningen, in guldens, biedt.

Bijvoorbeeld door geld uit te lenen (door obligaties te kopen) aan een debiteur (bedrijf of instelling) die minder glanst dan de Staat der Nederland. Of door het kopen van obligaties in de muntsoort van landenmet een verleidelijk hogere rente dan de onze, zoals Australie enGroot-Brittanie. Je koopt dan eerst de vreemde valuta, tegen eenbepaalde koers, en daarna de obligaties. Met de ontvangen rente en aflossing(en), in vreemde valuta, worden weer guldens gekocht tegen een nog onbekende toekomstige koers. Wanneer die koers lager is dan de huidige aankoopkoers (van de vreemde valuta) levert debelegging een verlies op, dat zelfs groter kan zijn dan het voordelige verschilin rente.

Het kan ook anders. Wie de twee duizend gulden aan jaarrente ophet obligatie-appeltje voor de dorst niet nodig heeft, kan ze beleggen in een voor belastingplichtingen aantrekkelijke gemengde verzekering (of een constructie die daar op lijkt) met eenlooptijd van 15 jaar, net als de 8 procent obligatie.

De keuze voor een verzekeringsvorm en maatschappij die deontvangen jaarpremie van twee duizend gulden niet-risicoloos belegt, om een flink hoger rendement te behalen, lijkt een zinvolle aanvulling op de obligaties. Die belegging is immers onderhevig aan bederf,omdat de waarde van de aflossing, over 15 jaar, door inflatie is verminderd.Het mogelijk hogere rendement van de verzekering kan de inflatie compenseren.

Het Koersplan van het spaarkasbedrijf Spaarbeleg in Nieuwegeinbelooft deelnemers na 15 jaar leven een IB-vrije uitkering van 83.500 gulden, als de beheerders van de kas er in slagen om over de looptijd van 15 jaar een netto gemiddeld rendement te behalen van 12 procent. (De hoogte van de vrijstelling kan veranderen door een wijziging in de wet per 1 juli a.s.). Bij voortijdig overlijden keert Spaarbeleg de betaalde premies vermeerderd met 4procent rente uit. Het is niet gegarandeerd zeker welk bedrag zal worden uitgekeerd op de einddatum.

Wanneer de boom groeit als verwacht, levert de investering (in de 8 procent lening) van 23 duizend gulden over 15 jaar 106.500 aan belastingvrije vruchten op. Vergelijkbaar met een jaarlijkse rente van10,75 procent op de investering. In het meest ongunstige(theoretische) geval, dat Spaarbeleg alle betaalde premies (30 duizend gulden) zou verspelen, worden toch de obligaties afgelost. De boom blijft dus staan, maar werpt geen vruchten af.

Door aan de verzekering een lijfrente-clausule te verbinden - de belofte aan de belastingdienst dat van het eindkapitaal eenpensioen zal worden gekocht -zijn de premies aftrekbaar van het inkomen. Zo helpt de fiscus mee om de kwaliteit van de vruchten te verhogen.