De verklaring van de eeuw

Meer dan twee maanden lang hebben ambtenaren op het Zweedse ministerie van buitenlandse zaken gezwoegd op de zeven velletjes die premier Carlsson gisteren in de Riksdag voorlas. Maar de “belangrijkste regeringsverklaring van de eeuw”, zoals de premier zelf zei, was dan ook gericht op twee categorien luisteraars die elk een tegengestelde boodschap moesten horen.(EHet Zweedse volk diende te worden gerustgesteld dat de bijna tweehonderd jaar gekoesterde neutraliteit bij toetreding tot de EG niet zou worden opgeven. Terwijl de toekomstige Europese partners juist moesten weten dat die eigenzinnige neutraliteit Zweden niet belemmerd met de EG de wereld in te gaan. En het staat er allemaal in.

De eerste regels, de eerste alinea's, nee, bijna alle zeven pagina's gaan dan ook niet over de redenan Zwedens toetreding tot de Gemeenschap. Ergens achterin staat nog wel dat het land als lid van de EG positief kan bijdragen aan de ontwikkelingen in Europa, al hielden achtereenvolgende sociaal-democratische regeringen tot oktober vorig jaar vol dat Zweden juist buiten de machtsblokken een positieve rol kon spelen.

Maar geen letter over de dreiging dat de Scandinaviers na 1992 dreigden te worden buitengesloten van een grote Europese binnenmarkt. Geen woord over de grote Zweedse bedrijven die meer ginginvesteren in de lidstaten van de EG dan in eigen land. Geen regel over hoe dit de machtige Zweedse vakbonden zoveel zorgen baarde dat zij van Zweden ook maar een EG-land wilden maken, en hoe de regerende sociaal-democratische partij zich zo ten slotte moest bekeren tot de voorheen verfoeide 'kapitalisten' in Brussel.

Het dogma luidde tot voor kort dat toetreding tot de EG onverenigbaar was met de traditionele neutraliteitspolitiek, en Carlsson besteeddeteren dan ook wel aandacht aan de verdwijning van het Warschau pakt die de economisch noodzakelijke toetreding nu mogelijk maakt. De organisatie waar Zweden zich bij wil aansluiten is van Oost-Europa of de Sovjet-Unie geen vijand meer. De kans op oorlog tussen de supermachten is heel klein geworden. De voorwaarden voor de totstandkoming van een verenigd, welvarend en vreedzaam Europa zijn aanmerkelijk verbeterd.

Verder bestond de regeringsverklaring over de plaats van Zweden in de EG uit vaardig geformuleerde paragrafen over de neutraliteit. Carlsson bevestigde dat Zweden na toetreding volwaardig mee zal doen aan initiatieven tot politieke eenwording en ook de mogelijk vergaande uitkomst zal aanvaarden van de onderhandelingen over de aanpassing van het EG-verdrag waarin de EG-lidstaten op dit moment zijn verwikkeld.

Maar zo'n vaart zal het heus niet lopen, suste de premier meteen. Waarschijnlijk zullen in de toekomst bepaalde buitenlands politieke kwesties bij meerderheorden beslist, maar dit zullen geen onderwerpen zijn die de veiligheid van de landen betreffen. De EG discussieert weliswaar over meer militaire samenwerking, maar de meeste lidstaten en de Verenigde Staten zijn hier tegen.

Als er uiteindelijk een gemeenschappelijk buitenlands of veiligheids- beleid wordt geformuleerd, “kan worden aangenomen dat er rekening wordt gehouden” met de lidstaten die niet mee willen doen, onderstreepte Carlsson her(aaldelijk. Geen moment zei hij dat Zweden per se een van die tegenstribbelende lidstaten zal zijn. Nee: “Als in de toekomst een duurzame Europese veiligheidsorde is gevestigd, gestoeld op bijvoorbeeld de CVSE, dan zullen de funderingen waarop Zwedens neutraliteitspolitiek tot nu toe is gebaseerd, veranderen.”

“Wij zullen nog steeds de mogelijkheid hebben de Zweedse opvattingen uit te dragen over zaken die ons aan het hart gaan”, aldus Carlsson. “Het voordeel ligt in de mogelijkhenze opvattingen te doen tellen binnen de EG en ze zo veel meer gewicht te geven dan wanneer we buiten de EG zouden optreden. De voornaamste achteruitgang is dat Zwedens buitenlands politieke profiel niet zo makkelijk te identificeren zal zijn als eerst.”

Buiten op de straten van Stockholm gaat de verkoop verder. Op reclamezuilen hangen kleurige affiches die 'de sociaal-democratische Gemeenschap' aanprijzen. De vakbonden en de bevriende sociaal-democraten prediken de bohap dat via Brussel betere rechten voor werknemers kunnen worden bevochten. De rechtse partijen en de werkgevers juichen het naderende lidmaatschap juist toe als het definitieve einde van het door hun al jaren verfoeide 'Zweedse model'. De kleine maar groeiende Christendemocratische partij verwacht eindelijk steun bij zijn verdediging van het traditionele gezinsleven en de horeca hoopt op verlaging van de belasting op alcohol. Zo heeft iedereen zijn eigen boodschap. In Zweden is de grote meerderheid voor toe(JHding tot de EG. Wat het precies betekent, merken we in 1995 wel.