De Schengenmentaliteit

SCHENGEN NOOPT ons land niet tot beleidsaanpassingen die als essentieel kunnen worden aangemerkt.

Dit bonden de bewindslieden Dankert (buitenlandse zaken) en Kosto (justitie) rond Kertsmis de Tweede Kamer nog eens op het hart. Het belooft nu een van hun belangrijkste verkoopargumenten te zijn om hun dwarse partijgenoot Van Traa af te brengen van zijn recente oproep om de onderhandelingen over de uitvoering van het omstreden verdrag van Schengen opnieuw te openen. (EAls bewijs dat Schengen helemaal geen uitverkoop betekent van belangrijke Nederlandse waarden en inzichten wordt gewezen op het drugsbeleid. De genuanceerde Nederlandse benadering wint internationaal weliswaar aan waardering, maar staat toch onder druk - niet in de laatste plaats van Duitse zijde. Maar uiteindelijk hebben we volgens de officiele lezing onze gedifferentieerde aanpak dan toch mooi overeind kunnen houden, binnen Schengen en toch met Duitsland erbij.

HET ONDERSCHEID tussen harde en zachtegs, dat we net zo hard binnen Schengen heten te hebben bevochten, hoeft nu opeens niet meer van de justitiele werkgroep Drugstoerisme. Deze adviseert lastige buitenlandse gebruikers zonder onderscheid terug te sturen voor berechting in hun eigen, minder tolerante, landen. Maar dat kan volgens deze beleidsmakers alleen als wij de eigen gebruikers op dezelfde manier aanpakken. Het gaat om de overlast en niet om het onderscheid tussen soft en harugs, aldus het advies.

Een dergelijke U-bocht mag wellicht passen in de opbloeiende justitiele beleidscultuur, maar voor niet-ingewijden is dit moeilijk te volgen. Kern van het onderscheid tussen harde en zachte drugs, en tussen gebruikers en handelaren, is dat het element van overlast is ingecalculeerd. Niet om het blijmoedig te aanvaarden, maar om er afhankelijk van de verschillende categorieen op geeigende wijze mee om te springen. Dus geen botte straf op bezit voor eigen gebruik, zeker niet van soft drugs, maar een combinatie van ordemaatregelen en hulpverlening.

DE LELIJKE DRAAI die de justitiele drugs-werkgroep aan Schengen geeft, staat naar valt te vrezen niet op zichzelf. Zo heeft de regering ook steeds een punt gemaakt van de mogelijkheid die de Uitvoeringsovereenkomst biedt om zich de bevoegdheid voor te behouden bepaalde asielverzoeken toch zelf te behandelen, ook al horen ze formeel elders thuis. Maar volgens deskundigen wil Nederland dat nu in nadere regelgeving uitsluiten.

Het Amerikaanse weekblad Time typeerde dit soort tournures als volgt: “Schengenland is not so much a country as a state of mind”. Het is deze mentaliteit, meer nog dan de letterlijke teksten, die de aanvaarding van Schengen in Nederland in de gevarenzone heeft gebracht.