Bush: vrede in M-Oosten mogelijk

WASHINGTON, 15 JUNI. De Amerikaanse president Bush vindt dat nu het moment is gekomen waarop de Verenigde Staten hun toegenomen geloofwaardigheid moeten aanwenden om Arabieren en Israeliers ertoe te bewegen hun geschillen bij te leggen. Dat zegt de president in een vraaggesprek met Trude B. Feldman.

Hoewel de Israelische premier Yitzhak Shamir het jongste Amerikaanse voorstel voor een vredesconferentie heeft verworpen, is er volgens Bush toch sprake van een verbetering in zijn persoonlijke relatie met Shamir. De Verenigde Staten zullen Israel niet bedreigen of intimideren, zegt Bush, maar de groei van de nederzettingen op de westelijke Jordaanoever “draagt in het geheel niet bij” tot de vredesbesprekingen.

“Als we streven naar vrede kunnen we altijd proberen om nog bestaande complicaties uit de weg te ruimen, maar het voortdurend bouwen van nieuwe nederzettingen, in weerwil van het Amerikaanse beleid, bevordert de vrede niet. Ook sommige van Israels trouwste aanhangers beseffen dat. En uit de opiniepeilingen blijkt dat velen in Israel het ook beseffen.”

President Bush zegt dat hij niet akkoord zal gaan met de intrekking van de VN-sancties tegen Irak zolang Saddam Hussein aan de macht is. Het feit dat de Iraakse president nog altijd de macht in handen heeft, zo voegt Bush daaraan toe, is een “grote teleurstelling”. Toch verdedigt hij het besluit dat er geen troepen de Iraakse hoofdstad Bagdad werden ingestuurd om Saddams bewind omver te werpen. “Als we dat gedaan hadden”, zegt Bush, “zouden we waarschijnlijk verstrikt zijn geraakt in een afschuwelijke stadsguerrilla.”

In zijn eerste persoonlijke interview over het Midden-Oosten sinds de oorlog in de Golf vertelt Bush hoe hij meent dat die regio zou passen in zijn “nieuwe wereldorde”. En hij bespreekt de gevolgen van zijn beslissingen tijdens de oorlog in de Golf. “Wij beoogden geen onmiddellijke democratisering in Koeweit; we beoogden niet het veranderen van het levenspatroon in de regio; we beoogden niet Israel te dwingen tot iets wat het niet wilde”, aldus Bush. “Wat we wel beoogden was duidelijk, en is ook duidelijk gezegd. En nu zijn er allemaal spijtoptanten vanwege de wreedheden tegen de Koerden en om andere redenen, zoals wreedheden tegen de shi'ieten in het zuiden. Zij zeggen dat we het anders hadden moeten doen. Het zijn vaak politieke tegenstanders die nooit geweld hadden willen gebruiken...

“Ik betreur de gevallenen, maar onze strijdkrachten hebben schitterend werk geleverd. Dat er nu, achteraf, allerlei kritiek komt, daar trek ik me niets van aan. Het Amerikaanse volk weet heel goed wanneer iets goed is, wanneer het patriottisch is.”