Beiroet (2)

Korte inhoud van het voorafgaande: uw verslaggever begeeft zich, in de jaren zeventig, naar Beiroet, Zuid-Libanon en addad-land.

Het Hotel Commodore, Beiroet, heeft alles wat je kent van John le Carre en Graham Greene. Ik zit op dezelfde verdieping als Carre beschrijft in The Secret Pilgrim en ik kijk uit mijn raam naar de oostzijde van de stad. In het noorden kan ik nog net de grote uitgebrande hotels zien, de enig hoge gebouwen, nu nutteloze geraamtes tegen de avondlucht. De stad is onrustig: er zijn vliegtuigen gesignaleerd en vliegtuigen voorspellen weinig gods. Voor de kust, vanaf de boulevard goed te zien, liggen twee Israelische oorlogsschepen, gepavoiseerd, om het nog erger te maken. Onophoudelijk schieten de verschillende facties vanuit hun kustopstellingen - meestal een geconfisqueerd hotel aan zee - op de schepen, maar die liggen zo'n 50 meter buiten de reikwijdte van de wapens zodat het lijkt of ze doel treffen, maar ze bespatten hooguit de railing.

Beneden me ligt het verlaten zwembad, tegenover het hotel zitten nog wat mensen op hun balkon. Als de vliegtuigen dichterbij komen gaan ze allemaal naar binnen, en ik vraag me af of ik, bij een luchtaanval, zo recht uit mijn kamer in het zwembad gezwiept zal worden, maar ik blijf wel kijken als de tracer bullets vruchteloos omhoog vliegen en ik weet, en de Israeli's weten, net als bij de schepen, dat het bereik van het verouderde luchtafweergeschut, opgesteld op een open vrachtauto, te klein is en dat ze bovendien bediend worden door veertienjarigen.

Gisterochtend, om half acht, ging de telefoon en een Nederlandse stem zei: goedenmorgen. Ik sprong overeind. Ik kende niemand in Beiroet. Met wie spreek ik? De rest kwam in het Engels. Het was de door-Defensie-aangeraden-taxichauffeur, die het 'goedenmorgen' nog kende van andere Nederlandse bezoekers, maar het verder met gebroken Engels moest stellen.

Diezelfde middag reed hij me rond, eerst naar de PLO, daarna naar een PLO-ziekenhuis, vervolgens naar de paardenrennen. Hij was, wat in Nederland heet 'aan de prijs', maar een bron van informatie, een goede begeleider op het oorlogscorrespondentenpad, onontbeerlijk voor de nodige contacten, behalve dan in het christelijke noorden want daar kon hij, als moslim, niet komen. Vanmorgen om zes uur, bleek hoe goed zijn contacten wel waren. De telefoon ging weer.

''Opstaan'', riep hij, ''ik kom je over 20 minuten halen. De zaakgelastigde van Jordanie is vermoord.''

Verdorie, dat was nog 's wat. Veel roadblocks sliepen nog, dus we waren snel ter plaatse. Hij bleef beneden staan terwijl ik me langs de veiligheidsman aan de deur drong. Ik was de eerste journalist ter plaatse. Voorzichtig liep ik over het gebroken glas van de deur naar het kantoor, net op tijd om de brancard te zien wegdragen met het slachtoffer. Hier lag hij, wees een rechercheur behulpzaam, maar even later werd ik bijna in de boeien geslagen en op tijd gered door mijn taxichauffeur die immers kon getuigen dat ik na de daad gearriveerd was.

Voorzichtig mijn aantekeningen beschermend hing ik daarna aan de grote telex in de hal van het Commodore, rechts naast de papegaai. Op dit uur was er weinig nieuws zodat ik vrij spel had. Geen pottekijkers. Snel seinde ik mijn bericht door. 's Middags trof ik in de lobby een paar doorgewinterde correspondenten die me snel op de hoogte brachten van de do's en don'ts in Beiroet. Hoe je de 'groene lijn' over moest, waar je koffie kon drinken, welke wijken je echt moest mijden, en dat het onmogelijk was om een Amal-roadblock te fotograferen.

Nu had ik, op zoek naar het adres van de betrouwbare taxichauffeur, inderdaad een Amal-roadblock gezien, vier straten verderop, op weg naar Hijack Corner, zoals de langzame zuidbocht van de strandboulevard heette, zo langzaam dat je daar gemakkelijk tot stoppen kon worden gedwongen om meegenomen te worden door een van de vele ondoorzichtige strijdende partijen. Iedereen met een Westers gezicht komt in aanmerking. Voor de zekerheid vroeg ik het nog aan een Italiaanse fotograaf, want die zijn bekend om hun moed. Nee, niemand heeft een foto van een Amal-roadblock.

Mooi zo. Nog geen dag in Beiroet, maar dit vroeg om onderzoek. Dus Nikon in de zijzak van de regenjas (de meeste fotografen dragen jacks, dus een regenjas helpt) en op naar de Amal. Ik begon eerst maar met zogenaamd naar een adres te vragen, wat gelukkig onbekend was. Daarna legde ik uit dat ik een toerist (!) was op doorreis naar Cyprus, maar gestrand in Beiroet. En wat of er allemaal aan de hand was, waarom, bijvoorbeeld, staat u hier. Ik kreeg nu de partij-ideologie van een van verderop gehaalde hogere, toonde inzicht in hun standpunt en vroeg of ik een foto mocht maken, als souvenir. Ja hoor. Ik sta er zelf tussen en een mindere 'neemt' ons. Foto!

Toen ik later de krant belde meldde ik opgetogen mijn huzarenstukje. Een wat? Een foto van een Amal-roadblock! Van een wat? Amal-roadblock. Zo. Ja. Mooi. Heeft het haast? Ik beloofde de foto mee te nemen naar Nederland, later.

Ik wist toen gelukkig nog niet dat noch de Amal-foto noch de 'scoop' van de vermoorde zaakgelastigde ooit in de krant zou komen. Ze hadden in Nederland wel wat anders aan hun hoofd.

Jordanie? Amal? Daar hebben we het vorige week al over gehad. Maar niettemin bedankt hoor.

(Wordt vervolgd)