Advies: verslaafden na arrestatie in hun eigen land vervolgen

ARNHEM, 15 JUNI. Het gebruik van en de handel in soft- en hard drugs moet streng worden aangepakt wanneer verslaafden overlast veroorzaken. Ook moeten buitenlandse verslaafden die in Nederland worden gearresteerd in hun eigen land worden vervolgd. Dit stelt de werkgroep Drugstoerisme van het openbaar ministerie in een advies aan de vergadering van de procureurs-generaal bij de gerechtshoven.

De voorstellen van de werkgroep zijn gericht tegen overlast van buitenlandse drugsgebruikers maar gelden ook voor Nederlanders. Overlast door verslaafden moet volgens de werkgroep worden bestreden met een gentegreerde aanpak waarbij strafrechtelijke en bestuurlijke middelen worden gecombineerd.

Binnen zo'n gentegreerde aanpak moet bijvoorbeeld strafrechtelijk worden opgetreden tegen het bezit van kleine hoeveelheden drugs. Dit wordt op dit moment toegestaan omdat het Nederlandse drugsbeleid vooral gericht is tegen de grootschalige handel in (hard-)drugs.

Het voorgestelde strenge anti-drugsbeleid laat volgens de werkgroep de huidige Nederlandse aanpak van de handel in drugs onverlet. Deze aanpak maakt een scherp onderscheid tussen handelaren en gebruikers van verdovende middelen en tussen soft en hard drugs. Maar door de invalshoek te kiezen van de overlast die gebruik van verdovende middelen kan veroorzaken vallen die verschillen weg: “Het onderscheid tussen softdrugs en harddrugs hoeft bij de bestrijding van overlast niet te worden gemaakt”, aldus het advies, want de overlast is voor de burgers in beide gevallen even groot.

Volgens de werkgroep kan het huidige Nederlandse drugsbeleid na het wegvallen van de controles van de grenzen “onder druk komen te staan” wanneer Nederland niet adequaat toeziet op handhaving van het drugsbeleid. Dit is ook afgesproken in het kader van de uitvoeringsovereenkomst bij het verdrag van Schengen.

Volgens de werkgroep Drugstoerisme komen dagelijks “enige honderden buitenlandse verslaafden naar Nederland” om verdovende middelen aan te schaffen. De werkgroep werd begin vorig jaar ingesteld mede naar aanleiding van bewonersprotesten in de Arnhemse wijk Klarendal tegen de overlast die voornamelijk Duitse drugstoeristen daar veroorzaakten.

Het rapport van de werkgroep stelt dat “het gebruik van verdovende middelen door buitenlanders veelal meer overlast met zich meebrengt dan het gebruik door Nederlanders”. Dit komt omdat deze drugstoeristen bij gebrek aan onderdak in het openbaar verdovende middelen gebruiken.

Om overlast van drugstoeristen tegen te gaan stelt de werkgroep nu voor om de strafzaken die de Nederlandse justitie tegen hen instelt over te dragen aan de 'eigen' buitenlandse autoriteiten. Een van de motieven voor buitenlandse verslaafden om in Nederland drugs te kopen is volgens mr.

P.H.A.J. Cremers, advocaat-generaal bij het Arnhems gerechtshof en voorzitter van de werkgroep Drugstoerisme, het idee dat Nederland minder streng optreedt tegen drugsgebruikers. “Nu zullen zij berecht worden in hun eigen land volgens het daar geldende strafmaatniveau”, aldus Cremers. Het is ook de bedoeling drugstoeristen in voorkomende gevallen te vervolgen wegens drugssmokkel, ook al gaat het om kleine hoeveelheden voor eigen gebruik.

Volgens de werkgroep moet verder de vreemdelingendienst worden ingeschakeld telkens wanneer een buitenlander wordt geverbaliseerd in het kader van de bestrijding van drugsoverlast. In bepaalde gevallen zal de buitenlander direct kunnen worden uitgewezen.

Maar volgens de werkgroep schiet een louter strafrechtelijke benadering tekort. “Van een werkelijk effectieve bestrijding van de drugshandel kan moeilijk worden gesproken”, aldus het rapport. In bepaalde gevallen zou ook civielrechtelijk kunnen worden opgetreden. Instellingen als woningbouwverenigingen of andere derden zouden zelf tegen overlast veroorzakende verslaafden kunnen optreden met een beroep op de kort geding- rechter. De overheid zou burgers en instellingen daarbij behulpzaam moeten zijn.

Verdere mogelijkheden om drugsoveast te beteugelen biedt volgens de werkgroep het bestuurlijk instrumentarium van de gemeenten (openbare orde en noodmaatregelen) en de algemene politie verordening.

De werkgroep heeft geen uniform plan van aanpak van de problemen willen geven omdat deze per gemeente kunnen verschillen. Het is de bedoeling dat gemeentebesturen hun eigen beleid samenstellen uit de verschillende door deerkgroep aangedragen instrumenten.