Aan spel van 'Bomber der Nation' Fischer valt niet te zien dat hij een ziekte heeft; Ook suikerpatienten kunnen op topniveau sport bedrijven

PARIJS, 15 JUNI. Carsten Fischer, de hockeyende Bomber der Nation, valt bij het Europees kampioenschap in Parijs niet alleen op door zijn vlijmscherpe schoten. De 29-jarige Duitser is ook helemaal kaal. Dat is hij niet vrijwillig. Bij Fischer werd zeven maanden geleden diabetes mellitus oftewel suikerziekte geconstateerd en vanaf het moment dat hij de noodzakelijke insuline kreeg ingespoten, vielen de haren hem uit het hoofd, armen en benen. “Ik hield”, vertelt Fischer, “de plukken zo in mijn handen.”

Volgens Hans van Krieken van de Diabetes Vereniging Nederland is suikerziekte en haaruitval “absoluut geen normale combinatie”. Fischer, zelf afgestudeerd medicus, is daarvan op de hoogte. “Maar”, vertelt hij, “ik heb nog van een zelfde geval in Duitsland gehoord. Misschien bestaat er toch een verband.” Hij zal na het EK met behulp van collega's naar een verklaring en mogelijke oorzaak gaan zoeken. Fischer verwacht dat hij zijn haar in de toekomst nog zal terugkrijgen. Hij toont zijn rechterarm waarop alweer een paar haartjes groeien. “Die breken nu nog af, omdat ze te slap zijn.”

Aan Fischers spel in Parijs valt niet te zien dat hij een ziekte onder de leden heeft. Hij organiseert als vanouds als een veldheer de defensie van de Duitse ploeg en is als strafcornerschutter een plaag voor de tegenstanders. Fischer zegt zich net zo fit te voelen als vroeger. Alleen in de twee maanden dat hij, achteraf bekeken, al aan diabetes leed voordat het werd geconstateerd voelde hij zich slap en onprettig.

Over het algemeen is sport goed voor diabeten. Dat kan Leo Heere, arts van de Nederlandse Sport Federatie (NSF), beamen.

Hij heeft zelf suikerziekte en liep twintig marathons. Heere is blij dat sinds een jaar of vijf de houding van veel van zijn collega-medici en van de suikerpatienten zelf in positieve zin is veranderd. Tegenwoordig wordt het diabeten zeker niet meer afgeraden om aan sport te doen. Dat geldt ook ten aanzien van andere ziektes zoals epilepsie. “Men wist er te weinig van. En onbekend maakt onbemind”, zoekt Heere naar een verklaring.“Nu is er meer openheid en voorlichting.”

De NSF-arts noemt het feit dat regelmatig sporten de kans op hart- en vaatziekten vermindert een van de redenen voor een diabeet om zich te gaan bewegen. Bij suikerpatienten is de mogelijkheid om er door getroffen te worden ongeveer twee, drie keer groter dan bij een volledig gezond iemand. Niet alle sporten worden geschikt geacht voor mensen die diabetes hebben. Dokter Heere raadt parachutespringen af, Van Krieken van de DVN boksen en hele inspannende duursporten en Fischer zelf, met name voor oudere patienten, zwemmen. Maar hockey is geen probleem. “Ik voel me niet goed als ik een paar dagen niet heb gesport. Dan mis ik het echt”, zegt Fischer.

Diabetes is een stofwisselingsziekte die ontstaat door een tekort aan insuline in het lichaam. Daardoor is het bloedsuikergehalte te hoog. Om dat tegen te gaan moet insuline worden toegediend en een dieet worden gevolgd. Regelmatig sporten resulteert in lagere bloedsuikergehaltes bij de beoefenaar. Dat is dus gunstig voor de diabeet. Hij moet bij het sporten echter uitkijken dat zijn bloedsuiker niet onder de drie millomol per liter zakt. Bij een niet-diabeet daalt dat cijfer bijna nooit onder de vier. Daar zorgt het lichaam zelf voor. Bij een te grote daling bij een diabeet wordt van een zogenaamde hypoglycemie ('hypo') gesproken. Dat kan onder andere stoornissen geven van het geheugen en het reactievermogen. In het ergste geval kan de patient in coma raken.

Om een dergelijke situatie te voorkomen moet een sportende diabeet zijn bloedsuikergehalte nog stringenter controleren dan andere patienten. Dat gebeurt door het tappen van een druppel bloed uit een vinger. Carsten Fischer doet dat in de meeste gevallen vlak voor een wedstrijd en in de pauze. In het geval dat zijn bloedsuiker te laag is, eet de Duitser meestal een appel of een boterham. Hij heeft tijdens de wedstrijden en trainingen altijd iets eetbaars aan de zijlijn liggen. “Het is”, vertelt Fischer, “pas een keer voorgekomen dat ik tijdens het spel voelde dat ik wat moest eten. Maar dat was bij een trainingspartijtje. Ik had mezelf toen niet echt heel goed in de gaten gehouden.”

Leo Heere bouwde voor de start van een marathon altijd een soort voorraad op. Hij zorgde ervoor dat zijn bloedsuikergehalte ongeveer zeventien millomol bedroeg. Dat is bijna het maximum. Boven de twintig is het niet verantwoord om te gaan sporten. Fischer pleegt met een bloedsuikergehalte van negen een wedstrijd in te gaan. Dat is een groot verschil met Heere. “Dat komt”, legt de NSF-arts uit, “omdat een hockeywedstrijd veel minder lang duurt dan een marathon.

Bovendien is er ook nog een pauze en maakt zo'n hockeyer een aantal stille momenten in de wedstrijd mee. Zo'n speler heeft dus ook minder reserves nodig.''

Er is niet veel bekend over topsporters met diabetes. Hans van Krieken van de DVN schrijft dat toe aan het feit dat er relatief gezien niet veel mensen in de leeftijdscategorie tot 30 jaar aan suikerziekte lijden. Hij schat dat aantal in Nederland op ongeveer 10.000 op een totaal van 250.000.

Bovendien is er soms sprake van schroom bij bekende sporters om het de buitenwereld te vertellen. De vermaarde Engelse ex-voetballer Stanley Matthews is waarschijnlijk de bekendste sportman die diabetes had. Ook Gary Mabbutt, aanvoerder van FA-Cuphouder Tottenham Hotspur, is er door getroffen. Hockeyer Carsten Fischer praat moeiteloos over zijn ziekte. Hij heeft wel een zware tijd gehad. Hij deelt de periode na de slechte tijding van zijn dokter in drie fasen in. “De eerste drie dagen had ik een soort shock. Toen kwam ik in de 'lik-me-reet'-fase. Dat het me allemaal niets kon schelen.

Daarna ben ik me in de ziekte gaan verdiepen.” “Het is”, concludeert Fischer dan, “makkelijker om geen diabetes te hebben. Maar ik kan er mee leven.” Hij spuit zichzelf vijf keer per dag met insuline in. Ook daar, zegt de Duitse hockeyer, heeft hij als arts (werkzaam op de afdeling chirurgie eerste hulp van een ziekenhuis in zijn woonplaats Mulheim) geen moeite mee. “Je prikt in het vet van je been of buik. Dat voel je nauwelijks.”

Fischer heeft al met al meer moeite gehad met het accepteren van zijn kaalheid dan van zijn ziekte. Vooral toen hij nog een paar gedeeltes op het hoofd met haar bedekt had. “Ik zag er echt als een zieke uit. Het leek wel of ik bestraald werd. Er lopen in Duitsland misschien wel zes miljoen mensen rond die diabetes hebben. Maar daar zie je niets aan.” Nu hij helemaal geen haar heeft, weet Fischer, is hij geen buitenbeentje meer.

Er lopen genoeg mensen al dan niet vrijwillig met een kaal hoofd rond. En het went, aldus Fischer. “Als mensen mij twee of drie keer hebben gezien, weten ze wel hoe ik er precies uitzie.”