Waterbuffels grazen in moerassen van Zuid-Irak

AL-HAMMAR MOERASSEN, 14 JUNI. Vissers duwen hun bootjes tussen het hoge riet door, zoals ze al eeuwen doen in de grote moerassen van Zuid-Irak die meer dan 5.000 vierkante kilometer bestrijken aan e samenloop van Eufraat en Tigris ten noordwesten van Basra. In de moerassen grazen de waterbuffels. Naburige dorpen zijn vol mensen die inkopen doen.

Een paar uitgebrande tanks onder de palmbomen in de dorpen herinneren aan de shi'itische opstand die in maart met veel geweld werd neergeslagen. En de controleposten van het leger, bemand door troepen met mortieren en luchtdoelgeschut, geven aan dat de autoriteiten waakzaam blijven - tegen de infiltratie van saboteurs uit Iran, zeggen ze zelf. Maar er is geen teken van een grote militaire mobilisatie als voorbereiding op een offensief tegen honderdduizenden shi'itische vluchtelingen, zoals Iraanse leiders volhouden.

Evenmin is er enig teken van de vluchtelingen. Volgens een zegsman van de VN in Bagdad zijn dat er eerder 40.000 a 70.000 dan de 700.000 tot een miljoen, waarvan Iran spreekt. Irak heeft de berichten uit Iran over luchtaanvallen op de vluchtelingen en een op handen zijnd offensief met kracht van de hand gewezen (e Verenigde Naties, die een missie in het gebied hadden, konden ze ook niet bevestigen) en de autoriteiten hebben gisteren een groep buitenlandse verslaggevers een deel de moerassen laten zien. In helikopters van het Iraakse leger werden ze laag over de omgeving van de weg Basra-Bagdad gevlogen. Tevens legden ze per auto 200 kilometer af over een slechte, onverharde weg van Basra naar het noordelijker gelegen Nassiriyah aan de rand van de moerassen. De journalisten bezochten echter niet de moerasse bij Amara of het drooggelegde gebied aan de grens met Iran.

De plaatselijke Moeras-Arabieren lijken vriendschappelijk om te gaan met de militairen. Volgens Ali Dahlous Obeid, een leider in het dorpje Sabaghiya, is er hier geen toestroom van vluchtelingen geweest, hoewel opstandelingen in maart een tijdlang de weg beheersten. Abdi Zahara Ali Sarim, die zijn gezin en bezittingen per vrachtauto naar een beter visgebied verhuist, vertelt een dergelijk verhaal.

Het gebied is bezaaid met militaire posities die hier tijdens de oorlog tegen Iran, van 1980 tot 1988, of later tijdens de crisis over Iraks bezetting van Koeweit, zijn ingericht. Maar vanuit de lucht lijken veel van de kampen verlaten, afgezien van een kapotte voertuigen. De andere die vanuit de lucht of vanaf de weg zichtbaar zijn, tonen geen ongebruikelijke activiteit. Tijdens de oorlog tegen Iran zochten hier ook vele deserteurs uit het Iraakse leger hun toevlucht. In dit gebied leven naar schatting enkele tienduizenden mensen, die zich bezig houden met de visvangst en de teelt van suikerriet en rijst, en die waterbuffels houden. De bevolking is uitermate mobiel: ,Iedereen verplaatst zich hier voortdurend'', aldus Abdi Zahara Ali Sarim. (AFP, Reuter, AP)