Vrees dat land en huizen zullen worden opgekocht door lelijke buitenlanders; Oostenrijk bevangen door Europa-angst

WENEN, 14 JUNI. Door de afwijzing van de wereldtetoonstelling door de Weense bevolking is de Oostenrijkse politici de angst om het hart geslagen. Zou een referendum over toetreding tot de Europese Gemeenschap net zo kunnen aflopen? Tenslotte spelen soortgelijke angsten als bij de Expo een rol bij de stap naar Europa. En sinds 1989 ligt vast dat er een referendum zal worden gehouden voordat de toetreding definitief wordt.

Zo ver is het nog niet. Eerst werkt Ooosenrijk nog met de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) en de EG aan de totstandkoming van de zogenoemde Europese Economische Ruimte (EER). De EER, waarbinnen goederen, personen, diensten en kapitaal vrij moeten kunnen bewegen, is hier al een “vingeroefening voor toetreding tot de EG” genoemd. De EER zal het volk er de komende jaren van moeten overtuigen dat integratie in groter Europees verband gunstig is, aldus minister van economische zaken Schussel, die steeds weer zgt dat de EER al zestig procent van de gevolgen van toetreding tot de EG voor zijn rekening neemt. Hij is ervan overtuigd dat als de EER de levenskwaliteit in Oostenrijk doet stijgen, het referendum over de EG soepel zal verlopen. Zeker als een goede informatiecampagne de burger nog heeft voorgelicht.

Dit scenario klinkt overzichtelijk. Maar ondanks het feit dat de drie grote partijen, SPO, OVP en FPO, het in grote trekken eens zijn overde tweetrapsraket: EER en daarna EG, zijn er toch enige adders onder het gras. In de eerste plaats zijn de onderhandelingen nog niet rond tussen EVA en EG, ook al zijn al een aantal belangrijke hobbels genomen. Maar de voor Oostenrijk zo belangrijke kwestie van het transito-verkeer lijkt niet te regelen en zal individueel met de betrokken landen moeten worden uitonderhandeld.

Bovendien is het de vraag of buurland Zwitserland de EER wel wil. Weliswaar suggereerde staatssecretaris Jankowisch kort geleden dat de EG op verschillende punten wel door de knieen zal gaan omdat Oostenrijk en Zwitserland samen zo'n sterke positie in de onderhandelingen hebben - de Economische Ruimte kan moeilijk een Zwitsers-Oostenrijks 'gat' accepteren - maar gerust is men in Wenen niet op de houding van het buurland.

De Groene partij, geen voorstander van Oostenrijks aansluiting bij de 'kapitalistische vervuilers van Europa', heeft hierbij nog een extra ongewenste duit in het zakje gedaan: zij wil ook over de EER een referendum houden, en wel meteen. Daar hebben de regeringspartijen en trouwens ook de FPO helemaal geen zin in want op dit moment zou het volk, net als bij de Expo, wel eens hard neen kunnen zeggen. Toen wij in 1989 onze brief naar Brussel schreven met het verzoek tot toetreding hebben we aangekondigd dat na afloop van de toetredingsonderhandelingen een volksraadpleging zou worden gehouden, zeggen de regeringspartijen. Na afloop, niet daarvoor.

De opiniepeilngen zijn dan ook niet erg geruststellend. Wel zei kort geleden bij de vraag: “Voor of tegen de EG” 56 procent voor te zijn en maar 34 procent tegen. Maar een veel gedetailleerdere vraagstelling leidt meteen tot onduidelijkheid, zo is bij een andere peiling gebleken. Worden de ondervraagden aangesproken op problemen als het transito-verkeer, milieu, de neutraliteit, het vreemdelingenbeleid, dan antwoordt steeds meer dan 60 procent dat Oostenrijk toch maar liever niet moet toetreden.

Vooralsinds de Golfoorlog is het aantal mensen dat absoluut niet aan de neutraliteit wil tornen tot 60 procent gestegen.

Bondskanselier Vranitzky heeft al eerlijk gezegd dat de Europa-angst onder de bevolking moet worden weggenomen. Die angst neemt allerlei vormen aan. Sommigen zijn bang dat door toetreding Oostenrijks land en huizen zullen worden opgekocht door lelijke buitenlanders. Anderen vrezen dat het kostelijke goed der neutraliteit, waarbi Oostenrijk zo welgevaren is, zal worden weggevaagd. De boeren vrezen doodgeconcurreerd te worden. Werknemers zijn bang hun baan te verliezen als de grenzen opengaan en verwachten dat de sociale voorzieningen zullen worden teruggeschroefd. En bijna iedereen die een spaarduitje op een geheime rekening heeft staan, vreest dat het binnen de EG uit zal zijn met de Oostenrijkse bankpraktijk dat men zonder zich te legitimeren een bankrekening kan openen op welke naam men maar wil. Oostenrijkse spaarders hebben naar schatting tientallen miljarden Schilling op zulke rekeningen staan.

Al deze angsten zijn de afgelopen jaren bij peilingen geuit en de meest recente onderzoeken geven aan dat zij nog volop leven. In Wenen, zoals bij het Expo-referendum weer is gebleken, maar zeker nog sterker onder Oostenrijks grote, intens proviciale en achterdochtige plattelandsbevolking.

De regering heeft een heel programma opgesteld om korte metten te maken met al deze vrezen. Informatiebulletins, brochures, video's, persdiensten, zullen het verhaal zo gaan vertellen dat een herhaling van het Expo-debacle onmogelijk wordt.

Bondskanselier Vranitzky heeft zelf al een begin met de campagne gemaakt door tijdens zijn laatste televisie-optreden uitvoerig in te gaan op de Europa-angsten. Daarbij stelde hij alleen ook teleur. Op een vraag naar het neutraliteitsprobleem zei hij dat het te vroeg was om daarover te praten. “Men maakt toch ook geen zwembewegingen als men nog op de kant staat”, zei hij geestig. Maar zo grappig was dat niet. Juist door de werkelijke problemen niet in het openbaar te behandelen, hadden de regeringspartijen in Wenen het contact met de achterban verloren, waarvoor ze de rekening bij het Expo-referendum hardhandig gepresenteerd kregen.