Villa bij Tivoli

Ad Zuiderent (1944) debuteerde bij uitgeverij De Arbeiderspers met de bundel Met de apocalyptische mocassins van Michel de Nostredame op reis door Nederland (1968) en publiceerde verder De afstand tot de aarde (1974), Geheugen voor landschap (1979), Een natuurlijk evenwicht (1984) en Op het droge (1988).

Het dal der schaduwen. Maar van het leven. De zomer heeft het niet verbrand. Het gras is even groen als in het noorden, of als de lieflijkheid die de bedoeling was. Het is maar nauwelijks een dal, een vlakte meer waar water stroomt, tot Tempe omgedoopt. Namaak dit al - was hier een naamgenoot? - namaak, gezien als voor de eerste keer. Met replica's van vroegere runes; beeld en gelijkenis van hoe het elders is sindsdien. Of van een droom. Een vijver uit het Nijldal met publiek; Atheense zuilengang; terras; geen gras rondom het Gouden Plein en in het keizerlijk paleis; nimfengrot leeg. Bibliotheek van steen. Alles goed nagemaakt om steeds opnieuw ontroerd te maken en voorgoed. Deed dat een schilder ruim een eeuw terug in tuinen aan het water van een Hollands dorp met burgermansgeluk? Rondom een huis, kleur van nazomerbomen in de lucht bedeesd vergelend, droeg de weide nog een voile van groen. Nu kun je in het weekend op bezoek, het landschap een tehuis waar iets genezen moet. Het had ook eeuwen eerder een seizoen in Middelharnis kunnen zijn - dat heette soet en lieflijk toen. Zag zo een keizer in veel vroeger eeuw de kleuren plooien aan de voet van deze heuvels? Waar hij ook had gereisd, hier moest hij blijven - niet meer omringd door hof, maar door de zuilen op het eiland van zijn imitatie-eenzaamheid; hij bouwde verderop een paviljoen met uitzicht, op het diepste, verre groen; het dal, waarin het leven zich tot schaduw, de schaduw zich tot leven heeft gerekt.

Vergeten gelukkig te zijn.