Vakbonden bevreesd voor 'uitkleden' van Volvo Car

ROTTERDAM, 14 JUNI. De vakbonden vrezen dat de gisteren aangekondigde reorganisatie bij Volvo Car BV het bedrijf tt een assemblagefabriek zal maken. Ze willen garanties dat belangrijke delen van ontwikkelings- en commerciele activiteiten voor de Nederlandse autoproducent behouden blijven. “Daarover zullen we nog stevig moeten knokken,” aldus bestuurder H. van Rees van de Industriebond FNV.

De bonden zijn ook geschrokken van de voorgestelde omvang van de personeelsvermindering met ruim twaalfhonderd mensen. Dat is vogens de Unie BLHP en de Industriebond FNV het dubbele van wat was verwacht. Toch zijn ook de bonden ervan overtuigd dat stevige ingrepen “onvermijdelijk” zijn gezien de concurrentie in de auto-industrie. De reorganisatie is ook nodig in verband met de voorgenomen samenwerking met het Japanse Mitsubishi, die in de tweede helft van de jaren negentig haar beslag moet krijgen. Volgens een in april bereikt principe-akkoord zullen straks de Nedelandse overheid, Volvo Zweden en Mitsubishi elk voor een derde in Volvo Car (omzet circa 3 miljard gulden) participeren. Nu heeft de overheid nog 70 procent van de aandelen, terwijl Volvo Zweden de rest bezit.

De bonden zijn gisteren door de raad van bestuur op de hoogte gebracht van de plannen die mede zijn gebaseerd op een rapport van het bureau McKinsey. De ondernemingsraad komt nog met een advies over de voornemens. De reorganisatie moet een besparing van 230 miljoen gulden opleveren. Hervan komt 120 miljoen voort uit de personeelsreductie. Voor 1 januari 1993 moeten 1270 van de ruim 9000 arbeidsplaatsen verdwijnen. Het rapport van McKinsey gaat uit van een personeelsvermindering met circa vijfhonderd arbeidsplaatsen en een kostenbesparing van ruim 100 miljoen gulden.

Van de bij Volvo Car te schrappen banen liggen er ruim 800 in de indirecte sfeer. Het grootste deel van de totale personeelsvermindering wordt gerealiseerd door vermindering van uitzendkrachen, natuurlijk verloop en vervroegde uittreding. De bonden maken zich vooral zorgen over de 380 werknemers in de indirecte sfeer voor wie via 'outplacement'

elders een andere baan wordt gezocht. Volgens de plannen moet voor hen voor 1 april 1992 een baan zijn gevonden, anders volgt alsnog ontslag. “Die tijd is veel te kort,” aldus bestuurder G. van Os van de Unie BLHP. FNV-er Van Rees acht het nauwelijks mogelijk voor de betrokken werknemers binnen die termijn een baan te viden. “We zitten in een regio waar ook DAF en Philips al banen zoeken voor hun werknemers.” Van Rees wil de garantie dat er hoe dan ook geen gedwongen ontslagen vallen.

De bonden zijn er wel over te spreken dat de top van Volvo Car bij de reorganisatie relatief het zwaarst wordt gesaneerd. Van de 210 arbeidsplaatsen voor hoger personeel zullen er omstreeks veertig worden geschrapt. Van Os: “Het is goed dat de pyramide van bovenaf wordt schoongemaakt. Anders heb je niet het vertrouwen van het personeeel. Tien jaar geleden ging dat hier nog anders.” De bonden gaan ervan uit dat het lid van de raad van bestuur L. Schouten, die naar Heineken overstapt, niet zal worden vervangen.

De bonden zijn het meest bezorgd over de toekomst van de ontwikkelings- en commerciele activiteiten. Volgens het reorganisatieplan wordt Volvo Car omgevormd tot een holding, waaronder drie groepen ressorteren: engineering, produktie en commerciele activiteiten. De bonden vinden de holding een “werkare” structuur, maar er moeten wel randvoorwaarden worden gesteld.

Het is volgens Van Rees onvermijdelijk dat de eindverantwoordelijkheid voor de commerciele activiteiten straks in Zweden komt te liggen. Maar hij is bevreesd dat voor Volvo Car weinig commerciele activiteiten overblijven, als Volvo Zweden en Mitsubishi elk voor een derde in Volvo Car gaan deelnemen. “De commercele activiteit voor de eigen auto moet in de organisatie van Volvo Car verankerd blijven,”

aldus Van Rees. De produktontwikkeling, die ook in een van de BV's van de holding wordt ondergebracht, moet in de visie van de bonden ook een volwaardige activiteit blijven. Het gaat hierbij ondermeer om styling en produktplanning. “We moeten in elk geval de uitvoering van die zaken hier in Nederland houden,”

aldus Van Os. Volgens Van Rees moet de ontwikkelingsafdeling “een hele range” van activiteiten behouden om straks ook voor Mitubishi en eventueel voor derden te kunnen werken. De bonden zien het als een teken aan de wand dat de styling in de nieuwe structuur onder de BV voor commerciele afdeling valt, waarvoor de eindverantwoordelijkheid straks niet langer bij Volvo Car ligt.

Volgens de bonden moeten er ook eisen worden gesteld, waar het gaat om uitbesteden van werkzaamheden die nu nog door Volvo Car zelf worden gedaan. Zo is de raad van bestuur van plan de spuitgieterij Brabant Alucast Products in Oss (200 werknemers) en het bedrijf in Roermond (150 werknemers) waar benzinetanks en uitlaatsystemen worden gemaakt, te verzelfstandigen of te verkopen. Ook de fabricage van autostoelen die nu nog door 140 man in Born worden gemaakt, zal worden uitbesteed. Het Franse bedrijf Roth Freres zou hiervoor in aanmerking komen. Zelfs verkoop van de fabriek in het Belgische Sint Truiden (870 werknemers), waar tandwielen en achterassen worden gemaakt, wordt door de raad van bestuur overwogen. Daarmee kiest Volvo Car vor een op Japanse leest geschoeid bedrijfsmodel waarbij men zich concentreert op kernactiviteiten. Volgens Van Rees mag het niet zo zijn dat dan ook slechte “Japanse”

arbeidsvoorwaarden gaan gelden voor de betrokken werknemers.