TALISMAN no. 36

Veel kinderen stotteren. Iedere peuter heeft wel een maand dat hij flink stottert. Dat gaat meestal gauw over.

Voor iemand die stottert is dat heel vervelend. Ik weet waar ik het over heb want ik doe het ook. Voor iemand die hoort stotteren is het een reden om te lachen.

Raar is dat. Want wie stottert weet heus wel wat hij zeggen wil, en hij doet dat ook - na een tijdje. Maar wie naar een stotteraar lustert weet niet wat die zeggen wil - en moet er op wachten. Toch is stotteren erger dan stotter horen, omdat er nu eenmaal meer niet-stotteraars dan stotteraars zijn.

Tegen stotteren helpt: een pilletje slikken, in een andere stad gaan wonen, de maat slaan met je hand als je praat, ademhalingsoefeningen doen, je mond dicht houden, naar een stotterspecialist gaan, verliefd worden. Al die dingen helpen een beetje, voor een tijdje. Meestal gaat stotteren over als je ouder wordt.

Voor een stotteraar is het belangrijk om te onthouden: zo erg is het niet, flaporen (of als je die ook hebt: helemaal geen oren) is erger. Voor een niet-stotteraar is het belangrijkste: de stotteraar niet te gaan helpen door te zeggen wat je denkt dat hij wil gaan zeggen. Dat doe je met een buitenlander toch ook niet? Wij stotteraars zijn geen invaliden, wij praten alleen grappig.

Er zijn spitse spreuken die ieder mens aan het stotteren brengen, en die, gek genoeg, stotteraars juist vaak goed kunnn uitspreken: Klaas, de kapper van Koudekraan, knipt en kapt heel knap, maar de knecht van Klaas, de kapper van Koudekraan, knipt en kapt nog knapper dan Klaas, de kapper van Koudekraan, knipt en kapt.

Piep de Poes piest en poept heel precies op zijn poepplek, maar de piepmuis die Piep de Poes pakte, pieste en poepte naast de plek waar Piep de Poes piest en poept.

Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan, maar Lotje loog tot Liesje: Lindelan is veel te lang.

Maak zelf een stottertekst, stuur die naar: Talisman, NRC Handelsblad, Paleisstraat 1, 1012 RB Amsterdam en win een pupupupuprijs.

Oplossing Talisman no. 35 Kristian Klok uit Vorden (10 jaar) zond wel vijf woordbeelden in. Voor deze krijgt hij de prijs: