Ruim kwart van landbouwgrond in de wereld verontreinigd

WAGENINGEN, 14 JUNI. Ruim een kwart van de ruim 4.600 miljoen hectare landbouwgrond en grasland op de wereld heeft meer of minder ernstige milieuschade opgelopen. Dat blijkt uit onderzoek van het International Soil Reference and Information Centre (ISRIC) in Wageningen, in opdracht van het Milieuprogramma (UNEP) van de Verenigde Naties.

Het ISRIC heeft de achteruitgang vande bodemgesteldheid op de wereld in kaart gebracht. Deze kaart wordt 25 juni officieel gepresenteerd. In totaal, zo blijkt uit de Wereldbodemdegradatiekaart, blijkt 2.000 miljoen hectare bodem te zijn aangetast. Dit komt overeen met ongeveer 15 procent van het totale landoppervlak van de wereld.

De aantasting van 's werelds bodem is gelijk aan een oppervlakte van ongeveer 600 keer Nederland. Van de 2.000 miljoen hectare is ruim 1.200 matig tot ernstig aanetast.

Bijna 300 miljoen hectare, ongeveer het oppervlak van India, is zo ernstig aangetast dat alleen hoge investeringen deze gebieden weer produktief kunnen maken.

Elk jaar weer gaan miljoenen hectare vruchtbare landbouwgrond verloren. Door ongebreidelde ontbossing en ondeskundig of onachtzaam gebruik van de grond treedt op grote schaal water-erosie op, waardoor de vruchtbare bovengrond wegspoelt en lager gelegen gebieden steeds vaker door overstromingen worden bedreigd.

Door overbeweiding van zeer kwetsbare gralanden, vooral in de droge tropen, is de bodem een gemakkelijke prooi voor wind-erosie. Hierdoor raken wegen en dorpen onder het zand verborgen en gaan landbouwgewassen verloren. Verder raken landbouwgronden in droge gebieden door overmatige bevloeiing ernstig verzout.

De fysische bodemgesteldheid gaat voorts achteruit door het gebruik van zware landbouwwerktuigen en het vertrappen van de kwetsbare bovengrond door intensieve beweiding. Chemische vervuiling treedt op door overbemesting en vervuiling door de (bio)chemische industrie. Al deze oorzaken kunnen zeer ernstige gevolgen hebben voor de voedselproduktie op een snel voller rakende wereld.

Het Wageningse bodemkundig instituut ISRIC heeft drie jaar gewerkt aan het in kaart brengen van de bodemachteruitgang. De cijfers van het instituut zijn lager dan vroegere, slechts globale ramingen zonder veldinformatie. Aan de kaart hebben deskundigen over de gehele wereld meegewerkt. De definitieve verzorging is van het kartografisch instituut van het Staring Centrum in Wageningen.

De kaart zal in een oplage van 5.000 stuks worden verspreid, voornamelijk naar ontwikkelingslanden. Verder wordt, mede op basis van de kaart, een atlas samengesteld over woestijnvorming. Deze zal worden uitgegeven ter gelegenheid van de grote VN-conferentie over milieu en ontwikkeling (Unced), volgend jaar juni in Brazilie.

De makers van de Wereldbodemdegradatiekaart hopen beleidsmakers, politici en het publiek bewuster te maken van de gevaren van ondeskundig gebruik van de bodem. Daarnaast echter is op nationaal en regionaal niveau een andere en directere aanpak vereist. Daarbij dienen specifieke eigenschappen van de bodem systematisch te worden genventariseerd.

Traditionele studies schieten te kort als het gaat om een beeld te krijgen van de gevoeligheid van de bodem voor toekomstige achteruitgang. ISRIC wil daarom bodem- en terreingegevns opslaan in een wereldomvattend data-bestand en dit koppelen aan fysiografische kaarteenheden, zodat een groot aantal kaarten over specifieke thema's te maken is.

De methode voor het data-bestand is met succes getest in Zuid-Amerika. Voorts zijn voorstellen gedaan voor proefgebieden in West- en Oost-Afrika, Centraal-Europa en het Midden-Oosten.