Romanschaarste

Op de kop af vijfentwintig jaar geleden was het in Amsterdam prachtig weer, en die dag niet voor het eerst.

De hele maand was het al zon met cumulus geweest, een azuren hemel waartegen geweldige formaties waterdamp zich opstapelden, duizelingwekkd hoog optorenden, de saurussen van het uitspansel, traag wentelend in eindeloze achtervolging.

Als Wim op zijn rug in de wei van het Vondelpark lag met z'n vingers in z'n oren, kon hij zich gemakkelijk voorstellen dat hij de eerste of de laatste mens op aarde was, aan het begin of aan het einde van de Schepping.

Zou Wim blij-ven lig-gen? Nee, hij moest met Mies naar het cen-trum om naar de rel-len te gaan kij-ken. Gijs had vuur be-loofd, Does had juist veel zin om te bijten en de Dam stond al vol met scha-pen die meer noo-ten eisch-ten. Het hok was nog leeg. Dat zou die a-vond anders wor-den. Gijs ging het hok vol met schor-rie-mor-rie prop-pen. Dat was een goed be-gin voor een tri-lo-gie, dacht Wim slim. Dan zou hij ein-de-lijk Jet kun-nen ver-sie-ren, ter-wijl Mies met Aap op de wei-de was.

Het zogenaamde bouwvakkersoproer is, als u dit vandaag in de krant leest, precies een kwart eeuw geleden (wat langer is dan vijfentwintig jaar). Het heeft in ons oproerarme land wel veel stils en studies veroorzaakt, maar in de literatuur minder boeken dan er vingers aan een hand zitten. Ik neem een veilige marge. Ik herinner me Bericht aan de Rattenkoning, het dik uitgevallen pamflet van Harry Mulisch, en Jan Siebelinks roman De hof van onrust waarin de seks het al gauw van de problemen met de vakantiebonnen der bouwvakkers heeft gewonnen. Dat laatste valt gemakkelijk te begrijpen, maar daar gaat het me niet om. De jaren zestig en vooral die drie jaar het midden van het decennium waren vol van drama en gedruis, maar onze letteren zijn er nauwelijks door aangeraakt.

Al geruime tijd gaan er in de kritiek stemmen op die meer straatrumoer in de literatuur willen. Op zichzelf geen onbegrijpelijke wens, die bij vervulling tot klassieke passages zou kunnen leiden. Denk aan wat Zola er in Germinal van heeft gemaakt. Daar eindigt zo'n oproer zelfs met de castratie van de kapitalistische boosdoener, als ooggetuigeverslag dusdanige bewoordingen genoteerd dat ik zou aarzelen in dit familieblad het markantste te citeren, als ik het boek al bij de hand had. Maar hoewel er in de jaren zestig aan straatrumoer geen gebrek is geweest, geloof ik toch dat we het als een bijverschijnsel moeten beschouwen.

Er wordt, zegt een deskundige me, in latere boeken wel veel naar de jaren zestig verwezen. Natuurlijk! Geen decennium is vergeefs. Maar dit leeft hoofdzakelijk bij overlevering voort, w geen wonder is omdat het avontuur op straat zich het beste tot vertellen leent, telkens mooier, tot de verhalen als legenden zijn gegalvaniseerd. Zo'n bundel sagen en legenden valt nu al samen te stellen, of: juist nu. Want de generatie die het kan navertellen is verdwenen voor je 't weet.

Maar hoe je ook over het fameuze tijdvak denkt, er zit meer in dan de beschrijving van een paar middelbare opstootjes. Er zijn toen carrieres gemaaken gekraakt, fatsoenlijke mensen door domoren van het toneel geschreeuwd en windbuilen tot het plafond gestegen, sommigen hebben hun oude harnas uitgetrokken en je hebt er die zich daarna meteen in moderne snit hebben gepantserd. Dat heeft drama's veroorzaakt die met verwoesting van aanzien en een behoorlijke broodwinning en zelfs misschien met de dood zijn geeindigd.

Als je het straatrumoer, het uitvoerig geboekstaafd gewapend variete, even wegdenkt, zijn de jaren zestig nog altijd slecht, oppervlakkig gereconstrueerd. Er is n niemand tevoorschijn gekomen met doordachte maatstaven, het perspectief is verstopt met anecdotes en sjablones. Ik denk weleens dat het decennium op zijn beurt wordt omgeven met een geur van heiligheid, anders maar van hetzelfde soort, waarvan we toen juist vonden dat die voorgoed moest worden weggeblazen.

Er zijn wel meer perioden waar de romankunst en de wetenschap der geschiedenis hoofdzakelijk met de pet naar gooien. Ik zou juist nu een nijdige, 'ontluisterende' roman over djaren zestig willen lezen. De waarheid aan de macht.