Qawwali declamaties onbegrijpelijk grappig

Concert: Yusuf Azad en groep met Naseem Ahktar (vocaal) plus harmoniums, slagwerk en boel-boel-tarang. Gehoord: 12-6 Tropeninstituut, Amsterdam.

Soms verloopt de confrontatie met een 'nieuw' soort muziek zo overdonderend dat je als luisteraar geneigd bent niet alleen de musici maar ook het genre te omhelzen. Een goed voorbeeld is de Qawwali-muziek uit Voor-Indie, de laatste jaren in Nederland gepopulariseerd door Nusrat Fateh Ali Khan en de eveneens uit Pakistan afkomstige Sabri-Brothers: bloedstollende solozang en meeslepend koorwerk gevat in een effectief instrumentaal kader van zangerige harmoniums en puntig bespeelde tabla's.

Dat de Qawwali-muziek niet altijd even geweldig is, bleek in het Tropeninstituut, waar de groep van de Indiase Qawwali-zanger Yusuf Azad tegenviel. Teleurstellend was allereerst de stem van de bejaarde leider zelf, die vlak, slecht gecontroleerd en bij vlagen zelfs danig vals klonk.

Werd dit gebrek aanvankelijk goedgemaakt door collega Naseem Ahktar - haar forse alt heeft een leuke rafelrand - naarmate de avond vorderde, werden ook haar bijdragen minder interessant doordat zij de comedienne ging uithangen. Het zingen ging gaandeweg over in 'Sprechgesang' en later zelfs in declamatie, de gebaren werden groter en in de in het Urdu uitgesproken teksten amusanter, althans dat moest men wel conluderen uit de lachsalvo's van de uitverkochte zaal. De bijna in slaap gedommelde Azad raakte er zo door genspireerd dat ook hij aan het declameren en gebaren sloeg.

“Het ging over een man en een vrouw die elkaar zitten te katten”, legde een Nederlandse hindoestaan na afloop uit, waarmee hij goedmaakte waarin de organiserende stichting Cultural Art Promotion schromelijk tekort was geschoten: enige uitleg in het Nederlands of desnoods Engels. Voor een niet in het Urdu of Hindi ingewijd publiek, blijkbaar een kleine minderheid, restte de muziek, maar die streelde nauwelijks het oor. De koorzang was slordig, op het chaotische af. De tweevellige dholak-trom klonk bonkig en de boel-boel-tarang (een snaarinstrument met schrijfmachinetoetsen) snerpte kitscherig. “Muziek die de grenzen niet kan overschrijden is geen kunst, maar folklore”, zei componist Louis Andriessen eens. Met deze uitspraak is het produkt van Yusuf Azad getekend.