Portugese literatuur: De dwang om modern te zijn; Ben ik te stom voor deze boeken?

Na de revolutie van 1974 ontstond in Portugal een nieuw soort literatuur die uitblonken door ingewikkeldheid en pretenties. Een ander kenmerk was dat er werd geschreven over wantoestanden tijdens het Salazarise, in de kolonien of in Portugal zelf. Kort na elkaar zijn nu twee nieuwe Portugese romans in vertaling verschenen, de 'De kust van het gemurmel' van Lidia Jorge en 'Ballade van het Hondenstrand' van Jose Cardosa. “Wat mij bijblijft is de aan onleesbaarheid grenzende ingewikkeldheid van dit boek.” . Lidia Jorge: De kust van het gemurmel. Vertaald door Maartje de Kort en Elly de Vries. Uitg. Arena, 280 blz. Prijs (f) 49,50. Jose Cardosa Pires: Ballade van het hondenstrand. Vertaald door Catherine Barel. Uitg. De Prom, 288 blz. Prijs (f) 34,90.

De kust van het gemurmel, van Lidia Jorge, begint met een verhaal dat los van de rest van de tekst staat. Het heet De sprinkhanen en behandelt de inhoud van het 'eigenlijke'

verhaal in verdichte en verdachte vorm. Verdicht, omdat het die inhoud comprimeert; verdacht, omdat zal blijken dat het te mooi is om waar te zijn.

Die inhoud eerst. Plaats en tijd van handeling: Mozambique, ten tijde van de Portugese koloniale oorlog. Op het dakterras van een hotel aan de Indische Oceaan wordt de bruiloft gevierd van Evita en tweede luitenant Luis Alex. Onder de genodigden bevinden zich kapitein Jaime Forza Leal en zijn beeldschone vrouw Helena.

Midden in de nacht spoelt een groot aantal zwarte lijken aan; later wordt onthuld dat negers in de haven een lading methylalcohol hebben ontdekt en zich daaraan te goed hebben gedaan. De tweede avond daalt een sprinkhanenregen op de stad neer, die de duisternis groen kleurt. Op dat moment verschijnt, tot misnoegen van de feestvierders, een journalist op het terras. De bruidegom, gewapend met een van kapitein Forza Leal afkomstige revolver, jaagt hem de trap af. Beneden verdwijnen beiden achter de muur langs de strandweg, een schot klinkt, en na enige tijd wordt het lijk van de bruidegom, die zich in het hoofd heeft geschoten, tot voor het hotel gedragen.

Dit verhaal, waarvan de auteur onbekend blijft, wordt twintig jaar na d gelezen door Eva Lopo - de bruid van toen. Haar commentaar, geuit tegenover een u-persoon die de auteur is, vormt een reconstructie van de gebeurtenissen zoals ze zich werkelijk hebben afgespeeld, ofwel het 'eigenlijke' boek. In haar reconstructie komen naast nieuwe gegevens, ook bekende elementen voor, maar nu zo gerangschikt dat de vragen die het verhaal De sprinkhanen stelt (vanwaar die journalist? waarom die zelfmoord?) worden beantwoord. De waarheid wordt boven water wordt gehaald.

Het verhaal aan het begin beslaat 33 bladzijden twee dagen, het boek 245 bladzijden en circa 90 dagen. Punt van uitgang van allebei is het bruiloftsfeest. De genodigden zijn militairen en hun families, enkele dagen voordat de legereenheid op haar laatste 'vredesmissie' zal gaan. De bruidegom, Luis Alex, en kapitein Forza Leal moeten mee. Hun vrouwen, Evita en Helena, blijven achter.

Naarmate de dagen verstrijken, wordt op verschillende plaatsen dodelijk vergiftige methylalcohol gevonden, in vaten of als sky vermomd in geetiketteerde flessen, in bars, verlaten buitenhuizen of op het strand. Evita en Helena vermoeden dat het een smerige list van de Portugezen is, bedoeld om de drankzuchtige zwarten te decimeren. Evita gaat met enkele gegevens naar een journalist van de plaatselijke krant.

Helena, die Jaime beloofd heeft het huis niet te verlaten zolang hij niet terug is, laat aan Evita foto's zien van vroegere missies van het leger. Daarop staan barbaarse oorlogshandelin(Jgen. Zo zwaait Luis Alex met op een stok geprikte negerhoofden.

Ook blijkt dat Helena's vrijwillige opsluiting en haar buitensporige bezorgdheid om het lot van haar man niet zijn ingegeven door trouw en de hoop hem levend terug te zien. Ze zijn het gevolg van chantageuze dwang van haar man en de hoop dat hij niet terugkeert. Zij is hem een keer ontrouw geweest, waarna hij, als man van eer, geen ordinaire rel schopte maar de zaak oploste door een spelletje Russische roulette tussen hemzelf en de minnaar - die verloor.(ENa het verhaal van Helena te hebben gehoord, gaat Evita naar de journalist, wiens werk en persoon ze inmiddels is gaan waarderen, en ze verleidt hem met haar naar bed te gaan. De militairen komen terug; nadat Luis Alex lucht heeft gekregen van de ontrouw van zijn vrouw, eindigt het boek met twee visies van de ontknoping, die van de journalist en die van Eva Lopo.

VERZINSELS

De hergroepering van elementen (uiteraard meer dan hier genoemd) uit het verhaal De sprinkhanen, tot een totaal andere geschiedenisis uiterst vernuftig gedaan. De personages zijn dezelfden in naam, maar blijken in de intrige een andere functie te hebben. In de smerigheid van de koloniale oorlog blijken sympathieke mensen als Luis Alex en Forza Leal hun aandeel te hebben; de liefde tussen deze laatste en Helena blijkt haat en angst te zijn; de journalist, in het verhaal een figurant, blijkt de centrale figuur: door Evita betrokken bij de methanolzndel, en door haar affaire met hem, is hij in feite het personage dat de climax uitlokt.

Kortom, een vernuftig verzinsel. Maar wel een verzinsel. En mij raakt dat niet. Of de auteur nu Tolkien heet of Agatha Christie, volgens mij gaan dit soort verzinsels uiteindelijk over niks.

Maar wie van het genre houdt moet dit boek beslist lezen, want het gaat ook nog eens niet over niks. Een groot deel ervan heeft betrekking op de Portugese koloniale log en op het oorlogsbedrijf in het algemeen. Niet dat de vuiligheid daarvan veel nieuws is, maar de alomtegenwoordige sfeer van huichelachtigheid en angst, het contrast tussen het verzwegene en het rondgebazuinde - dat alles vormt de achtergrond van de handeling. Een handeling die zich in laatste instantie laat omschrijven als 'politieke whodunnit': is het moord of zelfmoord? Wie is de dader? Waarom?

Het stellen van die vraag lijkt me ook de enige functie van het verhaal De sprinkhanen; anders zou ik niet weten (tenzij het om een literair kunstje gaat) wat de reden is om een geschiedenis eerst te vertellen zoals die niet gebeurd is, om daarna uit de doeken te doen hoe het wel is gegaan. Het anonieme verhaal, waarvan niet wordt gezegd wat het bedoeld is te zijn (kranteartikel, short story, staaltje verhullende berichtgeving) legt in het begin het lijk neer, als in de eerste de beste detective, en als antwoord op de vraag hoe dat daar komt blijkt het geen politieke dode te zijn maaeen dode uit wanhoop.

De stijl is zeer verzorgd en lijkt me in vertaling (ik ken het origineel niet) volledig tot zijn recht te komen. Het boek zit vol met van die precieuze formuleringen, die duidelijk maken dat hier niet zomaar iemand een verhaaltje vertelt, maar dat 'Portugals meest gevierde schrijfster van dit moment' bezig is.

Eva Lopo vertelt haar belevenissen van twintig jaar geleden, toen ze Evita heette, maar in plaats van gewoon 'ik' te zeggen, heeft ze het over Ev in de derde persoon, vaak aangevuld met 'Evita, dat was ik - aldus Eva Lopo'. Dit 'aldus Eva Lopo' komt in het boek welgeteld 86 keer voor - een onuitstaanbare literairderige tic, gekunsteld, pretentieus, overbodig. Luis Alex wordt zelden bij zijn naam genoemd, heet ook nooit 'mijn man', maar steeds 'de bruidegom' of 'de tweede luitenant' - al even aanstellerig. Wanneer het daarentegen gaat over hem en Evita, heet het weer 'wij' en 'ons'.

Iemand die zo schrijft zegt natuurlijk niet, bij vooeeld, dat Helena naar Evita's lippen kijkt, maar naar 'de plek waar Evita's lippen zaten', of dat 'de bedoelingen' van iemands herinnering 'even onschendbaar zijn als het diepste wezen van een perzik', en wanneer Helena ergens enthousiast over is, staat er dat 'haar lichaam was verdwenen uit de ellips van de blik', en waar ik lees (om het hierbij te laten) dat 'in de ogen van God en van de vogels de schoonheid van de grauwe krabben een veelerfecter produkt is dan de aangelegde lanen in de tuinen van Versailles', vraag ik me af, ten eerste: Hoe weet ze dat?, en ten tweede: Zitten vogeltjes niet liever in struiken, aangelegd of niet, dan tussen grauwe krabben?

Enfin, er zullen mensen zijn, en dat hoop ik van harte, die dit mooi vinden. Aan mij is het niet besteed.

CENSUUR

Na de Portugese revolutie van 1974 duurde het even voor de verwachte meesterwerken kwamen. Maar toen ze eenmaal verschenen bleken ze uit te blinken door een vergnd constructivisme, bloedeloosheid, nodeloze ingewikkeldheid, pretentieuze literatuurmakerij. Mij is een keer uitgelegd dat dit te maken had met de langdurige repressie die er aan vooraf ging: om de censor te misleiden, hadden schrijvers zich gewend aan een cryptisch, omschrijvend taalgebruik van hoge complexiteit - een pluspuntje van de censuur, in feite.

Een ander - thematisch - kenmerk was het onthullen van schanddaden en wantoestanden tijdens het Sazarisme, hetzij in de overzeese kolonien, zoals in het boek van Lidia Jorge, hetzij in Portugal zelf, zoals in de Ballade van het Hondenstrand, van Jose Cardoso Pires.

Het toeval wil dat beide boeken, behalve de politieke achtergrond, een document 'hors-texte' als begin hebben, allebei bestsellers zijn, en dat ook het boek van Pires te lezen is als een 'politieke whodunnit'. Maar daarmee houdt de overeenkomst op. Cadoso Pires (geb. 1925) behoort tot een andere generatie dan Lidia Jorge (1946). De kust van het gemurmel verscheen in 1988; de Ballade, gepubliceerd in 1982, bleek niet alleen een bestseller, maar wordt inmiddels beschouwd als een 'classic' van de moderne Portugese literatuur.

Het document dat in de Ballade van het Hondenstrand de handeling in gang zet is de autopsie van een aan het strand gevonden lijk. Het verhaal is gebaseerd op een waar gebeurd voorval, namelijk de moord, in 60, op (volgens het nawoord) een kapitein uit het Portugese leger (het boek spreekt van een 'majoor', maar ik ben niet in dienst geweest, dus ik weet het verschil niet). Deze majoor Dantas was enige tijd tevoren ontsnapt uit de gevangenis waar hij in voorarrest zat wegens zijn aandeel in een mislukte anti-salazaristische coup. Zijn metgezellen op de vlucht (zijn minnares, een architect en een korporaal) worden gearresteerd en veroordeeld wegens moord. De speurtocht naar de toedracht en de motieven daarvan is het onderwerp van het boek, en aanleiding tot een portret van de Portugese samenleving onder Salazar. De schrijver laat ons de gebeurtenissen zien vanuit het perspectief en in de spreektrant van de majoor, de drie verdachten, een advocaat en vooral brigadechef Elias, die belast is met het onderzoek.

Door deze kaleidoscopische verscheidenheid van gezichtspunten is de verteller erin geslaagd, tegen de achtergrond van geruchten en verdachtmakingen die de politiestaat kenmerkt, van dit gegeven een spannend verhaal tmaken.

Vertellen hoe dit verhaal in elkaar steekt, zou de spanning voor de lezer eruit halen, want juist het geleidelijk doordringen in en ophelderen van de mysteries is het boek.

Maar de voornaamste reden dat ik de intrige niet precies kan navertellen is dat ik het boek twee keer heb gelezen en er niets van snap. Bovenstaande omschrijving heb ik ontleend aan het nawoord en een uitgeversfolder. Als ik het goed zie, is al gauw duidelijk dat de verdachten, minnares na, architect Fontenova en korporaal Barroca, inderdaad de daders zijn. In eerste instantie wordt, zoals onder de omstandigheden begrijpelijk is, aan een politieke moord gedacht, maar reeds op bladzij 99 (van de in totaal 280 van het boek) worden andere motieven gesuggereerd: interne meningsverschillen van het groepje, spanning met rivaliserende oppositionele groeperingen, amoureuze perikelen van Dantas en Mena.

Dat blijkt te kloppen: wanneer de vier ondergedoken zijn in een verlaten huisje tussen deuinen, de verdenkingen en spanningen op den duur niet meer te harden zijn, en Dantas zich ontpopt als een steeds onhandelbaarder psychopaat, wordt hij uit de weg geruimd. Wat dus begon met de schijn van een politiek steekspel, eindigt, zoals al lang tevoren aangekondigd, gewoon met moord als gevolg van ruzie.

Erger is dat al op bladzij 104 wordt gezegd, nog wel in hoofdletters (het boek is een collage van heterogene tekstfragmenten) dat “DE BRIGADECHEF VANAF DE EERSTE DAGEN EIGENLIJK BESCHIKTE OVER DE HELE WAARHEID”. Want, zo staat even verderop, al bij het tweede verhoor na haar arrestatie had Mena een volledige bekentenis afgelegd. Maar dan denk ik: als die rechercheur het allemaal in het begin al wist, dan heeft hij het alleen niet gezegd om de schrijver zijn boek te laten schrijven, en dan voel ik me ontzettend in de zeik gezet. Dan is het hele boek een kunstje, meer niet.

Volgens mij is het dat ook. Vana het begin voel je dat iemand niet bezig is een verhaal te vertellen, maar een boek te schrijven, en wat mij bijblijft is niet de aan waanzin grenzende ingewikkeldheid van het gebeuren, maar de aan onleesbaarheid grenzende ingewikkeldheid van het boek. Indien de schrijver met de tweede ingewikkeldheid een congruente weergave van de eerste beoogde, is hij volledig in zijn opzet geslaagd: met geen van beide wil ik te maken hebben.

PUZZELAAR

Een dergelijk oordeel over een boek dat in meer dan tien talen is vertaald, in Portugal met de hoogste literaire onderscheiding is bekroond, vijf jaar na verschijning al dertien maal is herdrukt, roept vragen op naar de verstandelijke vermogens van de recensent. Die heb ik mij dus gesteld. Ben ik te stom voor zo'n boek? Om die vraag niet meteen met ja te beantwoorden, zei ik mezelf dat ik een lezer was, geen puzzelaar. Dat dit boek alleen begrepen kan worden door wie ervaring en plezier heeft in het lezen van detectives. Maar dat is flauw. De naar schatting 150.00 Portugese lezers moeten gegronder redenen hebben voor hun bewondering. Motieven van algemenere aard moeten in het spel zijn.

Ik zie er twee. Het kan zijn dat Portugezen, door de halve eeuw politiestaat die ze nog niet zo lang geleden achter de rug hebben, zo thuis zijn in deze wereld van wantrouwen, rivaliteit en laster, van geruchten, verzwijgingen en toespelingen, dat een voor mij duistere flard van een daloog voor hen onmiddellijk en zonneklaar een hele situatie onthult.

Ik vind bij voorbeeld vaak van hen dat ze de gewoonte hebben iets achter iets te zoeken waar helemaal niets is, en dat ik dat niet doe vinden zij van mij dan weer argeloos. Misschien is dat een van de redenen van het misverstand tussen mij en dit boek.

(De vele vertalingen zeggen me niets: dat is vaak minder een kwestie van literaire verdienste dan een zaak van uitgeverspolitiek en promotiebegaafdheid. Bijna alle Portugese schrijvrs die ik ken, azen als prooidieren op vertaling, al is het maar in een marginaal taaltje als het Nederlands: vertaling, ofwel erkenning uit het buitenland, is de consecratie.) Dat brengt me op mijn tweede overweging, een onaangenaam onderwerp, gelukkig door sommige Portugezen zelf aangeroerd: het collectieve minderwaardigheidsgevoel ten opzichte van het buitenland, de verering van alles wat elders nieuw, modern en in de mode is. Fernando Pessoa hekelde dit in zijn opstellen over het Portugese provincialisme. Zijn collega en vriend Mario de Sa-Carneiro verweet hij diens bewondering voor de grote Europese stadscentra: dat vond hij een typisch provinciaal trekje. In die orde valt misschien de terreur, in de Portugese literaire wereld, van het supergestructureerde boek, de dwang om in Godsnaam modern te zijn, dat wil zeggen te schrijven volgens de laatste gemporteerde stramienen, zich meer op te stellen als vormvirtuoos dan als een mens die iets te zeggen heeft.

Portugal, kortom, als een grote Revior. Ik zou eigenlijk wel willen weten wat een ander van deze boeken vindt. Voor beide zullen ongetwijfeld lezers zijn. Dat hoop ik van harte, al was het maar voor de vertaalsters, die voortreffelijk werk hebben geleverd. Vooral de 'veeltongige'

stijl, de spreektaal van mannen-onder-elkaar en de meer technische politieterminologie, lijken me de Ballade tot een lastige vertaalklus te maken.

Ik had al dit talent graag besteed gezien aan leesbaarder werk.