Onderminister Atwood: VS vrezen EG-defensiemarkt

DEN HAAG, 14 JUNI. De Verenigde Staten vrezen dat de vestiging in Europa van een gemeenschappelijke defensiemarkt zonder binnengrenzen een negatief effect zal hebben op de transatlantische verhoudingen. Dat zegt de Amerikaanse onderminister van defensie Don Atwood.

Atwood hoopt dat het niet zal komen tot afschaffing van artikel 223 van het EG-verdrag dat produktie van en handel in wapens, munitie en ander oorlogsmaterieel nu nog buiten de gemeenschappelijke markt houdt. De Nederlandse staatssecretaris van defensie Van Voorst tot Voorst is daar sterk voorstander van. Ook de Europese Commissie steunt deze gedachte.

Atwood: “Een van de dingen waar de Amerikanen al lange tijd bang voor zijn is het effect van Europa 1992 en de gevolgen daarvan voor de markt voor defensieactiviteiten. Er zijn veel internationale bedrijven zowel in Europa als in de Verenigde Staten. Ik hoop dat dit niet uitloopt op een barriere tussen de VS en Europa. We hebben te veel gemeenschappelijke belangen om dat te laten gebeuren.”

Onderminister Atwood, de eerste man in het Amerikaanse ministerie van defensie na minister Cheney, is afkomstig van General Motors en staat bekend als een effectief bestuurder van het Pentagon. Hij was deze week op bezoek in ons land om overleg te voeren met staatssecretaris Van Voorst tot Voorst en leden van de Tweede Kamer. Ook bracht hij een bezoek aan het bedrijf HSA (Hollandse Signaal Apparaten), recentelijk door het Franse concern Thomson-CFF van Philips overgenomen.

Atwood verwacht niet dat de omvang van de Amerikaanse landstrijdkrachten in Europa veel verder zal worden beperkt dan nu is voorzien. Hij denkt ook niet dat vanuit het Congres aandrang zal worden uitgeoefend tot een totale tergtrekking van de landstrijdkrachten. “Elk scenario dat we nu kunnen bedenken omvat Amerikaanse landstrijdkrachten in Europa.”

Atwood wijst in dit verband op het belang van de NAVO voor de flanken in Europa. “Ik ben er niet voor om te zeggen: de centrale regio is nu opgelost, laat de flanken nu maar voor zichzelf zorgen.”

Er zal de komende weken en maanden binnen de NAVO nog uitvoerig worden overlegd over de afgesproken vorming van de Rapid Reaction Force, een snel inzetbare interventiemacht, en de Amerikaanse rol daarbij, aldus Atwood. De onderminister maakt daarbij overigens volstrekt duidelijk dat hij niets ziet in een zelfstandig Europees defensieapparaat. “Wij vinden dat de NAVO de voornaamste strategische organisatie is en moet blijven in Europa, maar aan de andere kant moeten de Europese landen natuurlijk een eigen toekomst bepalen als het om hun veiligheid gaat. Maar we hopen dat als er iets gebeurt in de Westeuropese Unie, als de Europese defensiepijler, dat uiteinelijk via de NAVO zal gaan.”

In de komende maanden zal binnen de NAVO ook de kwestie van de kernwapens voor de korte afstand (SNF) weer aan de orde komen, nu het akkoord ter beperking van de conventionele bewapening (CFE) helemaal rond is, zegt Atwood. Wat de Verenigde Staten betreft kunnen deze kernwapens niet geheel van het Europese toneel verdwijnen en kunnen vliegtuigen die in staat zijn zowel conventionele als kernwapens te vervoeren “niet worden opgegeven”.

Atwood vindt niet dat de problemen die er zijn geweest met de interpretatie van het CFE-akkoord en de moeilijkheden bij de totstandkoming van een START-akkoord, wijzen op een verharding van de opstelling van de Sovjet-Unie. “Ik zie er geen terugkeer in naar de moeilijke tijden van het verleden. Ik ben nog steeds optimistisch op dit punt.”

Atwood bevestigt dat de defensiesamenwerking tussen Nederland en de Verenigde Staten de laatste jaren niet erg succesvol is geweest. Verschillende projecten zijn mislukt, onder meer ten aanzien van luchtverdedigingssystemen voor fregatten en luchtdoelraketten. “Feit is dat de samenwerking bepaald niet is geweest wat Nederland en de Verenigde Staten daarvan hadden verwacht.” Als een van de redenen daarvoor noemt Atwood het feit dat sommige programma's “niet altijd alle steun van een afzonderlijke dienst in de VS krijgen. Als dan de tijd van de begroting komt en er minder geld beschikbaar is, worden deze zaken makkelijker opzij gezet dan zaken die essentieel zijn voor die dienst.”

Concrete nieuwe afspraken zijn er tijdens het bezoek van Atwood niet gemaakt en over het perspectief van nieuwe samenwerkingsakkoorden blijft hij uiterst vaag.

Don Atwood (Foto NRC Handelsblad - Leo van Velzen)