Nuttige Dingen in de Nacht

Een onopvallend bericht in een oud nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Science.

Volgens de overlevering zou Leonardo da Vinci per etmaal maar anderhalf uur hebben geslapen. Zes tukjes van een kwartier. En een gezonde mannelijke vrijwilliger, een kunstenaar zelfs, zou dit bizarre ritme nu onder wetenschappelijk begeleiding negen dagen hebben volgehouden. In Amerika. Zijn geheugen, redeneervermogen en rekencapaciteiten leken er geen nadelige gevolgen van te ondervinden. De man vond het zelfs leuk. Het bericht maakte verder melding van een Italiaan, ook een kunstenaar, die twintig jaar geleden zijn slaap had gerantsoeneerd en er pas na een half jaar mee ophield, alleen maar omdat hij met al z'n tijd geen raad wist.

Alserkend workaholic met een chronisch gebrek aan tijd las ik dit met stijgende belangstelling. Ik besloot ter plekke tot een onwetenschappelijk experiment.

Zaterdag. Overdag alvast begonnen met dutjes. Bij de eerste moest ik worden wakker geschud toen de tijd om was, de tweede en derde leverden geen seconde slaap op. Nog niet moe genoeg zeker. Ik ga steeds een half uur liggen, want ik vind dat ik recht heb op een kwartiertje inslaaptijd. En dat elke vier uur. De avond is iets prachtigs. Ik hoef geen gewichtige artikelen te lezen, want dat doe ik vannacht wel. Veel meer tijd dan anders dus voor de kinderen, tijd om eens rustig te praten. Lang leve Leonardo.

Zondag. Tal van Nuttige Dingen gedaan vannacht, hoewel het in de kleine uurtjes toch niet meevalt. Het is donker, iedereen slaapt en het slaaptekort doet zich voelen. Of is het geen gebrek aan slaap? Volgens de maatstaven van het universele genie kom ik niets tekort. Het is vermoedelijk de biologische klok die nog niet de juiste versnelling heeft gevonden. Zodra het licht wordt en het gezin ontwaakt gaat het een stuk beter.

Opstaan na een dutje is niet moeilijk. Bewegen wel. Het is of er blubber in m'n gewrichten zit. Iets eten of drinken helpt.

Ik heb elke vier uur een maaltijd nodig. De stofwisseling kent geen rust meer: zes maaltijden per dag. En zes keer per dag tanden poetsen, een heel gedoe. Zes keer per dag contactlenzen in- en uitdoen valt niet op te brengen, dus de bril wint weer terrein. Zulke problemen had Leonardo natuurlijk niet.

Het is een merkwaardige idee om snel te moeten inslapen. Als dat niet binnen een kwartier lukt, dan hoeft het al bijna niet meer. Aan werken onder tijdsdruk was ik al gewend, maar slapen onder tijdsdruk is nieuw. Het gaat me niet slecht af, moet ik zeggen.

Maandag. Een geweldige klap voor het zo prille nieuwe ritme: ik heb me verslapen! Van twaalf uur 's nachts tot half vijf.

Eigen schuld, ik had de wekker verkeerd gezet. Weg nachtelijke werkuren. De hele dag voel ik me belabberd. Het is of ik twee jet-lags door elkaar heb. Hoe zou Da Vinci dit hebben voorkomen? Hij heeft wel eens een wekker ontworpen op basis van een waterklok. Zodra er een reservoir was volgedruppeld ging er een mechanisme sjorren aan de voeten van de slaper “zodat deze ontwaakt en zich aan zijn werk begeeft.” Maar zoals zoveel ideeen heeft de goede man deze waarschijnlijk niet verwezenlijkt.

Ik krijg er nu een proleem bij. Het is al moeilijk om in het weekeinde familiebezoek en andere sociale activiteiten aan mijn slaapprogramma aan te passen, maar hoe doe ik mijn hazeslaapjes tijdens de acht-urige werkdag? Tijdens een vergadering in slaap vallen zou te vergeven zijn, maar er een wekker bij zetten, dat gaat niet. Aan het bureau slapen? In de auto? Ik verzin een smoes en ga naar huis.

Dinsdag. Het lichaam protesteert niet maar blijft wel zeuren. Ik voel me de hele dag sloom en ik beweeg traag. Een vieze smaak in de mond. Maar de grootste moeilijkheden zitten in het hoofd. De nacht was een verschrikking. Denken lukt niet, laat staan besluiten nemen. Soms zit ik minuten lang naar de papieren op m'n bureau te staren. Lezen, zelfs video kijken - het gaat niet meer. Om een uur of vier 's nachts ben ik naar buiten gegaan om allerlei idiote lichamelijke oefeningen te doen, alleen maar om te voorkomen dat ik in slaap zou vallen.

Het hielp, maar ik realiseer me dat er op deze manier weinig terecht komt van de geweldige tijdwinst die ik mezelf had voorgespiegeld. In spelen met de kinderen heb ik allang geen zin meer. Wakker bljven is geen doel op zich.

Woensdag. De natuur is genadig. Weer heb ik me verslapen, maar nu dwars door de wekker heen. Ik geef het op. Dit lijkt me meer iets voor kunstenaars.