Nederland zonder de CPN

Met de tweeentachtig jaar, die de Communistische Partij van Nederland achter de rug heeft, laat zij dit weekend op een in ons land weliswaar nog maar weinig verwondering wekkende, maar op een in de internationale communistische beweging nog altijd hoogst ongewone wijze, het leven. Zij heft zich eigener beweging op en laat haar verleden na als object van studie. Daarmee is de laatste radicaal linkse partij, die ooit op een grootse, nabije socialistische toekomst vertrouwde, uit ons politieke landschap verdwenen.

Electoraal is de CPN, met alle andere kleine linkse partijen, al in de loop van de jaren zeventig ten ondergegaan, het onstuitbaar gebleken verlies onder haar traditionele aanhang in de arbeidersbevolking was nog eerder ingezet. Haar verdwijnen heeft dan ook nauwelijks nog enig verband met de recente omwentelingen in Oost-Europa.(EPTot de oprichters en de eerste vijfhonderd leden die de partij tot de beginjaren twintig telde, behoorden vooral intellectuelen en radicale arbeiders, die ontevreden waren over de gematigde koers van de SDAP en in de ban raakten van de revolutionaire gebeurtenissen in Petersburg en Berlijn aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Zij hoopten door middel van aansluiting bij de Communistische Internationale deel te kunnen nemen aan een revolutionaire omwenteling op wereldschaal, die de weg moest openbreken naar de verwezenlijking van een schone droom van een socialistische samenleving op de hele aarde.

Tijdens de massawerkloosheid in de Westelijke industriestaten en de opkomst van het nationaal-socialisme in Duitsland in de jaren dertig, leek het socialistische ideaal, als alternatief voor het in een diepe economische crisis verkerende kapitalisme, overtuigender te worden door een rooskleurig beeld dat velen van de vijfjarenplannen in de Sovjet-Unie hadden. Een toestroom van werklozen bracht de CPN enige groei in ledental en activiteit. In de jaren van de Duitse bezetting bracht de SD de illegaal opererende partij zware slagen toe: ongeveer de helft van haar leden is gefusilleerd of in een concentratiekamp omgekomen.

Na de bevrijding, onder de indruk van het beeld dat van het aandeel van de Sovjet-Unie in de strijd tegen Hitler-Duitsland en het optreden van de communisten in het naionale verzet was ontstaan, kreeg de CPN bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1946 - met stemplicht en de kiesgerechtigde leeftijd pas bij 23 jaar - tien procent van de kiezers achter zich.

In de koude oorlog vereenzelvigde zij zich volledig met de politiek van de Sovjet-Unie en raakte in een onoverkomelijk isolement. Dit werd nog vergroot door de interne conflicten in de partijleiding aan het einde van de jaren vijftig en de wijze waarop deze werden uitgevochten.

De langdurige hoogconjunctuur, de welvarender leefwijze en de daarmee gepaard gaande ontzuiling leidden ook in de aanhang van de CPN tot ingrijpende veranderingen. Het geloof in een reTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT eel socialistisch alternatief raakte versleten en de na-ijleffecten van de Tweede Wereldoorlog speelden bij het bepalen van de politieke keuzen vrijwel geen rol meer.

Beslissend voor de positie van de CPN moet zijn geweest, dat zij haar in termen van sociaal eigenbelang oordelende aanhang onder de arbeiders kwijtraakte. Dat bleek zonneklaar in de jaren zeventig, na het optreden van het kabinet-Den Uyl. De tijdelijke toestroom van studenten en de gentroduceerde vernieuwing hebben dit proces alleen maar verhaast. In de jaren tachtig was de CPN letterlijk en figuurlijk nog slechts theoretisch van betekenis.

De CPN heeft zich van de andere politieke partijen altijd onderscheiden door bijzondere pretenties. Zo zag ze zich lange tijd als onderdeel van een 'revolutionaire' beweging, wat in ons land, met zijn democratisch staatsbestel en tradities, op de eigen aanhang op den duur een puur theoretische en op anderen in elk geval een wereldvreemde indruk maakte. Het voornaamste effect ervan zal wel zijn geweest dat de partij hiermee, en wegens haar verbindingen met Moskou, onbetwistbare legitimaties verschafte om de Binnenlandse Veiligheids Dienst decennialang op te dragen het doen en laten van de partij en velen van haar leden te registreren - wat met een ruimer budget en heel wat meer personeelsleden geschiedde dan waar de partij zelf ooit over heeft kunnen beschikken.

De gedachte dat zij een 'partij van de arbeidersklasse' was, heeft slechts in de eerste jaren na de bevrijding enige steun in de feiten gehad. Spoedig bleef noemenswaardige arbeidersaanhang in feite beperkt tot bedrijfstakken die in het zich sterk industrialiserende land marginaal waren of dat al snel werden. In de belangrijkste industrietakken is van omvangrijke noch van duurzame invloed ooit sprake geweest.

Nooit is de CPN erin geslaagd tot enige samenwerking van betekenis te komen met de wel op een grote arbeidersaanhang steunende sociaal-democratie, voor zij, in de tweede helft van de jaren zestig, weer in enkele gemeenten en provincies in het dagelijks bestuur werd opgenomen. Met uitzondering van de Finse socialisten, werden zowel het anticommunisme van de SDAP voor als dat van de PvdA in de eerste twintig jaar na de orlog nauwelijks overtroffen. Dat een vooraanstaand communist als Verheij in de hoofdstad tot 1978 twaalf jaar lang als een gewaardeerd wethouder kon functioneren was iets unieks in West-Europa. Maar dergelijke ontwikkelingen sproten voort uit veranderingen die zich in de PvdA voltrokken en niet aan een toenemende invloed van de CPN.

Toch zal het beeld van communistische parlementariers als Bakker, en voor hem Gortzak, wel eens worden gemist. Zij wisten het Kamerdebat te verlevendigen en het als weinig anderen uit nevelen van ambtelijke abstracties tot de sociale werkelijkheid terug te brengen en ook voor niet-academisch gevormden toegankelijk te maken. En er zal, zowel in de vakbeweging als in het lokale bestuur, nog wel eens behoefte worden gevoeld aan de inzet, de kennis van zaken en de radicale onverzettelijkheid waarop bij menig communist kon worden gerekend - al was het maar omdat braaf foei foei roepende bestuurders er bij beslotener onderhandelingen graag gebruik van maken. En het feit dat het zich in West-Europa telkens weer voordoen van fascistische en racistische acties en organisaties in ons land moeiteloos in de categorie criminaliteit worden geplaatst, is voor een belangrijk deel te danken aan communisten die anti-fascistische tradities actief hoog hielden.

Sommigen zullen zich in een Nederland zonder CPN nu en dan dus wel eens bezorgd afvragen wie de PvdA naar een linkser koers zou moeten zien te trekken en of iemand de Centrum-Democraten wel genoeg op de huid zit. Want de verwachting dat Groen Links deze tradities overneemt is niet groot. Er zit voor hen niets anders op dan op het idee te komen ook de eigen nek uit te steken. Wat dat betreft zou het verdwijnen van de CPN zeer nuttige gevolgen kunnen hebben - en waarom alleen in de PvdA en bij Groen Links?

Wat de nog graag actieve oud-CPN'ers betreft: er moet op het grote maatschappelijke middenveld van lokaal bestuur en grote en kleine belangenorganisaties veel ruimte te vinden zijn, waar zij meer maatschappelijke realiteitszin kunnen opdoen en zinvoller en meer bevrediging schenkend werk kunnen verrichten dan voor hen in een door irreele doelstellingen verblinde en door immorele methoden nu en dan verziekte CPN mogelijk was.