Met vrachtwagens tegelijk uit de voormalige DDR gehaald; Achterhoek puilt uit van antiek; 'Ankauf Altmobel. Zalhe Spitse Preise. Gruse aus Holland'

SILVOLDE, 14 JUNI. Op de binnenplaats van een 'antiekgroothandel' in Terborg wordt een vrachtwagen uitgeladen. Tegen de wanden zijn nog enkele kastjes vastgesnoerd. Op de opengeslagen deuren staat groot met viltstift geschreven: 'Wir kaufen alte Mobel aus Oma's zeiten, oder wir tauschen gegen neue fahrradern. Gruse aus Holland'.

Even verderop, in het dorpje Silvolde, ligt in een zaak waar men 'antiek en meubels' verkoopt, tsen honderden kasten, kastjes, commodes, kinderstoeltjes en hobbelpaarden, een stuk slordig beschreven karton, dat wederom, ondanks het gebrekkige Duits, weinig te raden laat over de herkomst van het spul: 'Ankauf Altmobel. Zalhe Spitse Preise'. Een gescheurde Oostduitse vlag hangt over het deurtje van een slecht scharnierende en van houtworm vergeven klerenkast, in de werkplaats achterin de zaak wordt geschaafd en getimmerd aan een exemplaar dat ook bete tijden heeft gekend.

Het zijn hoogtijdagen voor de antiekhandelaren in de Achterhoek. Vrachtwagens rijden af en aan met waar die rechtstreeks uit het voormalige Oost-Duitsland komt. Sinds de DDR is ingelijfd bij West-Duitsland bestaat de mogelijkheid van vrije handel en daar wordt grif gebruik van gemaakt. “De DDR wordt leeggeroofd”, schreef het Duitse blad Der Spiegel deze week in een alarmerend artikel, waarin met de beschuldigende vinger werd gewezen naar vooralNederlandse (met name Achterhoekse) opkopers, die de voormalige Oostduitsers zouden intimideren en bedriegen. Er wordt zelfs een link gelegd naar de roof van kostbare Ost-kunst, de afgelopen maanden, uit kerken en musea.

Volgens de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) in Den Haag, die ook fungeert als het Nederlandse bureau van Interpol, is van een “Nederlandse connectie” in een op Oost-Duitsland georienteerde kunstmafia, al dan niet met Stasi-figuren, geen sprake. “Als het waar zou zijn zoud wij het echt weten”, laat CRI-woordvoerder E. Moeksis weten.

Zelfs de speciale afdeling kunst- en antiekdiefstallen heeft geen alarmerende berichten van de oosterburen vernomen, ook niet nadat daar deze week nog speciaal naar is genformeerd.

Het veilinghuis Christie's zegt sinds de Duitse eenwording wel wat meer Oostduitse kunst onder de hamer te krijgen, maar van een 'hausse'is geen sprake.

Dat de Achterhoekse antiekhandelaren kunstdieven zijn moet dus waarschijnlijk met een korrel zout worden genomen. Twijfelaars kunnen beter niet met J. Wolters, groothandelaar in antiek te Silvolde, gaan praten, want hij is razend. In het Duitse tijdschrift wordt hij min of meer als het brein achter de 'cultuurroof' aangeduid. Hij heeft een advocaat in de arm genomen om het weekblad een proces aan te doen. “Man, ik sta daar op een foto en zeg dan dat me massaal gestolen waar wordt aangeboden. Ik ben toch niet gek. Als dat al zo zou zijn, dazou ik dat toch niet zeggen.”

Wolters is een van de groten in de bulkhandel uit het oosten. Hij koopt zelf in de voormalige DDR in, maar treedt ook op als tussenhandelaar, voor spullen die volgens Der Spiegel ook grif aftrek vinden in de VS en volgens een andere antiekhandelaar 'via Wolters en z'n mannen' zelfs weer naar West-Duitsland terug worden verhandeld.

Binnen de 'sjieke' antiekhandel wordt de Oostduitse waar trouwens als 'inferieur' beschouwd. “Het is meest grenen”, zegt een handelaar die liever anoni wil blijven, “ten opzichte van mahonie en eiken is dat een mindere houtsoort.

Het zijn voornamelijk beschilderde kasten, die ontverfd en geloogd moeten worden. Het is antiek voor mensen die het eigenlijk niet betalen kunnen.''

Dat ook in de 'normale' handel de grens van het betamelijke vaag is, werd de justitie in Almelo onlangs duidelijk. In april werd een tiental Nederlanders in de Twentse grensstreek aangehouden dat antiek uit de voormalige DDR iorteerde.

Maandenlang hadden de Twentenaren wekelijks 20 tot 25 vrachtwagens vol meubels, koetsen en speelgoed naar Nederland gehaald zonder invoerbelasting te betalen, terwijl de meesten tevens een uitkering genoten. Justitie schatte de schade op 1,25 miljoen gulden, een bedrag dat inmiddels door de verdachten bijna is terugbetaald.

Er gaat dus niet alleen veel waar, maar ook goed geld om in de handel, al wil Wolters dat niet gezegd hebben. “Ik zit al twint jaar in die handel en ik zal u vertellen, het aanbod is veel te groot. Het goeie spul is allang weg. Nog even en ik hou er mee op en ga in het oud ijzer.” Op een weiland bij Wolters' erf staan intussen tientallen Oostduitse bolderkarren nat te regenen, zijn magazijn puilt uit van de kasten. 'Ouwe troep' is de kwalificatie die hij er zelf aan geeft. Volgens de Almelose officier van justitie mr. E. Heus gingen de daar aangehouden verdachten in Oost-Duitsland “met spandoeken d straat op” om de mensen over te halen hun meubels in te leveren. Der Spiegel bericht dat de handelaren de Duitsers “mit der D-mark vor der Nase” door hun kelders, stallen en zolders jagen, op zoek naar buit.

Wolters evenwel zegt zich van geen kwaad bewust te zijn: “Ze suggereren dat we de boel leegstelen. Kom nou. Als ik 20 of 30 Mark voor zo'n kast bied, dan heb ik 'm. Dan hoef ik 'm toch niet te stelen. De mensen daar weten niet waar ze het moeten laten. Als we te laat komen steken ze de brand erin.”