Marshallplan voor Gorbatsjov

WASHINGTON, 14 JUNI. Het lijkt een droom van aankomende studenten economie: het ontwerpen van een nieuw Marshallplan voor de ingestorte Sovjet-economie onder de naam 'Grand Bargain'. Economen van de Harvard-universiteit en van het MIT (Massachussets Institute for Technology) zijn daarmee met Sovjet-economen in het Amerikaanse Cambride al bijna een maand dag en nacht bezig.

Terwijl de economen nog onderhandelen, lekken er zo nu en dan bijzonderheden uit van de ambitieuze blauwdruk. Het Westen (en Japan) zou rond de 150 miljard dollar aan de Sovjet-Unie moeten geven, stapsgewijs en gelijktijdig met economische hervormingen. De Verenigde Staten zouden van de kosten slechts drie miljard per jaar hoeven te betalen.

De Amerikaanse initiatiefnemer, prof. Graham Allison, verdedigt met een medeplannenmaker, de voormalige Sovjet-adviseur voor president Bush, Robert Blackwill, het denkbeeld van een “strikt conditioneel hulpprogramma” aan de Sovjet-Unie voor het komende nummer van Foreign Affairs. De grote trekken van het plan zouden nog publiek worden gemaakt maar dat is vooralsnog niet gebeurd. Het was aanvankelijk de bedoeling het plan drie weken geleden klaar te hebben, maar ook deze week onderhandelden de economen nog in de conferentiezaal van Harvard.

Graham Allison heeft het initiatief genomen tot het maken van het plan. Hij is de oprichter en de voormalige deken van Harvards John F. Kennedy School of Government. Deze universitaire opleiding heeft veel Amerikaanse politieke adviseurs afgeleverd. De Democratische presidentskandidaat Dukakis betrok er zijn adviseur voor buitenlandse zaken, prof.

Joseph Nye. President Bush had in zijn campagne smalende woorden voor de links-liberale establishment van Harvard, maar toch nam hij begrotingsdirecteur Richard Darman over uit de staf van voormalig president Reagan. Darman, geenszins links-liberaal, komt ook uit de wetenschappelijke staf van de John F. Kennedyschool. Na zijn functie als deken bij de John F. Kennedy school verzorgde Allison bij de Carnegie stichting in Washington korte bestuurscursussen voor Sovjet-functionarissen. Hij reisde ook veel naar de Sovjet-Unie en kwam zo in contact met de Opperste Sovjet. Hij wilde toen al vijftien miljard dollar per jaar hulp voor de Sovjet-Unie. Zo ontstond het plan voor de 'Grand Bargain' die oveigens niet de volledige steun van de Sovjet-regering heeft.

Het is ook geen Harvard-initiatief, al nemen veel Harvard-wetenschappers er aan deel.

De Sovjet-coordinator is de 39-jarige econoom Grigory Javlinski, voormalig vice-premier van Rusland. Hij werkte eerder aan het befaamde 500-dagen-plan, vernoemd naar Gorbatsjov voormalige topadviseur Stanislav Sjatalin, dat de Sovjet-president uiteindelijk terzijde heeft gelegd.

Javlinski heeft het beknopte Amerikaanse televisie-idioom al geleerd. “Alstublieft help ons”, zei de charmant uitziende intellectueel met zijn lange donkere manen een aantal weken geleden bijna smekend voor het Amerikaanse avondnieuws.

Pag. 13

'Grand Illusion' wacht beleefde afwijzing

MIT-hoogleraar Stan Fisher brengt ervaring met de financiele instellingen van de Verenigde Naties in. Hij was vroeger topeconoom bij de Wereldbank. Harvard-econoom Jeffrey Sachs heeft de economische transformatie tot de vrije ondernemingsgewijze produktie persoonlijk meegemaakt. Hij adviseerde de Poolse regering met het gemengde resultaat van nu. Hij lobbiet nu voor de Grand Bargain bij de Amerikaanse pers en bij de Groep van Zeven gendustrialiseerde landen (G-7) die half juli in Londen bijeenkomen.

Maar naarmate het maken van het plan langer duurt, wordt het een steeds meer academische oefening. De vergelijking met het Marshallplan gaat, zoals bj alle andere plannen die met het grote naoorlogse initiatief worden vergeleken, ten dele op.

Het huidige politieke klimaat in Amerika is een verre echo van dat van de naoorlogse jaren. Toen werkten een Democratische president samen met vooruitziende Republikeinse zakenlieden om West-Europa economisch te schragen tegen de expansieve Sovjet-Unie. Nu heeft een zelfs voor huidige begrippen internationalistische Republikeinse president nauwelijks geld om aan zijn bestaande internationale verplichtingen te voloen.

David Gompert, Witte Huis-adviseur voor Europese zaken zei twee weken geleden dat West-Europa nu voor de Sovjet-Unie moet doen wat Amerika toen voor West-Europa deed. Voor Amerika is alleen “het leiderschap dat past bij een grootmacht”

weggelegd, aldus Gompert en dat hoeft volgens hem niet veel geld te kosten.

Er is een ander verschil met toen. De hulp van het Marshallplan werd door de Westeuropese economieen, die een zestal jaren onder oorlog gebukt gingen, dankbaar gebruikt Hier gaat het om een land dat al sinds begin deze eeuw nauwelijks particuliere ondernemingen heeft gekend. De gezaghebbende Sovjet-deskundige van Harvard, prof. Marshall Goldman, noemt het in Harvard beraamde plan dan ook de Grand Illusion. “Dit is al het achtste plan”, zegt hij. Volgens hem moet niet het Westen (en Japan) maar president Gorbatsjov de eerste stap zetten door duidelijk te maken dat hij het meent met economische hervormingen. Daar heeft hij nog geen bewijs van gezien. Integendeel, Gorbatsjov had destijds bijvoorbeeld de rechtse 'hardliner' Ligatsjov in het Politbureau verantwoordelijke gemaakt voor de landbouw, zodat daar nauwelijks hervorming mogelijk was. “Gorbatsjov heeft zich nog nooit voor particuliere eigendom uitgesproken”, zegt Goldman. Zijn uitspraken over de vrije markt waren altijd vaag.

Sovjet-functionarissen als premier Pavlov hebben het nog steeds over Westerse samenzweringen. Gorbatsjovs speciale gezant Primakv, die met Javlinski bij Bush kwam pleiten voor Westerse hulp, is volgens Goldman niet te vertrouwen. “Hij saboteerde Amerika tijdens de Golfoorlog”, aldus Goldman. Het economische plan van Primakov mist een duidelijk tijdschema.

Volgens Goldman is economische hervorming in de Sovjet-Unie niet mogelijk zolang Gorbatsjov nog aan de macht blijft.

“Polen kon ook pas aan de hervorming beginnen zora de onpopulaire generaal Jaruzelski was afgetreden”, zegt hij.

Hij vindt de verstrekking van anderhalf miljard dollar graankredieten door Bush aan de Sovjet-Unie daags voor de Russische presidentsverkiezingen dan ook bedenkelijk. Het was een duidelijke aanbeveling voor Gorbatsjov. “Een ongeoorloofde inmenging in de binnenlandse zaken van de Sovjet-Unie”, zegt Goldman. Bovendien verloor Bush een krachtige prikkel voor de Sovjet-Unie om het eens te worden bij de onderhandelingen over kernwapens voor de lange afstand (Start). Beide partijen zijn nog steeds verdeeld over drie grote vraagstukken.

De graankredieten hebben voor Amerika het praktische voordeel dat ze de effecten van subsidieverlagingen voor Amerikaanse graanboeren verminderen. Hoewel de kredieten vrijwel een schenking zijn, omdat het onwaarschijnlijk wordt geacht dat de Sovjet-Unie het geld zal terugbetalen, zal president Bush niet gauw meer geld aan de Sovjet-Unie uitdelen. Hij voelt niet voor het sturen van grote sommen gelds, die bovendien in tegenstelling tot kredieten ten laste van het begrotingstekort komen. De woordvoerder van het Witte Huis zei begin deze week nog dat er zeker geen 150 miljard dollar zal worden gegeven aan de Sovjet-Unie. Het zou ook een onwaarschijnlijk precedent zijn, als het Witte Huis op een door academici voorgekookt plan zou ingaan. De koers van Bush ten opzichte van dergelijke grote initiatieven is: beleefd overwegen maar uiteindelijk afwijzen. Toch heeft hij met de benoeming van Robert Strauss tot mbassadeur in Moskou de economische betrekkingen met de Sovjet-Unie een extra accent gegeven. Strauss is een kopstuk van de Democratische partij en een voormalig onderhandelaar over handelsgeschillen voor president Carter.

Merkwaardig is de rol van de Democratische leider in het Huis van Afgevaardigden, Richard Gephardt. Hoewel deze tijdens de presidentiele voorverkiezingen isolationistische standpunten innam en altijd kritiek heeft op het internationalisme van Bush, maakt hij zich nu sterk voor hulp aan de Sovjet-Unie.

Volgens hem baat het uiteindelijk de Amerikaanse belastingbetaler. Hij is optimistisch over de pacificerende invloed die de hulp op de Sovjet-Unie zal hebben, zodat Amerika uiteindelijk minder aan defensie hoeft uit te geven.

Functionarissen van het Witte Huis en van het ministerie van buitenlandse zaken noemen politieke voorwaarden aan eventuele hulp, zoals drastische verlaging van de defensiebegroti, stopzetting van de hulp aan Cuba en een einde aan de onderdrukking van de Baltische republieken. Goldman vraagt zich af of de Sovjet-Unie aan al die eisen gehoor wil geven.

Los daarvan kan Amerika toegeven aan de druk van de Europese landen die positiever staan tegenover hulp aan de Sovjet-Unie.

Uiteindelijk heeft Gorbatsjov ook langs die weg toegang gekregen tot de G-7.