Machteloze herinneringen aan een dorp

Gezelschap: Reflex. Premiere: Een dag te veel. Choreografie: Patrizia Tuerlings; muziek:Giacinto Scelsi; uitgevoerd door: Martina Bittner (piano); decor: Boes Diertens; licht: Jan van Velden. Gezien: 13-6 Stadsschouwburg Amsterdam, aldaar met Une ville peut mourir (Trehet- Schmidely). Nog te zien: 14-6.

In de dansprogrammering van het Holland Festival wordt jaarlijks een plaats ingeruimd voor een Nederlands dansgezelschap dat zich bezighoudt met eigentijdse dans gebaseerd op de moderne dansstijlen. Dit jaar is gekozen voor Reflex of eigenlijk voor de choreografe Patrizia Tuerlings die het gezelschap leidt. Dat is niet verwonderlijk, want Tuerlings ontpopte zich het vorig seizoen als een verrassende choreografe met een eigenzinnige, krachtige bewegingstaal, gevoel voor theater en met een capaciteit om de niet geringe, individuele talenten van haar dansers optimaal te gebruiken.

Bovendien wilde zij een ballet maken genspireerd op het boek De gele regen van de Spaanse schrijver Llamazares en Spanje was dit jaar in het Holland Festival themaland.

De gele regen gaat over de laatste levensdagen van een bejaarde bewoner van het dorp Ainielle, een gehucht in de Pyreneeen. Hij leefde daar na de dood van zijn vrouw in volstrekte eenzaamheid. De andere dorpsgenoten waren reeds lang vertrokken op zoek naar een beter bestaan. In de monoloog beschrijft de man de aftakeling van het dorp en zijn eigen lichaam en haalt herinneringen op aan vroegere bewoners wier geesten de verlaten huizen nog bevolken. Koortsig en hallucinerend ziet hij het dorp bedekt worden door de gele regen die de dood aankondigt. Tuerlings heeft in haar Een dag te veel niet zozeer getracht dat thema letterlijk te volgen als wel de sfeer van eenzaamheid en wanhoop te treffen. Daar is zij zeker in geslaagd. In een mooi, sober decor van horizontale en verticale oprijzende, massieve muurvlakken (van Boes Diertens) zet zij vier mannen en vier vrouwen neer die hun radeloze situatie uiten met grillige, heftige bewegingsimpulsen die hen tegen de muren doen opvliegen, tegen de grond laten smakken of als machteloze bundels botten en vlees in elkaar doen zakken. Die explosies worden afgewisseld door verstilde fragmenten met subtiele, schichtige hand- en hoofdbewegingen, onzeker geschuivel, ineengedoken poses en blikken die leeg de ruimte instaren. Als er onderlinge contacten zijn, zijn die vooral uitermate agressief. Centraal staat de figuur van een eenling (Klaus Jurgens) waarin al die uitzichtloze machteloosheid en eenzaamheid gebundeld wordt.

Een dag te veel zit boordevol fascinerende bewegingen en prachtige beelden die knap in de ruimte worden gezet en de uitvoering is van een indrukwekkende intensiteit. Maar toch is de totaalindruk minder overtuigend dan het voorgaande suggereert. Het werk lijdt in hevige mate aan overkill. Het heeft een te eenzijdige spanningsboog en mist een bevredigende, dramatische opbouw. Het statement is eigenlijk al gemaakt in de eerste twintig minuten en dan volgen er nog 25 waarin niets essentieels meer wordt toegevoegd.