Levenslang

Om oud te worden, meldde Maarten 't Hart eergisteren, kun je dirigent of dominee worden, of zorgen dat je levenslang krijgt. “In de gevangenis”, schreef hij, “word je ook stokoud. Je zag het aan de Twee van Breda. Nog waren ze er niet uit, of ze stierven.” Dat oud worden, vervolgt hij, komt omat je in de cel eigenlijk niet leeft maar vegeteert.

Het citaat mag onmiddellijk worden opgenomen in universitaire syllabi 'Inleiding tot de statistiek', als bijzonder voorbeeld van ingebouwde vertekening.

Daarbij gaat het niet om het triviale feit dat de steekproef van 't Hart overzichtelijk klein en handzaam select is, maar om het telwoord. Immers, hoezo Twee van Breda? Waren die Twee niet de laatste overlevenden van wat er lange tid Drie, en ooit zelfs Vier zijn geweest?

Nummer Drie, Kotalla, stierf in 1979, in de Bredase Koepelgevangenis. Zijn beschermde leventje aldaar verhinderde niet dat hij zwaar ziek werd en maar 71 jaar werd. Nummer Vier, Lages, werd nog veel eerder, in 1966, naar Duitsland uitgewezen. Niet omdat hij druk op weg was een fitte grijsaard te worden, maar integendeel omdat hij ernstig ziek was en vrijlating “in het zicht van de dood” de enige humane oplossing wed bevonden. Zijn doodzieke toestand ten spijt, leefde hij nog vijf jaar buiten de gevangenismuren voort. Voor hem gold dus zeker niet: “Nog was hij er niet uit, of hij stierf.” Overigens werd hij maar 69.

Dat Fischer en Aus der Funten wel kort na hun vrijlating in 1988 stierven, wijst nog allerminst op een causaal verband.

Oud en ziek werden ze juist vrijgelaten om te voorkomen dat ze net als Kotalla achter de tralies zouden sterven. Gemiddeld werden de Vier 77. Toen ze levenslang kregen, waren ze veertig a vijftig. Mannen van die leeftijd mogen er volgens het CBS op rekenen ongeveer 75 te worden.