Kinderen verslaafde moeder krijgen taalproblemen

ROTTERDAM, 14 JUNI. Kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap harddrugs hebben gebruikt krijgen vooral in het tweede levensjaar problemen met taalvaardigheden. Ze zijn langzamer in het onthouden van woorden en kunnen nauwelijks volledige zinnen formuleren.

Dat concluceert drs. A.L. v Baar, die vijf jaar lang onderzoek deed naar kinderen van verslaafde moeders. Vandaag promoveert zij op haar proefschrift aan de Universiteit van Amsterdam.

Het kostte de onderzoekers van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam twee jaar om 35 aan drugs verslaafde moeders te vinden die aan het project wilden meedoen. De baby's van deze vrouwen werden tegenover 35 andere baby's gezet die kerngezond waren en wier moeders geen verdovende middelen hadd gebruikt.

“Natuurlijk kregen de meeste baby's uit de drugsgroep direct na de geboorte ontwenningsverschijnselen. Ze trilden, huilden met een schrille, hoge stem, hadden moeite met drinken, geeuwden en niesden de hele tijd. Dat afkicken kan lang nasudderen, soms duurde het wel een half jaar voordat de baby helemaal gezond was.”

Daarna ging het, vergeleken met de baby's uit de niet-drugsgroep, bergopwaarts. Van Baar en haar collega's namen nauwelijks vechillen tussen beide groepen waar. “We vroegen ons al af waarom we dit onderzoek deden.” Maar in het tweede levensjaar tekenden zich problemen met taalvaardigheden af. De kinderen van de drugsverslaafde moeders waren langzamer met praten, speelden wilder, hadden minder contact met hun ouders en konden bijvoorbeeld minder goed puzzelen.

Van Baar heeft er wel degelijk rekening mee gehouden dat dit niet allemaal aan de verstandelijke ontwikkeling van het kind is te wijten. “Veel moeders hebben geen idee wat voor soort spelletjes ze met hun kinderen moeten doen. Puzzels hebben ze niet in huis en het gewone kiekeboe en klap-eens-in-je-handjes is er niet bij. Ook spreken ze minder op kinderniveau. Op die leeftijd is het nodig dat je in een boek af en toe een hond aanwijst en bij een bal zegt dat zo'n ding een bal heet.” Van Baar onderstreept dat aan drugs verslaafde moeders heel liefdevol voor hun kind kunnen zorgen. “Het omgekeerde geldt ook: slechte moeders creer niet automatisch slechte kinderen.”

De 35 moeders die bij het onderzoek werden betrokken waren allen regelmatige gebruikers van methadon, herone en cocane.

Inmiddels zijn vier van hen volledig van de drugs af. Het maken van afspraken kostte de onderzoekers veel tijd. Vaak kwamen de moeders die afspraken niet na. “Blijven wachten, ook al is het vrijdagavond half zes en wil je naar huis. Dat is de oplossing”, zegt Van Baar.

In haar proefschrift 'Development of Infants of Drug Dependant Mothers' pleit Van Baar voor verder onderzoek van de kinderen als ze eenmaal op de lagere school zitten. De achterstand die de kinderen in het tweede levensjaar hebben opgelopen is niet helemaal weggenomen. De kinderen blijven een beetje achter hun leeftijdsgenootjes aanhobbelen. Verder wil Van Baar extra begeleiding voor de kleuters en voor de aan drugs verslaafde moeders. Op die manier moet onder meer de achterstand verkleind worden. u, vijf jaar later, leeft de helft van de kinderen uit haar onderzoeksgroep in pleeggezinnen. In die gevallen worden pogingen ondernomen om de kinderen terug te plaatsen.

Volgens Van Baar is het niet allemaal kommer en kwel en zijn er wel degelijk lichtpuntjes te zien. Rond 1985 en 1986 werden in Amsterdam zo'n 90 tot 100 kinderen van drugs verslaafde moeders geboren. Dat is de laatste twee jaar afgenomen tot 60 kinderen per jaar. “Ik kan dat met wetenschappelijke cijfers niet stav, maar wellicht heeft het te maken met de aids-campagne en het toegenomen condoomgebruik”, aldus Van Baar.