'Ik ben van een taai soort gematigdheid'; Ina Brouwer wil dat Groen Links als een platform werkt

DEN HAAG, 14 JUNI. De Communistische Partij Nederland blaast morgen, 73 jaar oud, haar laatsteadem uit. In het Amersfoortse congrescentrum De Flint krijgt ze een stijlvolle begrafenis met toespraken en muziek. Na afloop is er een koud buffet. “Nee, ik heb niet het gevoel midden in een stervensproces te zitten”, zegt Ina Brouwer aan de vooravond van 'het afscheid van de CPN'. Dat heb ik in 1986 al doorgemaakt.”

Vijf jaar geleden was Ina Brouwer (41) de laatste landelijke lijsttrekker van de CPN. “Ik voelde toen vlak voor de Kamerverkiezingen al dat de CPN niet meer terug zou komen in de Tweede Kamer. En dat dit definitief zou zijn.” Het aantal kiezers dat Brouwer in 1986 aan zich wist te binden was zo gering dat de Communistische Partij Nederland, ooit goed voor tien zetels, niet eens een Kamerzetel behaalde.

Sinds 1989 zit Brouwer weer in het parlement. Niet voor de CPN, maar voor Groen Links, de partij waar de communistische partij morgen definitief in opgaat. “Door de nederlaag in 1986 voelde ik me verantwoordelijk voor he terugbrengen van de CPN in de Kamer. Maar als het niet was gelukt om samen met PSP, PPR en EVP Groen Links op te richten, dan zou ik me in 1989 toch niet meer kandidaat hebben gesteld.”

Vroeger is u wel verweten geen goede communiste te zijn en nu bent u de enige nazaat van de CPN in de Kamer. Bent u daar trots op?

“Jazeker. Ik ben afgeschilderd als gewiekst en carrierebelust. Ik was te gematigd. Ik was geen goede communist, geen goede marxist, geen goede feminist. Maar ik ben van een taai soort gematigdheid. Begin jaren zeventig heb ik voor de CPN gekozen omdat ik mij zeer aangetrokken voelde tot de soort levenshouding die ik bij de CPN proefde: niet altijd alles pikken, je afzetten tegen de Westerse zelfgenoegzaamheid, het opkomen voor mensen die dat zelf niet kunnen. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat het nodig is om in de politiek zo'n soort houding te blijven vertolken. Als niemand dat meer doet, dan vind ik het niet erg de aatste te zijn. Niet omdat ik een heldin ben, maar omdat ik ervan overtuigd ben dat het moet gebeuren.

“Ik ben teleurgesteld dat zo weinig is overgebleven van onze ideeen uit de jaren zestig. Toen geloofden we erin dat het niet om onze carriere ging, dat de profilering van onszelf niet het belangrijkste was. Maar veel mensen van toen zitten nu op dezelfde posities als waar ze vroeger hard tegen aan schopten. De goeden niet te na gesproken.”

U zegt dat u zich tot de CPN voelde aangetrokken omdat CPN'ers niet alles pikken. Uit bijragen van ex-CPN'ers aan het boekje 'Alles moest anders, het onvervuld verlangen van een linkse generatie' krijgt de lezer juist het gevoel dat CPN-leden van de partijleiding heel veel pikten. Tegenspraak werd in de CPN niet geduld.

“In de meeste verhalen in dat boek herken ik me helemaal niet. De schrijvers behoorden tot de groep Amsterdamse intellectuelen die het ideologische debat voerde. Dat was een beperkte groep. CPN'ers zijn eigenlijk veel meer doener. Ik denk dat ik veel meer model sta voor de leden die vanaf 1968 lid werden van de CPN dan zij. Je denkt toch niet dat al die studenten dat centralisme zouden hebben gepikt. Ik heb nooit te maken gehad met instructies van bovenaf.”

U was misschien erg recht in de leer? “Nee. Ik denk dat het ermee te maken had dat ik niet in de studentenbeweging zat. Het zou historisch nog wel eens leuk zijn om te onderzoeken hoe rechtlijnig in de lee de linkse studentenbeweging zelf was. Ze zocht naar een houvast. Het was de keuze tussen Mao of Moskou. De studentenbeweging liet zich ook heel gemakkelijk onder de duim houden door de partijleiding.”

In het boek krijgt u juist het verwijt dat u zich in 1980 conformeert aan de partijleiding, terwijl de schrijvers dan afstand nemen of beginnen te nemen van de CPN.

“Vooral Elsbeth Etty (voormalig adjunct-hoofdredacteur van De Waarheid - red.) en Gijs Schreuders (oud-Kamerlid voor de CPN - red.) vind ik nogal doorslaan. Ze hebben eerst op een hele radicale manier opvattingen verdedigd en nemen daar nu op dezelfde radicale manier afstand van. Dat zegt meer over hun intellectuele leven dan over de geschiedenis van de CPN. Onze generatie moet niet verwijzen naar de ouderen en klagen dat zij ons er onder hebben gehouden. Dat vind ik laf.

“Ik zou het wel aardig vinden om door een discussie tussen leden van onze generatie de erkenning te krijgen dat er verschillend werd gedacht. Ik ben nooit een rdicale vernieuwer geweest. Maar ik was ook gematigd als het ging om het aanhangen van wat voor ideologie dan ook. En ik was niet de enige. Ik behoorde tot de groep die wel degelijk de democratisering, de vernieuwing en de feminisering serieus nam, maar daarin een veel rustiger positie innam.

“Natuurlijk kun je mij ook aanspreken op fouten. In die tijd werden in De Waarheid, met nae door Schreuders, aanvallen gedaan op professoren. De studentenbeweging was in die tijd keihard. Achteraf gezien vaak onterecht. Toen dacht ik: moet dat nou zo. Maar ik heb me er niet mee bemoeid. Nu denk ik: dat kan niet, daar had ik een discussie over moeten beginnen.”

Wat was er volgens u de oorzaak van dat de CPN die in 1982 nog goed was voor drie zetels vier jaar later geheel werd weggevaagd?

“Ik heb het gevoel dat het bij de kruisraketten is geeindigd. Het besluit de kruisraketten te plaatsen was een extra signaal voor de mensen die geloofden in maatschappelijke beweging dat het toch allemaal geen zin heeft. Zij hebben zich teleurgesteld afgewend.

“Vergis je niet: ook ik heb op het punt gestaan er helemaal mee op te houden. Het is natuurlijk niet de leukste tijd om politiek actief te zijn. Vroeger had je een hele kring met mensen, iedereen had ideeen en was creatief. Ik draai me nog regelmatig om om te kijken of er nog wat volgt, maar dat is dan niet.”

U pleitte in uw boek 'Tussentijds' uit 1988 voor nieuwe vormen in de politiek. Is Groen Links de nieuwe vorm?

“Het verbaast me eerlijk gezegd dat in Groen Links vrij veel pogingen worden ondernomen om een traditionele partij op te bouwen. Volgens mij willen mensen best iets doen voor een gemeenschappelijk ideaal, maar niet meer via de ouderwetse, bureaucratische politieke partij. Dat past niet meer in het televisietijdperk. Het is te langzaam, te ingewikkeld. Groen Links zou een veel directere vorm van democratie moeten kiezen. Met politiek debat rondom thema's. Je moet je organisatie als platform gebruiken, niet als huis voor leden.”

Waarom slaat dat idee niet aan? “Ik denk dat mensen niet begrijpen wat ik bedoel. Dat ze het te ingewikkeld vinden, te onzeker. Ik heb al eens voorgesteld organisatiedeskundigen te raadplegen. Maar Groen Links en organisatiedeskundigen! Er is een angst voor een zakelijke benadering van de politiek. Overheidsorganisaties en ondernemingen moeten zich vernieuwen. En een politieke partij zou dat niet hoeven? Dat is toch absolute onzin.

“Ik ben ervan overtuigd dat Groen Links moet gaan werken als platform. Anders dreigt ze toch weer in de getuigenispolitiek terecht te komen. Dat zou jammer zijn, want er moet iemand beginnen aan de vernieuwing van de progressieve politiek. Ik vind inderdaad dat een Progressieve Volkspartij tot de mogelijkheden behoort. Het zal ook wel gebeuren, daar ben ik niet somber over. Maar het moet niet een vergroot soort PvdA worden om de PvdA uit haar huidige crisis te halen.”

Uw naam circuleert als opvolger van Ria Beckers als partijleider van Groen Links.

“Ja, dat heb ik ook gezien. Toen dacht ik: God, hoe zou ik daar nou toch aanleiding toe hebben kunnen geven.”

Hebt u aspiraties? “Voor het lijsttrekkerschap absoluut niet. Ik heb geen aspiraties.”

En als ze het komen aanbieden? “Ik zeg geen ja en ik zeg geen nee. Ik ben een keer lijsttrekker geweest en dat is absoluut niet het leukste wat je kunt doen in de politiek.”

Wat is de profielschets van de ideale lijsttrekker? “Ik zou het liefst iemand hebben die niet te bang is en heel onorthodox te werk gaat. Iemand die de scheidslijn durft te doorbreken dat links voor de werknemers zou zijn en rechts voor de werkgevers. Zo iemand kan wel alleen maar functioneren als de rest van Groen Links hem de ruimte geeft.”

Maar aan ruimte voor dat onorthodoxe ontbrak het Groen Links toch juist?

“Dat klopt.”

Kunt u bij de volgende verkiezingen de energie opbrengen weer kandidaat te zijn als uw ideeen dan nog niet zijn opgepikt?

“Kom daar in 1994 maar over praten.”